nieuws

‘Omzet is voor ons niet heilig’

Archief

Door Jeannette Beentjes

Noem een willekeurige kerk in Nederland en je kunt er bijna staat op maken dat deze verzekerd is bij Donatus. De onderlinge uit Rosmalen heeft alle katholieke kerken in ons land in de boeken en bijna alle hervormde kerken. Een monopoliepositie waar menig verzekeraar jaloers op zal zijn. Toch heeft Donatus, die vandaag haar 150-jarig bestaan viert, door de ‘ontkerkelijking’ alle reden om zich te beraden op de toekomst. “We kunnen nog groeien in het reformatorische segment”, zegt directeur Jo Hermans. “Maar verwacht niet dat we ineens buiten de kerkelijke wereld gaan verzekeren. Waarom zouden we gaan knokken tegen de grote jongens?”
“Dat gelazer altijd…” Donatus-directeur Jo Hermans slaat met zijn hand op tafel als hij vertelt dat er de middag voor het interview brand is geweest in de hervormde kerk in Sprang-Capelle. Het krantenbericht ligt nog voor hem. De schade wordt geschat op enkele honderdduizenden euro’s. “Het dak heeft vlam gevat. Waarschijnlijk door loodgieterswerkzaamheden”, zegt hij. “Dat gaan we meteen uitzoeken. Er is al iemand van ons naar toe om de schade te bekijken.”
Hermans windt zich vooral op, omdat een week geleden de RK-kerk in het Noord-Hollandse Nibbixwoud grotendeels in de as is gelegd. De restauratie van de kerk was bijna afgerond. Alleen aan het dak moesten nog reparaties plaatsvinden. “Dat gebeurt toch zo vaak, brand nadat loodgieters of dakbedekkers bezig zijn geweest. Daarom schakelen we een onderzoeksbureau in om de oorzaak aan te tonen. Als blijkt dat een loodgietersbedrijf onzorgvuldig heeft gewerkt, dan verhalen we uiteraard de schade.” Hermans haast zich te zeggen dat het gros van de loodgieters en dakbedekkers zeer bonafide is en secuur werkt. “Anders krijg ik hier het complete loodgieterswezen op m’n dak…”
Renovaties aan kerken vormen een groot risico voor Donatus, legt hij uit. “Regelmatig ontstaan hier flinke schades door.” Toch ziet hij ook de positieve kant ervan in. “Na zoiets is men weer wakker geschud en ziet men in hoe belangrijk het is om goed verzekerd te zijn.”
Amsterdamse pastoor
Het is dit jaar precies 150 jaar geleden dat enkele katholieken van de Petrus en Paulus-parochie in Amsterdam besloten een eigen onderlinge brandwaarborgmaatschappij op te richten. De naam voor de onderlinge was snel gevonden: Sint Donatus is de beschermheilige tegen blikseminslag, dat immers een groot risico vormt voor kerken.
De directeuren van de onderlinge, die toen nog Sint Donatus heette, waren tot de jaren vijftig van de vorige eeuw allemaal pastoor. “Pas in 1950 werd de eerste, weliswaar katholieke, lekendirecteur benoemd”, zegt Hermans.
Zo’n kleine twintig jaar later besloot men ook hervormde kerken te gaan verzekeren. Dat kwam pas goed op gang toen de onderlinge de portefeuille van de hervormde zusterorganisatie Stormbrand overnam. De overname van deze polissen betekende destijds een uitbreiding van het verzekerd kapitaal met e 0,7 mld en een groei van de premie-inkomsten met ruim e 275.000. De andere koers van de onderlinge – die toen verder ging zonder het voorvoegsel Sint – bracht wel een statutenwijziging met zich mee: hervormden konden nu ook toetreden tot het bestuur.
De katholieke oorsprong van Donatus is vandaag de dag nog goed zichtbaar. Alle katholieken kerken in ons land zijn er verzekerd. Van de hervormde kerken zo’n 90%. De ontbrekende 10% is volgens hem verdeeld over meerdere verzekeraars. In het segment ‘reformatorische kerken en andere geloofsstromingen’ is zo’n 50% in Rosmalen verzekerd.
