nieuws

ONVZ: ‘Jonge ziekenfondsen krijgen nauwelijks kans’

Archief

“De ziektekostenbranche wordt zo specialistisch dat er steeds minder toekomst zal zijn voor een ziektekostenverzekeraar in multi-brancheverband.” Dit zei Dick van Boven, algemeen directeur van ONVZ, bij de presentatie van ‘zijn’ jaarcijfers. Van Boven nam de gelegenheid te baat om te pleiten voor meer financiële armslag voor startende ziekenfondsen.

“De gespecialiseerde ziektekostenverzekeraar heeft de toekomst. Voor een multibrancheverzekeraar wordt het steeds moeilijker om in de zorg te overleven”, zei Dick van Boven. Hij staat in die visie niet alleen. Onder meer SNS Reaal gaf onlangs aan wél nauw te willen samenwerken met ziektekostenverzekeraars, maar beslist niet zelf risicodrager te willen zijn.
“De overheid wil dat ziekenfondsen met elkaar concurreren, maar startende fondsen krijgen geen goede kans”, zei Van Boven. “Zij krijgen net als alle andere ziekenfondsen een jaarlijkse vergoeding voor beheerskosten van f 90 per verzekerde. Daar komt een groot bestaand fonds mee uit, maar een starter niet. De particuliere verzekeraar moet er dus op toeleggen. De overheid waakt ervoor dat ziekenfondsgeld niet naar de particuliere kant schuift, maar andersom is kennelijk wel de bedoeling.” Van Boven ondervindt het probleem ‘aan den lijve’ bij het jonge ONVZ-ziekenfonds. Dit fonds heeft vijfduizend (1997: 2.800) verzekerden en dat is te weinig om van de betreffende beheerskosten rond te komen. “In heb wel de indruk dat binnen Zorgverzekeraars Nederland begrip is voor het probleem. In ieder geval zijn de jonge fondsen uitgenodigd om hun problemen te komen toelichten”, zei Van Boven. “Als er niets veranderd zouden wij puur financieel gezien ons moeten herbezinnen. Maar commercieel blijft het aantrekkelijk een ziekenfonds te hebben.”
Vraagregulering
De kostenontwikkeling in de gezondheidszorg baart alle betrokkenen zorgen. “Zolang de overheid elk jaar weer de kostenstijging te laag inschat, blijven de problemen – zoals wachtlijsten – bestaan”, zei Van Boven die tevens bestuurslid is van Zorgverzekeraars Nederland. Van Boven pleit voor een geprivatiseerde uitvoering (niet te verwarren met private financiering) van de zorg. “Dat wil zeggen: voor een vraagregulering inplaats van de huidige door de overheid aangestuurde aanbodregulering.” Zo’n systeem sluit, volgens Van Boven, beter aan bij de (beoogde) marktwerking in het stelsel van sociale zekerheid.
Doelgroepen
ONVZ komt in september met een individuele polis voor hockeyers. Een verzekering met dekkingen die op de doelgroep toegesneden, onder meer op het gebied van preventie en tandheelkunde. Het idee voor deze polis is ontstaan uit de contacten die ONVZ heeft als sponsor van de hockeybond KNHB. Dit betekent niet, dat de hockeybond bemoeienis heeft met de polis. “De polis komt uitsluitend beschikbaar via het intermediair”, zegt commercieel directeur Frans van Rijn.
ONVZ wil het niet laten bij een polis voor hockeyers. Van Rijn: “Na de succesvolle Topfit-polis wordt het erg lastig nog met een onderscheidend product te komen. We willen de aandacht gaan richten op bepaalde doelgroepen.”
Eind vorig jaar richtte ONVZ zich op de samenwerkende assurantiekantoren. Die kregen de collectieve Flexifit-polis aangeboden op individuele condities, inclusief een gratis dekking voor verpleegklasse 2b, tegen een premie die zo’n 15% lager ligt dan normaal. Een paar honderd van de 2.600 kantoren hebben van het aanbod gebruik gemaakt. “In verband met opzeggingen per 1 januari, verwachten we daar aan het eind van dit jaar meer van.”
Minder winst
Vorig jaar had ONVZ 114.872 (112.096) verzekerden (stand per 1 juli).
De totale baten bedroegen f 194,4 mln (+8,7%), de verdiende premie f 151,5 mln (+8,4 mln). De premie steeg vooral doordat vele verzekerden overstapten naar de duurdere Topfit-polis. De productie betreft voor circa 60% het Topfit-product. De productie in de collectieve sector bleef in 1998 achter bij 1997 (verhouding: 100%-59%). ONVZ verklaart dit met de mededeling dat in 1997 de collectieve sector extreem steeg als gevolg van enkele grote contracten.
De schade steeg met 9,1% tot f 151,1 mln.
De winst kwam uit op f 3,1 mln, hetgeen 57,2% minder is dan in 1997. “In de schade is een voorziening opgenomen van / 1 mln die eigenlijk ten laste van 1997 had moeten komen”, aldus ONVZ. “Ook is er in verband met de afschrijving voor de nieuwbouw een voorziening van / 1 mln getroffen. Hierdoor werd het resultaat dus met / 2 negatief beïnvloed.”
Genoemde cijfers zijn inclusief de polissen die Aegon en ZLM onder eigen label voeren en waarvoor ONVZ het risico draagt. Frans van Rijn wil geen mededelingen doen over het aandeel in de cijfers van deze labels.
Van Boven: “Voor een multibrancheverzekeraar wordt het steeds moeilijker om in de zorg te overleven”. 1998 1997 in miljoenen guldens Totale baten 194,4 178,8 Verdiende premie 151,5 139,7 Schaden 151,1 136,0 Bedrijfskosten 37,6 34,1 Overige lasten 2,7 1,4 Nettowinst 3,1 7,3 Vrije reserves 99,8 96,1

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.