nieuws

Onjuiste voorstelling van zaken: verzekeraar hoeft niet uit te keren

Archief

De eigenaar van een Suzuki GSX geeft bij de politie diefstal van zijn motorfiets aan. Negen dagen daarvoor had de man zijn motorfiets voor f 25.000 tegen onder meer diefstal verzekerd. De verzekeraar schakelt een extern bureau in om de omstandigheden van de diefstal te onderzoeken. De verzekeraar gaat vervolgens niet tot uitkering over omdat de motorrijder een verkeerde voorstelling van zaken heeft gegeven.

De motor is niet voor f 16.500 aangeschaft, zoals de eigenaar beweert, maar voor f 15.000, meent de verzekeraar. De motorrijder legt in zijn verweer het verschil als volgt uit: de aanschaf bedraagt f 15.000. Daarboven komt een opknapbedrag van f 1.000 en een bedrag van f 500 voor een andere uitlaat.
De motorrijder had aanvankelijk een aanschafbedrag van f 16.500 opgegeven, waarbij het bedrag van f 500 voor de uitlaat die een dag later zou zijn aangeschaft, nog moet worden opgeteld. Er is dus volgens hem eigenlijk sprake van f 17.000.
De verzekeraar twijfelt onder meer aan het bedrag van f 1.000 voor het opknappen van de motor, omdat de eigenaar heeft verklaard dat het voertuig bij aanschaf in een goede staat verkeerde. De verzekeraar heeft het idee dat de motorrijder zijn foutieve opgave probeert recht te praten, te meer omdat de motorrijder tegen de expert niets over opknapkosten heeft gezegd.
Sloten en sleutels
Volgens de verzekeraar zat er reeds bij de aanschaf een ‘4 naar 1’-uitlaat op de motor. De motorrijder zegt dat het om een ‘4 naar 2’-uitlaat ging die zwaar beschadigd was en daarom voor f 500 vervangen moest worden. Deze bewering plaatst de uitspraak dat de motor bij aanschaf in goede staat verkeerde, volgens de verzekeraar in een vreemd daglicht. Het zou opnieuw een poging zijn het niet sluitende verhaal recht te breien.
De motorrijder had zijn vervoermiddel behalve met een stuur-contactslot beveiligd met een schijfremslot op het voorste wiel en een kettingslot op het achterste wiel. De twee laatste sloten heeft hij naar eigen zeggen in totaal voor f 120 aangeschaft.
Voor dit bedrag kunnen de sloten volgens de verzekeraar bij de opgegeven winkel nooit zijn aangeschaft. De motorrijder toont vervolgens aan dat de winkel Abus kettingsloten voor f 60 heeft verkocht. De combinatie kettingslot plus schijfremslot voor ongeveer f 120 is echter onmogelijk, meent de verzekeraar.
De door de motorrijder overhandigde sleuteltjes horen volgens de verzekeraar bij geplastificeerde kabelsloten, niet bij een schijfrem- of kabelslot. De motorrijder overlegt daarop een verklaring van de Abus-fabriek waarin wordt bevestigd dat de sleutels voor een kettingslot en een schijfremslot bestemd zijn. De verzekeraar blijft bij zijn bewering dat geen van de sleutels op een Abus-schijfremslot past. In latere correspondentie spreekt de motoreigenaar niet meer over een schijfremslot en een kettingslot, maar over twee kettingsloten.
De reservesleutels zijn volgens de motorrijder tijdens een verhuizing zoekgeraakt, maar na aanschaf van de Suzuki GSX is de man niet meer verhuisd. De motorrijder verklaart daarop de sloten al langer in bezit te hebben. Bij de aanschaf van de motorfiets blijkt dat de vorige eigenaar een slot heeft bijgeleverd, wat de motorrijder later toegeeft.
De verzekeraar heeft volgens de Raad van Toezicht op het Schadeverzekeringsbedrijf voldoende grond de door de motorrijder verstrekte informatie als een onjuiste voorstelling van zaken te interpreteren. De klacht van de motorrijder wordt daarom ongegrond verklaard.
Raad van Toezicht, uitspraak nr. III-96/36

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.