Bliksemafleider
In totaal heeft Donatus ruim vierduizend kerken in de boeken en 12.000 leden-verzekerden. Ook aanverwante gebouwen zoals kloosters, pastorieën en verenigingsgebouwen kunnen hier verzekerd worden. Daarnaast worden scholen en zorginstellingen, zoals verpleeg- en verzorgingstehuizen, die van oudsher vaak bij een orde of congregatie hoorden, door Donatus in dekking genomen. In totaal heeft de onderlinge vijfhonderd zorginstellingen in de boeken.
“De grote, monumentale kerken zijn meestal verzekerd tegen het catastroferisico: brand, storm en bliksem. Een inbraakje kunnen die kerken zelf wel betalen. De kleinere zijn vaak ook tegen inbraak verzekerd of op de zogenaamde uitgebreide condities, inclusief glas.”
Hermans zegt enorm veel aan preventie te doen. “Onze buitendienst adviseert kerken op dit gebied. Zo adviseren we bijvoorbeeld om voor devotiekaarsen speciale metalen offertafels te gebruiken en om toezichthouders in de kerk rond te laten lopen om diefstal te voorkomen. Maar helaas zijn de kerken steeds meer gedwongen om overdag te deuren te sluiten. Dat is spijtig…”
Opvallend is dat Donatus een bliksemafleider niet verplicht stelt. Volgens Hermans beschikken lang niet alle kerktorens in ons land over dergelijke apparatuur. “Dat kunnen we eenvoudigweg niet eisen, hoor. Een beetje bliksemafleider kost enorm veel geld. Dat kan een gemiddeld kerkbestuur niet zomaar opbrengen!” Hij geeft toe dat bliksemschade de laatste jaren flink toegenomen is. “Dat komt, omdat er in de meeste kerken steeds meer elektronische apparatuur staat, met alle gevolgen van dien.”
Ook inbraakbeveiliging is een teer punt bij veel kerken. “Als er weer is ingebroken, gaan we wel kijken wat er aan de beveiliging gedaan kan worden. Maar we zullen zelden harde eisen stellen. Dat doen wij niet.”
Verder verzekert Donatus de inventaris van de kerk. “De taxatie hiervan is echt specialistenwerk. De gemiddelde expert kan echt niet uit de voeten met de kerkelijke kunst” stelt Hermans. “Onze mensen weten bijvoorbeeld kelken of monstransen (zilveren ‘standaard’ waarin de hostie ter verering wordt tentoongesteld, red.) meteen op waarde te schatten. En het verzekeren van kerkorgels is natuurlijk een vak apart.”
Aanstraalverlichting
Behalve de opstal en -inventarisverzekering biedt Donatus een kostbaarhedenverzekering voor schilderijen en andere versierselen in de kerk. Daarnaast kan een kerkbestuur ervoor kiezen de grafmonumenten bij Donatus te verzekeren. Deze polis wordt per begraafplaats gesloten en niet voor afzonderlijke grafmonumenten. De kosten van herstel of het ruimen van het beschadigde grafmonument worden vergoed tot e 1.500. De maximum vergoeding per begraafplaats bedraagt e 75.000. Er is keus uit een vandalismedekking en een dekking voor ‘alle van buiten komende onheilen’.
Volgens Hermans gaan steeds meer kerken er toe over de begraafplaats te verzekeren. “Grote vernielingen aan grafmonumenten komen gelukkig maar een paar keer per jaar voor. Het zijn nog incidenten. Maar de schade is in het algemeen groot.” In totaal heeft Donatus ongeveer achthonderd begraafplaatsen verzekerd.
Als extraatje heeft Donatus nog een polis voor schade aan de aanstraalverlichting; dit is de lichtbron waarmee onder meer gevels en torens verlicht worden. “Dit product, en dat geldt eigenlijk ook voor de grafmonumentenverzekering, hebben we ontwikkeld omdat onze verzekerden daar behoefte aan hadden. Waar het ons puur om gaat, is het belang van de leden te dienen.”
Bemiddeling
De bemiddeling in verzekeringen ziet Hermans eveneens als zo’n extra service voor de leden. Die dienstverlening vormt overigens wel een aardige bron van inkomsten: de bemiddelingsportefeuille groeide vorig jaar met 20% tot e 0,36 mln. Volgens Hermans heeft de groei onder meer te maken met een aantal premieverhogingen en met het sluiten van een groot collectief aansprakelijkheidscontract binnen de RK-kerk.
