nieuws

Opschorten van autopremie geen vorm van verduistering

Archief

Volgens de belangenorganisatie Consument en Geldzaken bezondigt een aantal autoverzekeraars zich (nog) aan een vorm van verduistering. De niet-verbruikte premie na tussentijdse verkoop van het verzekerde object wordt niet terugbetaald, maar wordt alleen verrekend bij verzekering van een vervangende auto.

door Ton Gerritsen
Bij monde van juridisch adviseur Anton Weenink gaat Consument & Geldzaken daartegen protesteren bij desbetreffende verzekeraars. Het Verbond van Verzekeraars heeft overigens geruime tijd geleden geadviseerd om na verkoop van het verzekerde object zonder meer tot pro rata restitutie over te gaan. Dat advies wordt door een stuk of tien verzekeraars kennelijk genegeerd.
Nu is dit bij uitstek een probleem dat zich leent voor genuanceerde benadering. Het systeem van premieverval na opschorting, dat zo lang als de automobielverzekering bestaat, is niet zomaar uit pure klant-onvriendelijke overwegingen ingevoerd.
Historische regels
Er zijn namelijk valide argumenten voor en die zullen ongetwijfeld naar boven gekomen zijn bij de tien verzekeraars die thans in het beschuldigdenbankje gezet dreigen te worden. Anderzijds, wat is eigenlijk gemakkelijker dan maar direct te wijken voor druk vanuit het consumentisme. Dan ben je in één keer van het gezeur af, al geef je dan wel impliciet toe dat je jarenlang je verzekerden geflest hebt. Rust tot aan de volgende zaak, dat wel.
Maar nu de argumenten. Allereerst: de autoverzekering is een twaalf maandscontract. Ja, nog altijd, ondanks hier en daar gehanteerde maandbetalingsregelingen. En wie een contract tussentijds verbreekt, krijgt met extra kosten te maken. Dat geldt voor een abonnement op een tijdschrift, het huurcontract voor een kantoor alsook voor een vooruitbetaald en niet-gebruikt vakantie-arrangement. Dat vindt iedereen allemaal heel gewoon, maar waar het om verzekering gaat, is dat blijkbaar anders. Verzekering wordt bij voorbaat gewantrouwd, dus iedere verdachtmaking gaat er bij het publiek in als een glas water in een woestijnwandelaar.
Beetje voor beetje
Maar er zijn meer argumenten: een autoverzekering is geen product dat tijdens zijn looptijd beetje voor beetje wordt opgesoupeerd. Dat valt niet te verdelen in 365 dagen, 8.760 uren, 525.600 minuten of 3.153.600 seconden.
Door een ongeval tijdens de eerste seconden van de dekking kan de verzekeraar al moeten opkomen voor zijn totale verplichting, zowel onder de casco- als wa-dekking. Om die verplichting te kunnen garanderen, moet hij herverzekeringsarrangementen treffen en personeel in dienst houden om de verplichtingen uit te voeren en de administratie te voeren. Kosten die allemaal uit premies betaald moeten worden.
Wie dan ook, als verlofganger bijvoorbeeld, vooraf te kennen geeft dat hij een autoverzekering voor de tijd van een maand of een kwartaal wil hebben, zal moeite hebben om een daarin geïnteresseerde verzekeraar te vinden. Maar als dat lukt, zal hij zien dat hij veel meer betaalt dan 1/12 of 1/4 van de jaarpremie. Dat gaat volgens een tabel die ‘korte-termijnschaal’ genoemd wordt. Dit alles leidt tot de consequentie dat het niet-verbruikte premiegedeelte een aantal jaren ter beschikking van de verzekerde blijft om een vervangend object te verzekeren, maar dat het premietegoed, wanneer dat niet gebeurt, na een vooraf bepaalde termijn aan de maatschappij vervalt.
Minste weerstand
Vooral dat laatste heeft voor veel onbegrip bij de consument gezorgd en dat is toch wel merkwaardig, omdat ik nog nooit iemand heb horen protesteren bij het kwijtraken van vooruitbetaalde huur van zijn vakantie-arrangement als hij op het laatste moment verhinderd is er gebruik van te maken.
