nieuws

Onderzoek Consumentenbond wekt ongenoegen NVA en NBvA

Archief

Onderzoek Consumentenbond wekt ongenoegen NVA en NBvA

De Consumentenbond plaatste in het augustusnummer van de Consumenten-geldgids een artikel over een onderzoek onder honderd tussenpersonen. De conclusie was vernietigend: het geraadpleegde intermediair kreeg een ‘dikke onvoldoende’ voor zijn adviezen. De gehanteerde onderzoeksmethode en de teneur van het artikel schoten het NVA en de NBvA in het verkeerde keelgat.
De aanleiding van het onderzoek was de groeiende klachtenstroom over spaarplannen. De Consumentenbond ontving afgelopen twee jaar 700 klachten. Ook de Ombudsman Levensverzekering krijgt met steeds meer klagers te maken. Reden van het beklag is in veel gevallen de summiere aandacht voor de gevolgen van een voortijdige beëindiging van een levensverzekering.
De Consumentenbond benaderde ruim honderd tussenpersonen met de vraag “Ik wil sparen voor mijn kind, zodat ze straks kan studeren. Maar ik wil geen risico met mijn geld lopen, hoe pak ik dat het beste aan?” De fictieve vader is bereid per maand f 50 opzij te leggen. Het verzoek om het geld op een zo veilig mogelijke manier vast te zetten maakt een spaarrekening de meest voor de hand liggende oplossing, vindt de Consumentenbond. De ouders kunnen tijdens het sparen namelijk zonder al te veel verlies over het geld blijven beschikken. Slechts twee van de ruim honderd tussenpersonen wezen op deze spaarmogelijkheid.
Bij volledige benutting van de rentevrijstelling komt een spaarverzekering in aanmerking, omdat risico’s door de zekere beleggingen uitgesloten zijn. Het lage maandelijkse spaarbedrag van de vader maakt de kosten van een dergelijke verzekering relatief hoog. Bijna de helft van de tussenpersonen stelde de aanvrager deze vorm van sparen voor.
Beleggingsverzekering
De meest geadviseerde spaarvorm (door ruim de helft van het ondervraagde intermediair) was een beleggingsverzekering, waarvan het rendement hoger is dan van een spaarrekening. Deze manier van sparen sluit risico’s echter niet geheel uit. Het intermediair had de beleggingsverzekering volgens de Consumentenbond niet mogen adviseren, omdat de vader zekerheid zocht. Leden van de NBvA en de NVA adviseerden een beleggingsverzekering vaker dan niet-leden. Het ABC-plan van Amev was koploper onder de geadviseerde beleggingsverzekeringen. De Consumentenbond ondervond dat de tussenpersonen niet erg duidelijk waren over de hoeveelheid alternatieven naast de eerste voorgestelde beleggingsverzekering. Het verbaasde de Consumentenbond dat liefst 85% van het intermediair beweerde gratis te werken. De tussenpersonen verzwegen de provisie van 3 tot 5% die ze van de maatschappijen over de afgesloten beleggingsverzekeringen ontvangen, en die dus indirect door de klant wordt betaald.
De kennis van zaken was niet groot, zo bleek uit het onderzoek. De tussenpersonen maakten vaak geen onderscheid tussen garantiekapitaal (het geld dat de aanvrager zeker krijgt uitgekeerd) en het prognosekapitaal (het geld dat de aanvrager waarschijnlijk krijgt uitgekeerd). Zowel de becijferde garantie- als prognosekapitalen varieerden enorm.
De Consumentenbond signaleerde een gebrek aan kennis betreffende het uitgekeerde bedrag na voortijdige stopzetting van de verzekering en na eventueel overlijden van de vader. Bij voortijdige stopzetting wist slechts 20% het juiste bedrag of een reële indicatie te noemen, de uitkering na overlijden werd door 30% juist benaderd.
Tendentieus
Zowel de NBvA als de NVA maakt bezwaar tegen de onderzoeksmethode. De tussenpersonen werden telefonisch ondervraagd. “Voor een goed advies is het noodzakelijk dat de assurantietussenpersoon op de hoogte is van de financiële omstandigheden en achtergronden van de consument. Adviezen over een dergelijke ingewikkelde materie lenen zich niet voor telefonische afhandeling”, aldus de NVA. Overigens is de Consumentenbond zich hiervan bewust: “De proefpersoon beperkte zich tot telefonisch contact. Dit kan invloed hebben gehad op de advisering.” Volgens de NVA is het de taak van een goed adviseur de klant te wijzen op mogelijke alternatieven. De NBvA wijst erop dat uit een uitgebreid gesprek onder vier ogen vaak blijkt dat de consument best bereid is “een beperkt risico te lopen, als daar duidelijk hogere opbrengsten tegenover staan”.
De toonzetting is volgens de intermediairorganisaties onder de maat. De NBvA ergert zich aan de gewekte indruk dat de tussenpersoon zich bij de advisering voornamelijk zou laten leiden door het provisiebelang. De NBvA betreurt het dat de Consumentenbond voor publicatie niet eerst met de intermediairvertegenwoordigers heeft gesproken. Dan had de organisatie bijvoorbeeld kunnen vernemen dat men op het ogenblik bezig is de omschrijvingen van de begrippen garantie- en prognosekapitaal te standaardiseren om onduidelijkheden in het vervolg te vermijden.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.