De bemiddelingsportefeuille omvat naast aansprakelijkheid, een ongevallenpolis voor vrijwilligers, rechtsbijstand “en verder alle andere particuliere verzekeringen”. Onder deze laatste noemer vallen onder meer autoverzekeringen, bijvoorbeeld voor een pastoor of dominee of anderen in loondienst bij een bij Donatus verzekerde instelling. Opvallend is dat Donatus het casco-deel voor eigen rekening neemt. Het WA-deel wordt ondergebracht bij Nationale-Nederlanden. In totaal heeft Donatus vijfduizend auto’s in portefeuille. “Ik geloof dat we in de cascotekening al tien jaar de premie niet meer hebben verhoogd”, zegt hij lachend.
Andere mentaliteit
Ook wat de premierestitutie betreft zit Donatus op een vaste lijn. “Onze leden krijgen al twintig jaar 50% van hun premie retour”, zegt Hermans trots. “Een winstoogmerk hebben we als onderlinge immers niet.”
In tegenstelling tot de meeste brandverzekeraars is het technisch resultaat van Donatus geen zorgenkindje: vorig jaar kwam dit uit op e 7,1 mln, tegen e 4,9 mln het jaar daarvoor. Dat dit mede te wijten is aan de doelgroep van Donatus, staat voor Hermans vast. “Wij hebben te maken met een heel ander type verzekerde. De moraliteit van onze doelgroep is gunstig. Ik zeg altijd maar: ‘Wij hebben twee soorten verzekerden, goede en héle goede’. Je denkt toch niet dat een kerkbestuur afspreekt: ‘Okee jongens, nu gaan we Donatus eens een poot uitdraaien?’ Ik durf te stellen dat fraude bij ons bijna niet voorkomt. Vergeleken met andere verzekeraars zijn wij daarom heel makkelijk. Wij doen niet moeilijk over bonnetjes. Belt een dominee dat hij een brandgaatje in zijn broek heeft, dan gaan we niet vragen hoe oud die broek is en wat die gekost heeft. Nee, we zeggen: ‘Meneer de dominee, koop meteen maar een nieuwe broek en stuur ons de rekening’. Dat is onze manier van verzekeren. Maar ja, wij hebben makkelijk praten.”
Die andere mentaliteit van de doelgroep blijkt volgens hem goed uit bedankjes die binnenkomen in Rosmalen. “We krijgen soms handgeschreven briefjes van nonnetjes die ons bedanken als we bijvoorbeeld een habijt vergoed hebben. Waar maak je dat nog mee?”
De doelgroep van Donatus onderscheidt zich volgens Hermans ook in een ander opzicht van die van andere verzekeraars. “Onze verzekerden zijn werkelijk hondstrouw. Ze zien ons echt als hun club en ze zullen er dan ook niet aan denken om naar een andere verzekeraar te stappen. Wij kennen simpelweg geen opzeggingen. Ik kan me echt niet herinneren dat we ooit een kerk zijn kwijtgeraakt. Toen ik hier net begon, ruim tien jaar geleden, keek ik daar wel van op. Aan het einde van het jaar vroeg ik: ‘Oké, hoeveel opzeggingen hebben we gehad?’ Ze keken me hier toen heel vreemd aan”, zegt hij lachend.
Overigens stoot Donatus zelf wel eens een verzekerde af. “Als een kerk niet meer gebruikt wordt voor de eredienst, dan is het voor ons over. En soms wordt er natuurlijk wel eens een kerk gesloopt.”
Ontkerkelijking
Donatus verkeert in de luxe positie dat het geen echte concurrent heeft, al jaren een prima resultaat boekt en over een flink eigen vermogen (e 30 mln) beschikt dat elk jaar toeneemt. Zo op het eerste gezicht lijkt er dus geen vuiltje aan de lucht voor de onderlinge verzekeraar.
Toch grijpt Donatus het jubileumjaar aan om zich te bezinnen op de toekomst. De ontkerkelijking in ons land is immers een groot risico voor een verzekeraar die vrijwel alleen kerken in de boeken heeft. “Onderzoek heeft geleerd dat er over tien jaar tien procent minder kerken in ons land zijn. Dat is aardig wat. We moeten dus voorbereid zijn op de vraag: als de omzet afneemt, is het onderling verzekeren dan nog steeds in het belang van onze leden? Want dáár draait het om. Maar die vraag is nu niet aan de orde.”