Maar er is nóg een argument om geen premie pro rata te restitueren en dat is het zogenaamde na-risico dat de verzekeraar gedurende zestien dagen na afmelding van het kenteken loopt wanneer het verkochte object door de koper niet onmiddellijk weer verzekerd wordt. Daar zijn al interessante claims uit voortgekomen.
Nu wil ik wel toegeven, dat het soms verstandiger is om bestendige conflictstof in het voordeel van de klant radicaal op te ruimen dan om een principieel juist standpunt à tort et à travers te willen handhaven. Je bent ineens van een hoop gezeur af, en zal het Verbond van Verzekeraars gedacht hebben: de klant is immers koning. Al was het aanzienlijk respectabeler geweest om voor een tussenweg te kiezen in de zin van: bij opschorting de onverdiende premie pro rata reserveren voor verzekering van een vervangend object binnen drie (?) jaar of restitutie op basis van de korte termijnschaal. Daarmee zouden de tien angry men wellicht ook ingestemd hebben want het kan geen kwaad om er voor uit te komen dat het verzekeringsbedrijf geen liefdadigheidsinstelling is.
Nu zitten we met een te goedgeefse regeling hoewel de programmatuur van enkele verzekeraars niet op een ingewikkelder regeling berekend was, een aantal dissidenten, en een consumentenorganisatie die weer een lekker kluifje aan onze bedrijfstak heeft.
Totaal verlies
Dan nog twee zaken. In vrijwel elke autopolis komt nog altijd een bepaling voor dat de verzekering vervalt na uitkering op basis van totaal verlies van het verzekerde voertuig, zónder premierestitutie!
Ook dit is een uit het grijze verleden stammende regeling, die daarom nog niet slecht hoeft te zijn, maar in ieder geval één die bij verzekerden de nodige weerstand opwerpt. Een voorbeeld: de bruto-jaarpremie voor een auto in de grote middenklasse bedraagt al gauw zo’n / 5.000 tot / 6.000 en dat bedrag kun je, afhankelijk van de verstreken termijn vrijwel volledig kwijt zijn. Bij vrachtwagens is dat nog sprekender: daar gaat het niet zelden om jaarpremies van / 15.000 tot / 20.000 of meer.
Dus ook hier een forse verliespost waar niemand op rekent. En waarom? Wel, zegt men, de verzekering heeft na uitkering wegens totaal verlies zijn maximale prestatie geleverd en dan is de premie dus ‘op’. Een arbitraire gedachte, want wie kan duidelijk maken waarom dan ook de wa-premie vervalt? Dat is wel een heet hangijzer, want er bestaat in de branche geen eensgezindheid over en, ook hier speelt een rol dat sommige automatiseringssystemen daar niet mee uit de voeten kunnen.
Brandverzekering
Verder is er nog een heel andere branche waar premieverlies een belangrijke rol kan spelen: de brandverzekering voor bedrijfsrisico’s.
Ook daar geldt een ‘eeuwenoude’ regeling die wil dat na een brandschade de verzekering (en de premie) voor het verloren gegane gedeelte opgebruikt is. De verzekerde som wordt met het bedrag van de schade verlaagd en dat moet bij herbouw weer bijverzekerd worden. Daar kunnen dermate hoge bedragen mee gemoeid zijn dat sommige polissen dat risico als een aparte post meeverzekeren.
Nu is de kans op stampijmakende consumentenorganisaties bij bedrijfsmatige zaken natuurlijk gering, maar dat wil niet zeggen dat de gemiddelde verzekerde die regeling zomaar begrijpt. Op zijn minst wordt er zwaar over gediscussieerd en nu we toch bezig zijn om onze principes naar de klant toe te modelleren, liggen de scoringskansen ook hier voor het oprapen.
Ton Gerritsen is freelance redacteur. Hij was voorheen werkzaam in de verzekeringsbedrijfstak.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.