nieuws

‘Onderzoek nodig naar levensverzekeringen van oorlogsslachtoffers’

Archief

Drie joodse kerkgenootschappen hebben bij minister Zalm van Financiën aangedrongen op een onderzoek naar levensverzekeringen die met name door joodse oorlogsslachtoffers nog voor de Tweede Wereldoorlog zijn gesloten.

Volgens Ronnie Naftaniël van het Centrum voor Informatie en Documentatie over Israël (Cidi) bestaat hierover namelijk nog enige onduidelijkheid. “Nu diverse banktegoeden van joodse oorlogsslachtoffers boven water komen, lijkt het ons ook goed om naar levensverzekeringen te gaan kijken.”
“We willen daarbij geen kwade vinger in de richting van verzekeraars wijzen. We willen alleen wel duidelijkheid hebben.” Het Cidi heeft samen met de Federatie van Nederlandse Zionisten en Joods Maatschappelijk Werk een brief gestuurd naar minister Zalm. Daarin vragen zij aan de commissie Van Kemenade om niet alleen te kijken naar banktegoeden maar ook naar levensverzekeringen van oorlogsslachtoffers.
Volgens Naftaniël gaat het om twee categorieën. “Ten eerste de polissen waarvoor niemand zich meer heeft gemeld, omdat bijvoorbeeld een hele familie is omgekomen. Na de oorlog is de Nederlandse staat hiervan rechtmatig eigenaar geworden.” Volgens Naftaniël is (een deel van) die afkoopwaarde later door de staat aan de joodse gemeenschap uitgekeerd. “Onduidelijk hierbij is of alle polissen wel zijn overgedragen aan de Staat en wat de omvang van die overdracht precies is geweest.”
De tweede categorie zijn polissen waarvoor zich na de oorlog wel nabestaanden hebben gemeld bij verzekeringsmaatschappijen. Naftaniël zegt gevallen te kennen van nabestaanden die van de maatschappij te horen kregen, dat er enige tijd geen premie was betaald en dus geen uitbetaling kon plaatsvinden. Naftaniël wil weten in hoeverre dit klopt en hoeveel van die gevallen bestaan.
Verbond
Volgens Willem Terwisscha van het Verbond van Verzekeraars “is er niet de geringste aanleiding om te veronderstellen dat er enig joods oorlogstegoed bij verzekeraars aanwezig is”. Volgens hem hebben twee wettelijke maatregelen de kwestie na de oorlog afgehandeld.
“Eén van de maatregelen tijdens de oorlog tegen joden is geweest dat zij hun lopende levensverzekeringen moesten aanmelden. Die polissen werden afgekocht en alle ondergebracht bij de bank Lippmann Rosenthal & Co (Liro), die onder controle stond van de Duitsers. Hiervan is een zeer goede administratie bijgehouden.”
Na de oorlog, in 1948, zijn alle Liro-polissen door de Nederlandse regering vrijwel volledig hersteld. Hiervoor zijn de nog bij Liro aanwezige bankreserves gebruikt en reserves van de oorspronkelijke verzekeraars. Aan de rechthebbenden die zich vervolgens hebben gemeld, is een overlijdensuitkering gedaan.
In 1954 is ook een beslissing genomen over de polissen waarvoor zich geen rechthebbenden hadden gemeld. Die polissen zijn afgekocht door de Nederlandse Staat. Terwisscha weet niet wat die met de afkoopwaarde heeft gedaan.
Niet aangemeld
Waar de joodse organisaties nu naar verwijzen, zijn hoogstwaarschijnlijk de levensverzekeringen die door joden tijdens de oorlog níet zijn aangemeld bij de bank Liro, maar gewoon bij de oorspronkelijke verzekeraar zijn gelaten. De kans lijkt zeer wel aanwezig, dat een noemenswaardig aantal joden hun levensverzekering toen niet aan de Duitsers heeft gemeld.
Wat er met dergelijke polissen is gebeurd, kan Terwisscha niet zeggen. “Nogmaals, er is niet de geringste aanleiding om te denken dat er nog joodse tegoeden bij verzekeraars zijn. Maar wij zijn zeer bereid om hierover, zo mogelijk, meer duidelijkheid te geven. Daar is een ieder mee gediend.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.