nieuws

Ook schade-actuaris moet taal van verzekeraar spreken

Archief

Het actuariaat is een discipline die reeds een lange historie heeft. Het gaat dan wel om de rol die wordt vervuld in de wereld van levensverzekeraars. Waarom floreert de functie reeds zeer lang in ‘leven’ en is de geschiedenis bij schadeverzekeraars veel korter?

door Lambiek Vrasdonk en Gerard Kloppenburg
Bovenstaande vragen kunnen in elk geval beantwoord worden door te wijzen op twee redenen. In de eerste plaats is dat het ‘wiskundig’ karakter van de verzekeringsproducten die door de levensverzekeraars worden gevoerd. In de tweede plaats is het toezicht door de Verzekeringskamer zodanig dat het verstandig is om plaats in te ruimen voor een actuariële discipline. Beide redenen hebben sterk met elkaar te maken.
Om terug te komen op het mathematische karakter; zoals bekend draait het bij levensverzekeringen om leven en dood. Daarbij is het voor de tarifering (premiestelling) bijzonder belangrijk om te weten wanneer, en in welke mate, aan de verplichtingen volgens de verzekeringsovereenkomst voldaan moet worden. Hierbij is statistisch inzicht in de overlevingskansen en sterftekansen onontbeerlijk, plus natuurlijk de daaraan gekoppelde gevolgen voor de waarde van de toekomstige verplichtingen (de lasten) en de toekomstige premie-inkomsten (de baten).
In zijn meest primaire vorm zouden beide grootheden, tezamen met de aanwezige voorzieningen, in evenwicht moeten zijn. Dit alles leent zich erg voor een modelmatige aanpak met voldoende statistische voeding. De Verzekeringskamer heeft het speciale karakter natuurlijk al lang geleden ingezien en stelt bijzondere eisen aan de jaarrekening. Het toezicht is daarop gericht. De actuaris speelt daarbij een belangrijke rol.
Schade-actuariaat
Wat leert ons bovenstaande schets? Bij verzekerings-producten met wiskundige (rekentechnische) aspecten is er behoefte aan een modelmatige aanpak. Hiervoor is de wetenschappelijke richting actuariaat tot ontwikkeling gekomen. Bij levensverzekeringen is het duidelijk dat de behoefte er is. Echter, bij schadeverzekeringen is het inzicht pas de laatste jaren gekomen. Zo’n tien tot vijftien jaar geleden deed het actuariaat schoorvoetend zijn intrede in het land van de schadeverzekeraars (ter onderscheid wordt veelal gesproken van schade-actuariaat). Er zijn oorzaken aan te geven waarom het schade-actuariaat zich later heeft ontwikkeld. Het karakter van schadeverzekeringen was vroeger minder wiskundig. De producten waren simpel. Dit kon ook aangezien in die tijd de concurrentie nog vrij gering was. De tariefstructuur was doorgaans eenvoudig. De noodzaak van sterke differentiatie was nog niet aanwezig, hetgeen ook verband hield met de marktverhoudingen.
In de jaren tachtig nam de concurrentie tussen verzekeraars echter sterk toe. Er werden nieuwe verkoopkanalen geïntroduceerd. Ook de overheid had in die periode (maar ook daarna) invloed op de markt en de consument werd mondiger en veeleisender. Enkele voorbeelden: de introductie van het bonus/malussysteem bij autoverzekeringen, de verdere ontwikkeling bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, de introductie van de Wet op de Toegang tot Ziektekosten (WTZ) bij ziektekostenverzekeringen, de impact van de letselschaden etcetera.
De Verzekeringskamer volgde deze ontwikkelingen en kwam met nadere richtlijnen en eisen. Zo ontstond bij schadeverzekeraars de behoefte aan actuariële bijstand. Zij wilden ook de beschikking hebben over een meedenkende multidisciplinair ingestelde actuaris die zich openstelt voor anderen en op de juiste momenten in de juiste vorm zijn bijdrage levert.
Drie-eenheid
Momenteel hebben de grote schadeverzekeraars hun eigen schade-actuariaat meestal op een redelijk goede manier georganiseerd. Hierbij is vaak een drie-eenheid te onderscheiden: productontwikkeling, actuariële managementinformatie en actuariële verslaglegging. Het is belangrijk dat men zich bewust is van deze onderdelen, waarbij een evenwichtige situatie van belang is. De drie aandachtsgebieden moeten in principe niet bij dezelfde persoon in portefeuille zitten, maar wel bij personen die goed met elkaar communiceren.
