nieuws

Onduidelijkheden over begrip ‘verzekerbaar belang’ in aov

Archief

De omschrijving ‘verzekerbaar belang’ in het kader van de traditionele arbeidsongeschiktheidsverzekering leidt in de praktijk tot problemen. “Het lijkt er op dat elke maatschappij, of elke schadecorrespondent, zijn eigen interpretatie geeft aan de voorwaarden”, stelt voorzitter D. Faber namens de studieclub van assurantie-adviseurs van Friese Rabobanken.

Genoemde studieclub heeft een aantal malen over dit onderwerp gediscussieerd. De groep heeft zich eind april tot Afdeling Zorg van het Verbond van Verzekeraars gewend, maar wil graag een bredere discussie op gang brengen. Hieronder volgt het betoog van de Friezen:
“Jaren geleden is de correctiebepaling in rubriek B van de aov’s afgeschaft. Een ieder was hierover zeer verheugd; de bepaling gaf in de praktijk regelmatig de nodige problemen. Zonder dat er veel ophef over is gemaakt, is er wel een ander artikel opgenomen, namelijk de bepaling dat een verzekerde verplicht is te melden dat hij ‘geen of minder verzekerbaar belang heeft bij hetgeen verzekerd is’. Onduidelijk is echter wat hiermee nu precies wordt bedoeld. In ieder geval is in de voorwaarden niet omschreven wat er onder het begrip ‘verzekerbaar belang’ wordt verstaan. Is dit nettowinst uit onderneming of kan een post afschrijvingen hier bij worden opgeteld? In hoeverre moet er rekening worden gehouden met de WAZ-uitkering bij de vaststelling van het verzekerbaar belang? Als studieclub van assurantie-adviseurs van Friese Rabobanken hebben wij een aantal maatschappijen hierop aangeschreven. Geen der maatschappijen kan hier een helder antwoord op geven; van dezelfde maatschappij en soms dezelfde correspondent komen op dezelfde vraag verschillende antwoorden. Duidelijk is wel, dat de maatschappijen een uitkering verlagen als het gemiddelde inkomen te laag is ten opzichte van het verzekerde bedrag. Er is niet – zoals vroeger bij de correctiebepaling – een ondergrens ingebouwd. Geen inkomen kan dus nu betekenen geen uitkering; eertijds was de correctiebepaling alleen van toepassing boven een bedrag van f 20.000. Maar er zijn ook maatschappijen die nu zeggen (althans in de beantwoording van onze schriftelijke vragen en dus niet in de voorwaarden), dat er toch wel een uitkering zou moeten overblijven waarvan “de gezinsschoorsteen zal moeten kunnen roken”. Gezien de grote verschillen in beantwoording van dezelfde vragen en de onduidelijkheid die er dus ook bij schadecorrespondenten heerst, zouden wij graag zien dat dit probleem op sector-niveau wordt aangepakt. Wij zouden dus graag zien dat hier duidelijkheid komt, niet alleen voor onszelf maar vooral voor onze verzekerden. In de polisvoorwaarden zou duidelijk omschreven moeten worden, wat er onder ‘verzekerbaar belang’ wordt verstaan en hoe dit berekend dient te worden. Verder zou het een goede zaak zijn dat een eenmaal vastgestelde verzekerde som, welke naderhand op grond van een lager inkomen is verlaagd, weer zonder medische waarborgen zou kunnen worden verhoogd tot de oorspronkelijke (geïndexeerde) verzekerde som indien het inkomen later hiertoe de ruimte weer biedt. Als deze bepaling zou worden opgenomen, zou er jaarlijks een naverrekeningsformulier kunnen worden toegezonden. Een verzekerde betaalt dan niet te veel en heeft bij een eventuele uitkering geen problemen te verwachten met betrekking tot het verzekerde bedrag. Men wordt zich ook meer bewust van het belang van de aov. Zeker als een bank op grond van een financiering over inkomensgegevens beschikt, kan dit voor een bank die ook de arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft geregeld mogelijk onaangename gevolgen hebben. De situatie kan zich voordoen dat op de financieringsafdeling bekend is dat het inkomen, bijvoorbeeld door forse investeringen, lager is. Deze gegevens zullen bij de assurantie-afdeling niet altijd bekend zijn. Als dan een verzekerde arbeidsongeschikt wordt en met bedoelde polisbepaling wordt geconfronteerd (en dus minder uitgekeerd krijgt) zal de assurantie-afdeling daar op worden aangesproken. Verzekerde heeft immers te veel premie betaald voor zijn aov. Rekening houdend met een recente uitspraak van de Hoge Raad (een leegstaande boerderij i.v.m. overlijden) zou een bank dan weleens gehouden kunnen zijn de te veel betaalde premie terug te betalen. De rechter zal immers ook hier kunnen oordelen dat de gegevens bij de instelling bekend zijn en het dus een verantwoordelijkheid van de instelling zelf is dat die gegevens intern worden doorgeleid naar andere afdelingen. Wij willen graag een brede discussie over dit onderwerp op gang brengen.” Namens de studieclub assurantie-adviseurs Friese Rabobanken, Dirk Faber, voorzitter

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.