Hermans ziet nog wel degelijk groeimogelijkheden voor de onderlinge. “Er zijn tussen de 4.500 en vijfduizend kerken in ons land, daarvan hebben wij er ruim vierduizend verzekerd. Binnen de gereformeerde kerken en andere reformatorische geloofsstromingen hebben we nog maar de helft in de boeken. Daarnaast kennen we natuurlijk ook nog de moskeeën.” Op de vraag of het verzekeren van een moskee vandaag de dag een groter risico vormt dan andere kerken, zegt hij: “Als het een prima steen/hard gebouw is met een harde dakbedekking, zie ik geen enkel probleem.”
Ook op het gebied van de zorginstellingen gaat Donatus meer de boer op. “We gaan actiever acquireren. Daar zie ik zeker nog groei. Maar verwacht niet dat we buiten onze niche gaan opereren. Waarom zouden we ons in hemelsnaam gaan begeven in een wereld, waar andere verzekeraars elkaar al flink beconcurreren? We blijven dat doen waar we goed in zijn: klein maar fijn.”
Ook zal Donatus volgens hem niet gauw in allerlei nieuwe avonturen stappen. “Wij doen geen gekke dingen, dat hebben we nooit gedaan. Je ziet verzekeraars soms heel wild met iets nieuws beginnen – neem de talloze internetinitiatieven – en na een tijdje stoppen ze er weer mee. Bij ons is degelijkheid troef. Omzet is voor ons niet heilig. Wij gaan door voor de 175.”
Taak PVK
Dit jaar is Donatus overigens wel met iets nieuws gestart: de eigen herverzekeringsdochter Dona Re. Donatus werkt nu samen met een herverzekeringsmakelaar die de risico’s onderbrengt bij herverzekeraars. Via Dona Re, die om fiscale redenen in Zwitserland zit, wil Donatus een deel van de portefeuille in eigen huis herverzekeren. “Herverzekeraars verdienen al zo’n vijftien jaar veel aan ons, we brengen aardig wat geld weg. Het wordt nu eens tijd om wat van die herverzekeringspremies in eigen huis te houden. Als we net zulke goede resultaten boeken als de afgelopen tien jaar, lukt dat wel.”
Ook is dit jaar de structuur van de onderlinge veranderd. Was vroeger het bestuur aansprakelijk, nu is dat de directie. Logisch, vindt Hermans: degene die de dagelijkse leiding heeft en een beetje verstand heeft van verzekeren, moet ook verantwoordelijk zijn. “Je ziet bij heel veel kleine onderlingen, dat er mensen in het bestuur zitten die weliswaar een paar keer per jaar vergaderen, maar die – met alle respect – geen kaas hebben gegeten van verzekeren. En moeten die dan aansprakelijk zijn? Degene die verantwoordelijk is voor het dagelijkse reilen en zeilen én verstand heeft van verzekeren, die moet aan zijn jas getrokken kunnen worden.” Het is de taak van de Pensoen- en Verzekeringskamer (PVK) om dit meer uit te dragen, vindt Hermans. “Wij hebben dit op eigen initiatief gedaan, niet omdat Apeldoorn ons daarom vroeg.”
Hij ontkent dat de veranderde structuur het voorstadium is van een transformatie naar een NV of dat hiermee de weg is vrijgemaakt voor een eventuele overname. “Ook hier geldt: zolang het in het belang van onze leden is, gaan wij gewoon door als onderlinge.”
Jo Hermans (54)is net als de Donatus-directeuren van het eerste uur van katholieke huize. Na zijn studie Rechten zette hij zijn eerste stappen in de verzekeringsbranche bij Royal Nederland. Daarna werkte hij bij industrieverzekeraar Gerling en Bovag-dochter Bovemij, waar hij onder meer de functie vervulde van hoofd Acceptatie. Tien jaar geleden zag hij dat Donatus een vacature had voor de functie van adjunct-directeur. “Dat leek me wel wat. Ik was privé ook al actief in de kerkelijk wereld, namelijk als bestuurslid van een charitas-instelling.” Vier jaar later werd hij directeur. Hij voert samen met voorzitter Louis Van Zutphen de directie over de onderlinge. “Wat ik nog steeds leuk vind, is dat iedereen elkaar kent in het kerkelijke wereldje en dat je ook heel goed op de hoogte bent van de ontwikkelingen binnen de kerk. En onze doelgroep is natuurlijk heel bijzonder.”
Jo Hermans bij het beeld van de heilige Donatus: “Fraude komt bij ons niet voor en onze verzekerden zijn hondstrouw. Opzeggingen kennen we niet”.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.