nieuws

Opzegging autopolis loopt soms over te veel schijven

Archief

Het opzeggen van een (auto)verzekering die via een tussenpersoon en gevolmachtigd agent is gesloten, kan tot de nodige complicaties leiden, zo blijkt uit een klacht van een verzekerde bij de Raad van Toezicht Verzekeringen. Te meer als er nog sprake is van min of meer een administratieve chaos bij het betrokken volmachtbedrijf.

De verzekerde sloot per 1 november 1996 een WA-verzekering voor zijn personenauto (bouwjaar 1958) via zijn tussenpersoon bij een gevolmachtigd agent van een verzekeraar. Nauwelijks een jaar later berichtte verzekerde aan de tussenpersoon dat de dekking per eerstvolgende contractsvervaldatum van 1 november van dat jaar kon worden beëindigd, omdat de auto lange tijd in reparatie was en onder meer de motor moest worden gereviseerd. De tussenpersoon gaf de opzegging door aan het volmachtbedrijf op 15 juli 1997. Voor het verzekeringsjaar 1998 kreeg verzekerde geen premienota, zodat hij aannam dat de polis was beëindigd. Deze opzegging werd later – op 9 augustus 1999 – door de tussenpersoon aan verzekerde bevestigd.
Herinneringsnota
In oktober 1998 ontving hij evenwel een herinneringsnota van f 582,47 voor de verstreken dekkingsperiode. In een telefonisch onderhoud met verzekeraar bleek dat een gebrekkige administratie van het volmachtbedrijf oorzaak zou zijn van de fout. De belofte dat “de kwestie zou worden geregeld” werd niet ingelost door de maatschappij. De verzekerde kreeg een incassobureau aan de deur die hardnekkig probeerde het geld binnen te halen. De vordering was inmiddels opgelopen tot f 781,59. Zelfs tijdens de bemiddelingspoging van de Ombudsman Schade bleef het incassobureau dreigementen uiten aan het adres van verzekerde.
Zitting
Ter zitting van de Raad van Toezicht Verzekeringen stelde de maatschappij dat de opzegging van tussenpersoon aan het volmachtbedrijf “niet te traceren is”, zodat zij er vanuit mocht gaan dat de dekkking in stand was gebleven.
In verband met de gebrekkige administratie bij de gevolmachtigd agent wil de autoverzekeraar aan de klant het voordeel van de twijfel geven, op voorwaarde dat diens opzegging niet op de juiste wijze administratief zou zijn verwerkt. “De verzekerde heeft dit onvoldoende aannemelijk kunnen maken. De opzegging was immers slechts gericht aan de tussenpersoon en niet aan de maatschappij.”
Onterecht
De Raad van Toezicht vindt dit standpunt onterecht. Zij is van mening dat de autopolis niet alleen door verzekerde is opgezegd bij zijn tussenpersoon, maar dat deze de opzegging ook heeft doorgeven aan het volmachtbedrijf. De kopie van de brief van de tussenpersoon van 15 juli 1997 aan de gevolmachtigd agent is daarvan voldoende bewijs, aldus het tuchtcollege.
Een vermoeden van verzekeraar dat de tussenpersoon in gebreke is gebleven door de brief niet door te sturen aan het volmachtbedrijf is onvoldoende aangetoond, meent de Raad verder. Ook in de brief van 13 augustus 1999, waarin een andere maatschappij verklaart de auto vanaf 1 november 1997 tegen brand en diefstal te hebben verzekerd, ziet het tuchtcollege een afdoende bewijs. “Dat deze brief niet in de administratie van de gevolmachtigd agent is aangetroffen, is van weinig betekenis, aldus de Raad, omdat de administratie “ernstige gebreken vertoonde”.
De raad verklaarde de klacht volledig gegrond en sommeerde de verzekeraar de opdracht aan het incassobureau in te trekken.
Raad van Toezicht Verzekeringen, uitspraaknr. 2000/112 Mo, klachtnr.031.00.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.