nieuws

Onvolledige informatie Ohra volgens Gerechtshof ‘gebruikelijk’

Archief

Het Gerechtshof in Arnhem heeft een klacht van een polishouder over misleidende informatie van Ohra over diens winstdelingsregeling afgewezen. De polishouder moet er volgens het Hof rekening mee houden dat informatie over (bijvoorbeeld) winstdeling in advertenties, brochures en offertes onvolledig is. “Het is gebruikelijk en in het maatschappelijk verkeer binnen zekere grenzen ook toelaatbaar”, zo luidt de uitspraak.

De klagende polishouder is Volendammer Kees Keijzer, die in december 1990 een koopsompolis in Australische dollars (Kapitaal Plus Plan) afsloot bij Ohra. Keijzer stortte ( 12.500 en zou twintig jaar lang een gegarandeerde rente van 11% krijgen en daarnaast recht hebben op winstdeling. Van winstdeling kwam het tot 1997 nooit, waarna Keijzer zijn beklag deed bij de Reclame Code Commissie.
De polishouder ageerde tegen de niet-uitgekeerde winstdeling én tegen de inhouding van administratiekosten (groot ( 389,19). Over dat laatste werd in de advertentie namelijk met geen woord gerept, wat volgens de Reclame Code Commissie misleidend is. Het College van Beroep bevestigde die uitspraak later. Misleidend was tevens het oordeel over de passages over de – nooit uitgekeerde – winstdeling: “eventuele overschotten komen zoveel mogelijk ten goede aan haar verzekerden” en “Als klant van Ohra hebt u recht op bedrijfswinstdeling, dat wil zeggen dat eventuele overschotten ten goede komen aan de verzekerden”.
Rechtbank
Keijzer eiste 11% rente over de gehele koopsom (zonder kosteninhouding) en toekenning van een winstdeling van 3,5%. Ohra wilde daar niet op ingaan, waarna de zaak in maart 2000 voor de rechtbank in Arnhem kwam, die een voor de verzekeraar gunstige uitspraak deed. Volgens de rechtbank zijn de Reclame Code Commissie en het College van Beroep “zelfregulerende instanties in het reclamewezen”, die geen bindende uitspraken doen in het kader van het Burgerlijk Wetboek. Dit wetboek dient als toetssteen voor de rechtbank, die stelt dat een mededeling misleidend is als deze een onjuistheid of een onvolledigheid bevat, waarbij rekening moet worden gehouden met de intelligentie en het voorstellingsvermogen van het gemiddelde publiek.
Volgens de Arnhemse rechter moet de advertentie worden beschouwd als uitnodiging om bij Ohra een informatiepakket aan te vragen en een gratis offerte op te vragen. “Reeds uit het feit dat de mogelijkheid wordt geboden een informatiepakket aan te vragen, kan worden afgeleid dat de betreffende advertentie geen volledige informatie bevat.” De advertentie is om die reden niet misleidend.
Uit andere verstrekte informatie van Ohra blijkt dat de winstdeling niet gegarandeerd is. “Ohra spreekt over ‘eventuele overschotten’ en dat moet uitgelegd worden dat bedrijfswinst wordt toegekend zodra de bedrijfsresultaten het toelaten.” Ter verdediging van de niet uitgekeerde winstdeling voerde Ohra nog aan dat de maatschappij over de jaren 1991 tot en met 1997 een verlies van e 8,1 mln heeft geleden en dat de aanwezige reserves nodig waren om in het bedrijf te investeren. Van enige misleiding of bedrog is volgens de rechtbank dan ook geen sprake.
Ohra heeft volgens de rechtbank de polishouder eveneens niet misleid noch bedrogen over de administratiekosten. “De frequente vermelding over de kosten in het informatiemateriaal, kan Keijzer niet zijn ontgaan.”
Gerechtshof
Het Gerechtshof heeft die uitspraak eind vorige maand bekrachtigd. “De vraag of bepaalde reclame-uitingen van Ohra al dan niet misleidend zijn, is niet beslissend”, zo stelt het Hof. “Wat Keijzer mocht verwachten, hangt immers mede af van hetgeen hem uit andere door Ohra verstrekte informatie bekend was of redelijkerwijs had moeten zijn.”
Volgens het hof wordt op verschillende plaatsen in de informatie gesproken over administratiekosten. “Die kosten zijn ook onbetwist verwerkt in de prognose van het eindkapitaal en de prognose van de levenslange lijfrente-uitkeringen.” Dat de kosten niet afzonderlijk zijn vermeld en niet in de advertentie zijn vermeld “kan in het midden blijven”.
Van de winstdeling had Keijzer “niet meer mogen verwachten dan dat die hem mogelijkerwijs extra voordeel zou opleveren en dat die eventueel jaren achtereen niet zou plaatsvinden”. Voor die stelling wijst het Hof op formuleringen in de brochures als “eventuele overschotten” en “eventuele toevoegingen op grond van winstdeling” en de formulering “exclusief verhoging van uw aandeel in het bedrijfsresultaat van Ohra” in de persoonlijke prijsopgave. Dat het inlegvel de winstdeling als een belangrijk punt van vergelijking met concurrenten noemt, maakt dit niet anders, aldus het Hof.
De conclusie van het Gerechtshof luidt derhalve dat consumenten er redelijkerwijs rekening mee moeten houden dat informatie over winstdeling in advertenties, brochures en prijsopgaven onvolledig is. Tevens vindt het Hof het “gebruikelijk en in het maatschappelijk verkeer binnen zekere grenzen ook toelaatbaar” dat aanbieders in reclamemateriaal de voordelen van hun product breed uitmeten en aan de nadelen geen of slechts beperkte aandacht schenken.
In Het Financieele Dagblad zegt Keijzer te overwegen naar de Hoge Raad te stappen. “Het Hof bekrachtigt dat een verzekeraar mag schrijven wat hij wil. Ik vind dat niet normaal.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.