De actuaris die een product mede ontwikkelt, zal ernaar streven dat de juiste gegevens worden vastgelegd in de databases voor toekomstige analyses, maar ook voor het kunnen bepalen van de verplichtingen. De persoon die zorgdraagt voor de managementinformatie zal als taak hebben, dat ook daadwerkelijk die informatie wordt geleverd waarmee een product kan worden geanalyseerd en eventueel worden bijgesteld. De actuaris die zich buigt over de voorzieningen dient de producten en systemen te kennen. Het vaststellen van een voorziening vereist dat men de portefeuille (met alle eigenaardigheden) door en door kent. Er zijn vele valkuilen. De tijd van de actuaris die met verbazing werd aangekeken, van wie de uitingen voor waar werden gehouden omdat niemand ze begreep en die af en toe uit zijn ivoren toren kwam, is voorgoed voorbij. Dit geldt overigens ook voor andere functies in het verzekeringsbedrijf.
Er is behoefte aan de actuaris die meespeelt op het veld, maar binnen de lijnen wel een eigen rol vervult. In elke linie is hij vertegenwoordigd. De dure aankoop die af en toe meedoet, maar de taal niet spreekt, voldoet niet langer.
‘Boerenverstand’
Er zijn ook steeds meer kleine en middelgrote schadeverzekeraars die ervan overtuigd raken dat een schade-actuaris een goede bijdrage kan leveren. Tot voor kort kwam men een heel eind met het ‘gezond boerenverstand’.
Dikwijls is er slechts ruimte voor een klein schade-actuariaat (één of twee fte’s). Hierdoor ontstaan in de praktijk veelal continuïteitsproblemen. Immers, een actuaris die reeds op niveau functioneert, is nauwelijks te strikken. En een jonge, nog onervaren, medewerker stroomt vaak na een paar jaar door naar een (grotere) concurrent, waar men zich binnen het vakgebied verder kan ontwikkelen. Dit laatste gebeurt in de regel op ongewenste momenten. Alle zeilen moeten worden bijgezet om ervoor te zorgen dat er nog enige kennis achter blijft.
Er zijn een aantal grote gerenommeerde actuariële bureaus die bijstand kunnen leveren. Deze opereren veelal vanuit hun eigen kwaliteiten en zijn er niet altijd op gericht om daadwerkelijk mee te spelen.
De toekomst
Momenteel is in de Nederlandse verzekeringswereld een tendens waar te nemen die ook in andere bedrijfstakken is te zien. Bedrijven zijn steeds meer geneigd om alleen de primaire taken volledig in eigen huis te houden. Zo is in bijvoorbeeld Amerika reeds een maatschappij die zichzelf een ‘virtuele’ verzekeraar noemt, aangezien zij tachtig procent van de werkzaamheden uitbesteedt.
In Nederland is een ontwikkeling gaande waarbij opnieuw naar bedrijfsprocessen wordt gekeken. Ze worden opnieuw ingericht, waarbij vaak eenheden (business-units) worden gemaakt die eigen verantwoordelijkheden hebben (winst, omzet) en die door de bedrijfsleiding door een economische bril worden bekeken. Soms moet de IT-afdeling al concurreren met externe aanbieders, of wordt IT volledig verzelfstandigd en mag zijn diensten ook aan andere bedrijven aanbieden.
Ook de discipline actuariaat ontkomt niet aan deze ontwikkeling. Door de technische mogelijkheden op het gebied van telecommunicatie en automatisering is het een stuk eenvoudiger geworden om te werken met externe krachten.
Groot gevaar
Er dreigt echter wel een groot gevaar: de externe actuaris plaatst zich – letterlijk – buiten het bedrijf, raakt het gevoel voor de portefeuille kwijt en kiest voor de vertrouwde eigen omgeving en valt af en toe in en verdwijnt weer. Wij zijn van mening dat een extern actuariaat goed kan functioneren, mits er aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. De externe actuariële kracht moet van vele markten thuis zijn, zich flexibel en persoonlijk opstellen naar zijn opdrachtgever en hij dient over voldoende ervaring en kennis te beschikken. Tussen opdrachtgever en actuaris kunnen zodanige afspraken gemaakt worden dat de continuïteit op middellange termijn gewaarborgd is.
Wij zien een goede toekomst voor een aanpak die ook bij onder meer accountants en notarissen wordt gevolgd. Kleine bureaus die elk op bepaalde punten sterk zijn en indien nodig samen werken met gelieerde bureaus. Ze dienen wel relatief klein en zelfstandig te blijven om de positieve eigenschappen te kunnen behouden.
Kortom, de actuaris van morgen dient zich aan te passen aan de gewijzigde omstandigheden en kan dan een gezonde bijdrage leveren aan het functioneren van een verzekeraar. Hij moet zich niet buiten de lijnen plaatsen maar actief meespelen, waarbij een goede communicatie van groot belang is.
Drs. Lambiek Vrasdonk en drs. Gerard Kloppenburg zijn eigenaar van bureau Vrasdonk & Kloppenburg Actuarissen in Bergen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.