nieuws

Oudedagsparaplu: eenvoudiger kunnen we het niet maken

Archief

Door mr. Alfred Lagendijk

In de serie over het Belastingplan 21e eeuw komt ditmaal de oudedagsparaplu aan de orde. De oudedagsparaplu bepaalt de hoogte van de lijfrenteaftrek van een belastingplichtige en dient ter vervanging van het huidige lijfrentetranchesysteem. Het eindresultaat is voor de praktijk werkbaar, maar mist de zuiverheid van een echte oudedagsparaplu.
Premies voor lijfrenten worden aftrekbaar in box 1. Dit betekent dat ze ten laste gebracht worden van het inkomen uit werk en woning. De lijfrentetermijnen zijn inkomsten en worden belast tegen het progressieve tarief tot een maximum van 52%.
Opbouw
De oudedagsparaplu is als volgt opgebouwd.
Er bestaat een aftrek voor de basisruimte tot ten hoogste f 2.204 (e 1.000). Deze aftrek geldt per persoon en is niet overdraagbaar tussen echtgenoten en ongehuwd samenwonenden. De basisaftrek zal de eerste tranche gaan vervangen, maar kwam in het oorspronkelijke wetsvoorstel niet voor; de basisaftrek is het resultaat van de parlementaire behandeling in de Tweede Kamer.De jaaraftrek, die heel veel lijkt op de ruimte in de tweede tranche op dit moment, biedt de mogelijkheid om vanwege een pensioentekort in een bepaald kalenderjaar via de lijfrenteaftrek extra opbouw van oudedagsvoorzieningen te creëren. De hoogte van de jaaraftrek bedraagt 17% van de premiegrondslag, verminderd met de opbouw van pensioenaanspraken en dotaties aan de oudedagsreserve. De premiegrondslag bestaat globaal gezegd uit winst uit onderneming voor de zelfstandige ondernemer en inkomen uit werk van de werknemer. Belastbare periodieke uitkeringen worden in dit verband ook meegenomen en bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat uitkeringen volgens een pensioenregeling en lijfrentetermijnen niet behoren tot de premiegrondslag. De aangroei van de pensioenaanspraken wordt gesteld op 7,5 keer de aan het desbetreffende kalenderjaar toe te rekenen aangroei van de jaarlijkse uitkering. De premiegrondslag wordt verminderd met een bedrag van f 21.062, zijnde het bedrag dat betrekking heeft op de AOW-franchise. Op de jaaraftrek wordt ook nog de benutte basisruimte in mindering gebracht. Op het laatste moment zijn in de jaaraftrek ook nog twee veranderingen aangebracht. Het percentage van 17 bedroeg oorspronkelijk 15 en de franchise is verlaagd van f 30.000 naar f 21.000.De niet benutte ruimte in de jaaraftrek kan gedurende zeven jaar na het verstrijken van het kalenderjaar nog in aanmerking worden genomen als lijfrenteaftrek. Het maximumbedrag dat in deze zeven jaar kan worden ingehaald, bedraagt ten hoogste 17% van de premiegrondslag met een maximum van f 12.149. Voor mensen van 55 jaar en ouder wordt het bedrag verhoogd tot f 24.001. In het oorspronkelijke wetsvoorstel was ook de huidige derde tranche met enkele wijzigingen opgenomen. Deze biedt de mogelijkheid om pensioentekorten die in het verleden zijn opgelopen alsnog in te halen. Bij het definitief worden in de Tweede Kamer van het wetsvoorstel is dit element geschrapt, waardoor er in de lijfrentesfeer in het geheel geen aftrek meer mogelijk is voor pensioentekorten die in het verleden zijn opgelopen.De huidige vierde en vijfde tranche, die de mogelijkheid bieden aan een ondernemer om zijn FOR dan wel stakingswinst om te zetten in een lijfrente, komen nagenoeg onveranderd in de nieuwe wet terug.Verschillen
Wat zijn de verschillen ten opzichte van het huidige systeem? Allereerst wordt de eerste tranche vervangen door een basisaftrek, waarbij de aftrek van circa f 6.000 teruggaat naar f 2.200. Dit is een bijzonder laag bedrag, dat zeer beperkte mogelijkheden biedt om een fatsoenlijke oudedagsvoorziening op te bouwen. Daar komt bij dat overdracht tussen echtgenoten en ongehuwd samenwonenden niet meer mogelijk is. Dit is een zeer belangrijk nadeel.
De tweede tranche wordt vervangen door de jaaraftrek. Deze kent op hoofdlijnen dezelfde systematiek als de tweede tranche. Echter, in plaats van een kwart van het persoonlijk inkomen minus een zeer hoge franchise (circa f 60.000) bedraagt de huidige aftrek 17% van het inkomen, verminderd met een franchise van circa f 21.000. Bovendien wordt rekening gehouden met een lagere waardering van aangroei van pensioenaanspraken. Dit zal in de praktijk de grondslag voor vele belastingplichtigen verbreden. Als men overigens het percentage van 17 vergelijkt met het percentage dat doorgaans in beschikbarepremieregelingen wordt gehanteerd, dan komt men tot de conclusie dat het percentage zeer hoog is voor met name jongere werknemers tussen 20 en 35 jaar en lager wordt naarmate de leeftijd toeneemt. Voor werknemers tussen 40 en 60 jaar zijn beschikbarepremiepercentages van tussen 20 en 40 niet ongebruikelijk. Een zuivere vergelijking wordt echter alleen mogelijk, indien men ook de arbeidsongeschiktheidsdekking uit de pensioenregeling filtert.
Jammer is dat de huidige derde tranche in zijn geheel wordt geschrapt, omdat die nou net de mogelijkheid bood om pensioentekorten uit het verleden in te halen en daarmee een volwaardige inkleding van de oudedagsparaplu gaf. De huidige inhaalaftrek biedt slechts de mogelijkheid om niet benutte aftrek uit het verleden, alsnog gedurende enkele jaren te benutten.
Aderlating
De algehele conclusie is dat de nieuwe systematiek een aanzienlijke versobering is ten opzichte van de huidige regeling. Met name een verlaging van de eerste tranche is een forse aderlating. De lijfrentesystematiek heeft inmiddels ook allang het karakter van een echte oudedagsparaplu verloren. De vrees bestaat dat via lijfrenteaftrek de meeste belastingplichtigen geenszins in staat zijn om een behoorlijke oudedagsvoorziening op te bouwen.
Ten aanzien van de aan te kopen lijfrenten zijn enkele kleine veranderingen aangebracht. De oudedagslijfrente kent in de huidige systematiek geen uiterste ingangsdatum. In het wetsvoorstel IB 2001 dient deze lijfrente uiterlijk in te gaan in het jaar waarin de belastingplichtige de 70-jarige leeftijd bereikt.
Daarnaast biedt de wet nu de mogelijkheid om een lijfrente te sluiten op twee levens die ook bij het overlijden van de partner teruggebracht wordt tot 70% van de oorspronkelijke uitkering. De zesmaandstermijn die nu geldt en die de mogelijkheid biedt om lijfrentepremies die betaald zijn vóór 1 juli in aftrek te brengen in het vorige kalenderjaar, komt ook in de nieuwe wetgeving terug. Verder worden de jaarruimte en de basisruimte verminderd met de bedragen die op grond van een spaarloonregeling of premiespaarregeling worden aangewend als premies voor vrijwillige deelname aan een pensioenregeling.
Sectie Pensioenen & Verzekeringen van PricewaterhouseCoopers in Amstelveen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.