nieuws

ONVZ pleit voor overheveling van de totale AWBZ naar basisverzekering

Archief

Heeft zorgverzekeraar VGZ recentelijk een lans gebroken voor het IZA-systeem van ziektekostenverzekering, de ONVZ vindt dat serieus zou moeten worden overwogen om alle AWBZ-verstrekkingen over te hevelen naar het basispakket. Vervolgens zou de AWBZ als financieringsbron voor de onverzekerbare elementen kunnen dienen.

ONVZ bouwt in het jaarverslag de volgende filosofie op: “Het streven van het kabinet is erop gericht voor elke Nederlander de ziektekosten in drie verzekeringen onder te brengen. Voor de als onverzekerbaar aan te merken ziektekosten zal de AWBZ in zijn aard en vorm worden gehandhaafd. Het ligt in het voornemen van het kabinet in de regeerperiode de AWBZ te ontdoen van die dekkingen die als verzekerbaar mogen worden beschouwd. Te denken valt in dit verband aan medicijnen, revalidatie, audiologische hulp en erfelijkheidsonderzoek. Onduidelijk is hoe de AWBZ er uiteindelijk gaat uitzien. Immers, in het regeerakkoord is niet omschreven wat als onverzekerbaar moet of kan worden aangemerkt. Het is van groot belang, dat in deze kabinetsperiode daarover duidelijkheid gaat ontstaan. Dat is van belang, omdat zaken als substitutie, zorg op maat en daarvan afgeleid kostenbeheersing wellicht eerst mogelijk zijn wanneer een relatie wordt gelegd tussen de AWBZ, de basisverzekering en de aanvullende verzekering. In dat verband is het interessant te onderzoeken of de AWBZ niet langer als een verzekering c.q. financiering van verstrekkingen en voorzieningen (het aanbod) zou moeten functioneren, maar veeleer als een herverzekering voor die risico’s waarvan in redelijkheid kan worden vastgesteld, dat zij niet als verzekerbaar kunnen worden aangemerkt. Met andere woorden, het verdient aanbeveling na te gaan welke ziektekosten zich lenen voor herverzekering door de AWBZ. Te denken valt in dit verband aan speciale en/of experimentele medicijnen, de kosten van het ziekenhuis na 365 dagen en de kosten verbonden aan langdurige verpleging en verzorging. Het verzekeringsstelsel wordt daarmee inzichtelijker. De verzekerde is immers alleen nog op een maatschappijpolis (basisverzekering en aanvullende verzekering) verzekerd. Het voordeel van deze aanpak is, dat meer invulling gegeven kan worden aan de regiefunctie van zorgverzekeraars, waardoor zaken als substitutie en zorg op maat (en daarmee samenhangende kostenbeheersing) daadwerkelijk binnen bereik komen.”
Van Otterloo
De ONVZ is helemaal niet te spreken over de Wet Van Otterloo, die was bedoeld om particulier verzekerde bejaarden met een beperkt arbeids/pensioen-inkomen aan een voordeliger ziekenfondsverzekering te helpen.
“De Wet Van Otterloo, die louter is gebaseerd op inkomenspolitieke overwegingen, heeft niet alleen forse administratieve kosten met zich meegebracht, maar heeft evenzeer het verzekeringsstelsel nog ondoorzichtiger en onbegrijpelijker gemaakt.” Vervolgens moest ook de MOOZ-bijdrage omhoog vanwege de toegenomen oververtegenwoordiging van 65-plussers in de ziekenfondsverzekering. “De beschreven gevolgen hadden voorkomen kunnen worden, wanneer de Tweede Kamer het voorstel van het toenmalige kabinet om een premiereductie voor bejaarden in te voeren, zou hebben overgenomen.”
Gemengde collectief
Op het terrein van gemengde collectiviteiten voert ONVZ de ZorgTotaal Polis, die ontwikkeld is in samenwerking met Stad Rotterdam, De Amersfoortse en de ziekenfondsen OZ en DSW.
Om in de toekomst nog beter tegemoet te kunnen komen aan de duidelijk gebleken belangstelling voor deze collectiviteiten, zet ONVZ vaart achter de oprichting van een eigen ziekenfonds.
Overigens vergen gemengde collectiviteiten nogal wat aandacht. ONVZ heeft voor haar eigen personeel ook een gemengde collectiviteit. De implementatie wordt als ‘best lastig’ bestempeld.
Verzekerdenbestand
Ook bij ONVZ werd de gang van zaken in 1994 nadrukkelijk beïnvloed door de Wet-Van Otterloo. Dat leidde tot een uitstroom van 3.600 verzekerden naar ziekenfondsen. Daar staat evenwel een instroom van 2.000 ex-fondsverzekerden per 1 januari jl. tegenover.
In de periode van 1 mei 1994 tot 1 mei 1995 is het aantal verzekerden bij ONVZ met ruim 10.000 toegenomen, een groei van 13,9% De kosten van gezondheidszorg per ONVZ-verzekerde zijn vorig jaar met bijna 8% gedaald. Bij de AWBZ en de WTZ was sprake van dalingen met resp. 12% en 9%. De maatschappijschade per verzekerde is met 3% gestegen. “Deze stijging kan deels worden verklaard door beperkingen in AWBZ-aanspraken die in 1994 middels de AWBZ Plus Polis ten laste van ONVZ zijn gekomen.”
Bij de daling van de netto winst van f 6,87 mln naar f 5,83 mln tekent de maatschappij aan, dat dit vrijwel geheel is veroorzaakt door het treffen van een voorziening van circa f 1 mln voor niet-poolbare WTZ-verzekerden. ONVZ 1994 1993 (in f mln) omzet 124,7 120,6 premies 73,4 69,6 opbrengsten AWBZ 20,7 20,0 bijdr. omslag WTZ 16,6 18,4 schade 93,9 90,3 opbr. beleggingen 9,7 8,5 vrije reserves 76,4 70,2 netto winst 5,8 6,9
Pal naast het huidige hoofdkantoor van ONVZ in Houten, dat in 1990 betrokken werd, is onlangs de eerste paal geslagen voor een tweede kantoor (zie illustratie). De vloeroppervlakte van het ‘zustergebouw’ bedraagt 3.000 m2; het bestaande kantoor meet 3.500 m2.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.