nieuws

Onterecht verwijt willekeur bij (medische) acceptatie

Archief

“Hierbij wil ik reageren op het artikel ‘Proefschrift bepleit controle op medische kant levenbedrijf’ (AM nr 8, pag

55). In dat proefschrift bepleit promovenda K. Horstman dat de publieke rechtvaarding van het gebruik van medische technologie en van risicoselectieprocedures bij levensverzekeraars meer serieus genomen dient te worden. Met andere woorden mevrouw Horstman pleit voor publieke controle op dit gebied. Mevrouw Horstman zegt onder meer, dat de omvang van het probleem van de afgewezenen, de verhouding tussen risico-inschatting en premiestelling, en de willekeur in acceptatie en uitsluiting aan het oog onttrokken worden. Ik nodig mevrouw Horstman bij deze uit om een uitgebreid onderzoek te verrichten onder Nederlandse levensverzekeraars naar het PROBLEEM van de afgewezenen, de VERHOUDING tussen risico-inschatting en premiestelling en de WILLEKEUR waarmee levensverzekeraars accepteren en uitsluiten. Ik wil hierbij ook even aan de orde stellen het PROBLEEM van het kiezen van een maatschappelijk relevant onderzoeksonderwerp, de VERHOUDING tussen de aandacht die aan een onderwerp gegeven wordt en de maatschappelijke relevantie ervan en de WILLEKEUR waarmee zo’n onderwerp gekozen wordt. Om bij het PROBLEEM van de afgewezenen te beginnen. We praten hier over enkele afgewezenen per jaar op een totaal van meer dan 1 miljoen nieuwe verzekeringen. Percentueel vewaarloosbaar. Bovendien zal bijvoorbeeld op het gebied van collectieve bedrijfspensioenen (op non-selectiebasis) ook voor deze mensen vaak wel een mogelijkheid bestaan zich te verzekeren. De VERHOUDING tussen risico-inschatting en premiestelling is een bijna dagelijks terugkerend item, waarbij keiharde concurrentie, goede acceptanten en actuarissen de premies concurrerend (dus scherp) houden. ‘De WILLEKEUR waarmee levensverzekeraars accepteren en uitsluiten.’ Als mevrouw Horstman ook maar enig verstand van zaken zou hebben, zou ze zich diep schamen over deze opmerking. (Her)verzekeraars hebben jarenlang de grootste onderzoekers (van een heel ander kaliber dan mevrouw Horstman) ingeschakeld om te komen tot zo duidelijk mogelijke acceptatie-richtlijnen. Hierbij is er evenwel soms een verschil van inzicht tussen medisch adviseurs en medisch acceptanten van en tussen verschillende maatschappijen, maar dat heeft volstrekt niets van doen met willekeur en gebeurt in gelijke mate als in andere specialistische werkterreinen. Tevens is het hier vermeldenswaard, dat een landelijke opleiding voor medisch acceptanten en schadebehandelaars in ontwikkeling is, die op termijn wellicht zal leiden tot een meer uniform beleid tussen verzekeraars.” R.A.M. Mogge, voorzitter Nederlandse Vereniging van Medisch Acceptanten (NVMA)

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.