nieuws

‘Onderneming moet uitvoering pensioenregeling tegen beste voorwaarden

Archief

kunnen kiezen’

De ondernemingen moeten alle vrijheid hebben om de uitvoering van de pensioenregeling die tussen werkgevers en werknemers overeengekomen is, in te kopen tegen de beste voorwaarden.
Als deze vrijheid van keuze van pensioenuitvoerder er niet komt, moet er een gebiedsafbakening blijven tussen pensioenfondsen en levensverzekeraars. In dat geval gaan de verzekeraars niet akkoord met de nieuwe terreinafbakening die ‘financiën’ en ‘sociale zaken en werkgelegenheid’ hebben voorgesteld.
Dit is de kern van het antwoord eind februari van het Verbond van Verzekeraars op de volgende twee vragen die de bewindslieden in november 1994 voorlegden aan het Verbond, aan de organisaties van pensioenfondsen en aan de Stichting van de Arbeid: Hoe kan de marktwerking in de pensioensector worden verbeterd?, en: Wat is uw oordeel over de voorgestelde nieuwe terreinafbakening?
Gedwongen winkelnering
Het Verbond wil afschaffing van de wettelijke verplichting voor de desbetreffende ondernemingen en beoefenaren van vrije beroepen om pensioen op te bouwen bij ‘hun’ bedrijfstak- of ‘hun’ beroepspensioenfonds.
Door opheffing van de ‘gedwongen winkelnering’ kunnen pensioenuitvoerders met hun produkten binnen de afgesproken pensioenregeling vrij concurreren in kosten en kwaliteit en kan de onderneming de voordeligste uitvoerder contracteren. Vrucht van deze marktwerking is volgens het Verbond dat het bedrijfsleven kan profiteren van meer efficiency, lagere pensioen(=arbeids)kosten en een grotere flexibiliteit. De concurrentiekracht wordt er groter door.
Bij verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen valt het pensioenoverleg buiten de marktwerking van de cao-onderhandelingen. Het wordt gevoerd binnen het bestuur van het fonds en de verplichtgestelde pensioenregeling is altijd nauwkeurig beschreven, waardoor het binnen een onderneming niet mogelijk is tot een meer flexibele opzet te komen. Verzekeraars willen het niveau en de inhoud van de pensioenregeling onderdeel laten uitmaken van het cao-overleg. Daarbij kunnen de onderhandelaars zich beperken tot de kaders en kan de onderneming de regeling invullen naar haar eigen belang. De onderneming heeft in die visie de vrijheid om voor de uitvoering van de regeling de beste aanbieder – in kwaliteit en prijs – te kiezen.
Bij een vrije keuze kan de onderneming van uitvoerder wisselen en kunnen naast de hele pensioenregeling ook onderdelen worden uitbesteed zoals de beleggingen, de administratie en de verzekering van risico’s, hetgeen de prijs kan drukken. PLT = De deelnemingsverplichting voor ondernemingen moet vervallen maar niet die voor de werknemers, vindt het Verbond. De bescherming van de PSW moet blijven en er is geen behoefte om de solidariteit binnen de onderneming ter discussie te stellen.
Terreinafbakening
Op het ogenblik mogen pensioenfondsen alleen collectieve pensioentoezeggingen uitvoeren (+ bepaalde vrijwillige individuele aanvullingen), en wel onder de voorwaarde dat de werkgever minstens 50% van de premie (bijdrage) betaalt.
De bewindslieden hebben een nieuwe gebiedsafbakening voorgesteld in de vorm van een definitie in de PSW van het begrip pensioentoezegging waarin voor het pensioenfonds de grens wordt bepaald. Een pensioentoezegging vloeit in die definitie voort uit een arbeidsrelatie en de werkgever is daarbij verantwoordelijk voor de afdracht van de pensioenbijdrage aan de pensioenuitvoerder. Er is dus geen rechtstreekse relatie tussen de deelnemer en het pensioenfonds. Daarmee vervalt het 50%-criterium.
Op grond van deze regeling wordt het gebied van pensioenfondsen verruimd, oordeelt het Verbond van Verzekeraars. Het Verbond vindt deze verruiming alleen acceptabel als de verzekeraars met de pensioenfondsen kunnen concurreren onder dezelfde voorwaarden (level playing fields). Dat betekent dan dat pensioenfondsen onder meer op het gebied van solvabiliteit, verslaglegging en belastingbetaling aan dezelfde voorwaarden onderworpen zijn als verzekeraars. Dit betekent eveneens dat er dan geen sprake meer kan zijn van gedwongen winkelnering voor ondernemingen.
Het voorstel van de bewindslieden houdt onder meer in dat het fondsen niet meer is toegestaan vrijwillige pensioenaanvullingen voor individuele deelnemers te verzekeren. Ook vervalt de mogelijkheid dat een werknemer na vertrek uit de onderneming, zijn pensioenopbouw bij het fonds voortzet.
Bij een duidelijke afbakening hoort ook het voorkòmen van de juridische ‘oplossing’ die sommige bedrijfstakpensioenfondsen bedenken om de wettelijke afbakening te ontlopen, aldus het Verbond. Het doelt hierbij op het oprichten van verzekeringmaatschappijen waarbij de volledige zeggenschap en het financieel beheer in handen is van het fonds.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.