nieuws

Overdracht eerste tranche beperkt

Archief

Je eerste tranche overdragen aan je echtgenoot en zelf de tweede en derde tranche benutten, is niet mogelijk. Die uitspraak deed het Gerechtshof Den Haag eerder al. De Hoge Raad heeft dat nu bevestigd en uit de ‘Vragen en antwoorden Brede Herwaardering’ valt af te leiden dat het ministerie van Financiën dit standpunt inmiddels tot belastingbeleid heeft verheven.

door Alfred Lagendijk
Een dergelijke overdracht zou lucratief kunnen zijn, indien de echtgenoot met het laagste inkomen een pensioentekort heeft, terwijl de echtgenoot met het hoogste inkomen gebruik maakt van de eerste tranche van zijn echtgenoot en daarmee een belastingvoordeel behaalt.
De casus waarop de uitspraak is gebaseerd draait om een gehuwd stel. De man heeft met ingang van 31 december 1991 een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule afgesloten. De premie bedraagt f 10.296 per jaar. Zijn echtgenote heeft op dezelfde datum tegen gelijke premie een zelfde verzekering afgesloten.
De man brengt in zijn aangifte over 1992 een bedrag van f 10.300 aan lijfrentepremie als persoonlijke verplichting in mindering op zijn onzuivere inkomen. Dit bedrag is opgebouwd uit twee bestanddelen, te weten de basisaftrek voor premies voor een lijfrente ten bedrage van f 5.150 en de niet door zijn echtgenote gebruikte en aan hem overdragen eerste tranche, eveneens ten bedrage van f 5.150.
Tegelijkertijd brengt de echtgenote in haar aangifte een bedrag van f 10.300 aan lijfrentepremie als persoonlijke verplichting in mindering op haar onzuivere inkomen. Dit bedrag betreft in zijn geheel de vermeerdering van de basisaftrek, de derde tranche.
De belastinginspecteur heeft bij de aanslagregeling de aftrek van de lijfrentepremie bij de man teruggebracht tot het bedrag van de basisaftrek: f 5.150. Naar zijn opvatting is overdracht van die basisaftrek niet mogelijk als de overdragende echtgenoot gebruik maakt van de derde tranche. Zijn stelling is dus dat de vrouw in dit geval verplicht is om eerst de eerste tranche te benutten, voordat zij aan de derde tranche toekomt. En daarmee zou natuurlijk overdracht van die eerste tranche naar haar man onmogelijk worden.
Het gerechtshof in Den Haag bevestigt het standpunt van de inspecteur. Een beroep op de extra aftrekmogelijkheid (derde tranche) is niet nodig indien een eerder geboden mogelijkheid (de eerste tranche) niet is benut. Dit is blijkens de wetsgeschiedenis inherent aan het tranchesysteem.
Op het beroep in cassatie, dat door belanghebbende is aangetekend, heeft de Hoge Raad niet meer gedaan dan de uitspraak van het Haagse Hof in min of meer dezelfde bewoordingen bevestigen.
Praktijkgevolgen
Een ieder die een lijfrentepremie of lijfrentekoopsom betaalt die voldoet aan de criteria om voor lijfrenteaftrek in aanmerking te komen, is verplicht om de eerste tranche te benutten. Hij kan niet een tweede en derde tranche benutten en tegelijkertijd de eerste tranche geheel of gedeeltelijk overdragen aan zijn echtgenoot.
De keuzemogelijkheid die de belanghebbende – overigens niet geheel ten onrechte – in de wet had gelezen, wordt hiermee teniet gedaan. De mening van de belastinginspecteur is inmiddels al verheven tot beleid. Dat blijkt uit het besluit van 30 maart 1998 (BD98/1230M): Vragen en antwoorden Brede Herwaardering, ter uniformering van de uitvoeringspraktijk. Hier is in vraag B 45 het bovenvermelde standpunt als beleid neergelegd.
Ik kan mij voorstellen dat diverse verzekeraars en tussenpersonen cliënten hebben, waarvoor zij een dergelijke overdracht van de eerste tranche hebben geadviseerd. Het probleem speelt met name bij gehuwden. Ongehuwd samenwonenden die in aanmerking komen voor een tweede en/of derde tranche, mogen sowieso niet de eerste tranche overdragen.
Het verdient aanbeveling om in een dergelijke situatie, waarin de belastinginspecteur de overdracht van de eerste tranche heeft geweigerd, direct per brief te laten bevestigen dat de lijfrentekoopsom of -premie (gedeeltelijk) niet in mindering is gebracht op het inkomen. Voor dat deel is namelijk de saldomethode van toepassing.
De inspecteur kan zodoende aangeven tot welk bedrag de saldomethode van toepassing is en derhalve het bedrag vaststellen waarover de verzekeraar te zijner tijd bij de uitkeringen geen loonbelasting hoeft in te houden.
Misvatting
Het is overigens een misvatting om te denken dat het altijd aantrekkelijk is om zoveel mogelijk van de lijfrenteaftrek toe te laten komen aan de meest verdienende echtgenoot. De uitkeringen worden namelijk belast bij degene die de aftrek heeft genoten.
In het geval de minst verdienende van de echtgenoten een lijfrenteverzekering sluit en vervolgens over een aantal jaren stopt met werken, kan het aantrekkelijk zijn om de lijfrente in die periode dat deze echtgenoot geen ander inkomen heeft – bijvoorbeeld ter overbrugging tot 65 jaar – te laten uitkeren. Op deze wijze kan het voordeel groter zijn dan wanneer de meest verdienende echtgenoot een lijfrente sluit, deze aftrekt tegen 60% inkomstenbelasting en vervolgens de uitkeringen te zijner tijd ontvangt tegen het belastingtarief van 60%.
Pensioenen & Verzekeringen van Coopers & Lybrand te Amsterdam.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.