nieuws

Oude polissen: let op uw zaak!

Archief

Een datum die bij velen, werkzaam in het levensverzekeringsbedrijf, in het geheugen staat gegrift is 16 oktober 1990. De regering regeerde die dag bij persbericht en de gevolgen zijn nog steeds merkbaar. Onderzoek door de Belastingdienst naar polissen die rond die datum zijn gesloten, levert voldoende stof op voor discussie. Bijvoorbeeld op 3 december voor het Gerechtshof in Arnhem.

Door Alfred Lagendijk en Suus Segers
Op kapitaalverzekeringen met lijfrenteclausules die overeengekomen zijn vóór 16 oktober 1990, is een gunstig overgangsrecht van toepassing met hoge lijfrenteaftrek. Logisch dus dat verzekeringnemer en belastinginspecteur nogal eens van mening verschillen over de datum van totstandkoming van een polis.
De feiten in Arnhem: in 1990 heeft een tussenpersoon bemiddeld bij het sluiten van een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule. Het aanvraagformulier is ondertekend met als dagtekening 4 oktober. De handtekening op het aanvraagformulier is niet de handtekening van de aanvrager, maar die van de tussenpersoon. Blijkens een stempel op het aanvraagformulier is dit, tezamen met andere aanvragen, op 22 oktober naar de verzekeraar gezonden. De door de verzekeraar afgegeven polis is gedagtekend 29 oktober en vermeldt als ingangsdatum 1 oktober.
Standpunt inspecteur
Belanghebbende heeft bij zijn aangifte over 1996 de premie voor zijn lijfrente in aftrek gebracht en hierna is er door de inspecteur een naheffingsaanslag opgelegd. De inspecteur stelt zich op het standpunt dat de verzekeringsovereenkomst niet vóór 16 oktober 1990 tot stand is gekomen en dat de tussenpersoon bewust de indruk probeerde te wekken dat dit wel het geval was. Het aanvraagformulier is pas ná 16 oktober verzonden en de handtekening is niet die van de aanvrager, maar van de tussenpersoon.
Conclusie van de inspecteur is dat hierdoor op deze polis het regime van de Brede Herwaardering van toepassing is. De polis voldoet dus niet aan de voorwaarden voor premieaftrek onder dit regime. De inspecteur heeft een navorderingsaanslag opgelegd ter grootte van de belastingheffing over de afgetrokken premies en tevens een boete en heffingsrente. De tussenpersoon maakt in januari 2000, namens de belanghebbende, bezwaar tegen de navorderingsaanslag.
Overwegingen hof
Het hof in Arnhem overweegt hierop als volgt. Ten eerste is in eerdere jurisprudentie bepaald, dat een verzekeringsovereenkomst niet eerder tot stand kan komen dan op het tijdstip waarop het aanvraagformulier de verzekeraar heeft bereikt. Het hof acht het, gezien de datum op de poststempel, aannemelijk dat de verzekeringsovereenkomst later dan 16 oktober 1990 is ontvangen door de verzekeraar. Gevolg hiervan is dat de verzekeringsovereenkomst na 16 oktober 1990 tot stand is gekomen, waardoor hij niet meer onder het regime van vóór de Brede Herwaardering valt.
Ten tweede is het verloop van acht jaren tussen het aanvragen van de verzekering en het onderzoek naar de gang van zaken rond de totstandkoming van de verzekeringsovereenkomst niet in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel.
En ten derde is de navorderingsaanslag opgelegd binnen de wettelijke termijn van vijf jaar. Dit wordt ook niet bestreden. Voor het opleggen van een navorderingsaanslag kan door de tussenpersoon geen beroep worden gedaan op het ontbreken van een ‘nieuw feit’. De inspecteur is niet verplicht om de juistheid na te gaan van de in de aangifte aangenomen stelling dat de lijfrente nog onder het oude regime valt.
Gunstige behandeling
Het hof betrekt in zijn overwegingen nog dat de Belastingdienst het beleid voert dat, onder bepaalde voorwaarden, verzekeringsovereenkomsten die nog niet bestonden op 15 oktober 1990 met terugwerkende kracht aangepast kunnen worden, zodat ze wel voldoen aan de voorwaarden voor premieaftrek. Volgens het hof is het echter terecht dat de inspecteur in dit geval geen ‘coulance’ betracht.
Het hof acht het niet aannemelijk dat de verzekeringsovereenkomst op 15 oktober 1990 bestond. Voorts acht het hof – gelet op de gang van zaken – aannemelijk dat de tussenpersoon bewust de indruk heeft willen wekken dat de verzekeringsovereenkomst, in weerwil van de werkelijkheid, vóór 16 oktober 1990 tot stand is gekomen. Ook doet zich hier niet de situatie voor dat de belanghebbende het formulier voor 16 oktober heeft ondertekend, omdat het aanvraagformulier niet door belanghebbende is ondertekend.
Het hof is van oordeel dat belanghebbende niet in aanmerking komt voor de in bovengenoemd beleid begrepen gunstige behandeling. Omzetting van de polis naar nieuw regime kan achteraf niet meer. Dit brengt met zich mee dat de inspecteur niet alsnog de premieaftrek hoeft te verlenen, indien belanghebbende – na daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld – de verzekeringsovereenkomst aanpast aan de voorwaarden die met ingang van 1992 gelden voor premieaftrek.
Boete
Kennis, wetenschap en handelen van de tussenpersoon over het tijdstip van de totstandkoming van de verzekeringsovereenkomst, dient in dit geval aan de belanghebbende te worden toegerekend. Het hof is dan ook met de inspecteur van mening dat het ten minste aan grove schuld van belanghebbende te wijten is, dat te weinig belasting is geheven.
In het normale geval waarop de wetgever en beleidsmaker het oog zullen hebben gehad, bestaat er een zinvolle relatie tussen de hoogte van de boete en het beoogde belastingvoordeel. Bij de afstemming van de boete op het bedrag van de enkelvoudige belasting leidt, gelet op de specifieke omstandigheden van dit geval, onverkorte toepassing van de beleidsregels tot een disproportioneel hoge boete. Dit is voor het hof aanleiding tot matiging van de boete. Gelet op alle omstandigheden van het geval acht het hof een boete van ( 50 passend.
Conclusie
In bovenstaande casus komt de tussenpersoon, ondanks zijn onzorgvuldig handelen, relatief goed weg. Vanaf 1996 is lijfrenteaftrek niet meer mogelijk en ook voor latere jaren beschikt de inspecteur over de mogelijkheid om naheffingsaanslagen op te leggen. Bij wetswijzigingen waarop overgangsrecht van toepassing is waarbij specifieke data belangrijk zijn, zou de tussenpersoon extra nauwkeurig moeten handelen.
Pensioenen & Verzekeringen van PricewaterhouseCoopers in Amstelveen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.