nieuws

Ombudsman: ‘Afkoopwaarde van 28% is gebruikelijk’

Archief

Na aan maandpremies ruim e 8.500 te hebben betaald voor een Variabel Investeringsplan (VIP) biedt verzekeraar Amev 31 maanden later een afkoopwaarde van bijna e 2.400. Polishouder én tussenpersoon kunnen dat bedrag, gelijk aan 28% van de betaalde premies, niet geloven en dienen een klacht in bij de Ombudsman Verzekeringen. Deze concludeert echter dat dit bedrag “redelijk” is.

“Redelijk in het kader van hetgeen in het levensverzekeringsbedrijf algemeen gebruikelijk is”, zo omschrijft de Ombudsman het criterium waaraan een afkoopwaardeberekening wordt getoetst. De twee andere criteria zijn de juistheid van de door Amev gehanteerde methodiek en grondslagen én de correctheid van de berekening. De Ombudsman heeft een speciaal actuarieel rapport laten opstellen en kan tot geen andere conclusie komen dan dat deze afkoopwaarde van 28% “redelijk” is.
“Ik zal uw gevoel van teleurstelling waarschijnlijk niet kunnen wegnemen”, zo voorvoelt Ombudsman Jan Wolter Wabeke in zijn brief aan de verzekeringnemer. Zijn secretaris Diever laat telefonisch weten dat hij “zich kan voorstellen dat een polishouder hier humeurig van wordt”. Huidig tussenpersoon Jørgen Seunke (Amstelveen) kan het humeur van zijn klant iets nauwkeuriger omschrijven. “Die is geschokt en voelt zich bestolen. Ik vind het zelf trouwens ook schokkend. Ik heb best wel eens afkoopwaardes gezien van rond de 60%, maar dit is een gotspe.”
Eerste kosten
Het aan de Ombudsman voorgelegde geval betreft een aan een hypothecaire lening verbonden gemengde levensverzekering, met overlijdensdekkingen van e 260.924 op het leven van de nu 30-jarige man en e 113.445 op het leven van de één jaar jongere vrouw. De polis is op de eerste dag van dit millennium ingegaan en kent een einddatum in 2030. Per maand wordt een premie van e 275,44 betaald. Verkoop van het huis en dus aflossing van de hypothecaire schuld is de reden voor het beëindigen van de daaraan gekoppelde levensverzekering.
Uit het rapport van de door de Ombudsman ingeschakelde actuaris blijkt hoe Amev na 31 maanden premiebetaling aan een afkoopwaarde van 28% is gekomen. De grootste hap van de bruto-inleg van e 8.539 gaat op aan eerste kosten: e 3.458, oftewel 40,5%. De risicopremies (groot e 809) verorberen nog eens 9,5% van de premiebetalingen, waardoor de polishouder al de helft van zijn inleg kwijt is. Kosten voor polisopslag, beheerloon en aan- en verkoop van aandelen zetten de netto-inleg op e 3.671, oftewel 43% van de bruto-inleg.
Provisie
De houder van de unit-linkedverzekering heeft vervolgens de pech dat de beleggingen de laatste twee jaar niet succesvol zijn. Het beleggingsresultaat is negatief en ‘roomt’ nog eens 8% van de bruto-inleg af. Ten slotte krijgt hij nog een rekening gepresenteerd voor nog niet verrekende eerste kosten, omdat de polis binnen vijf jaar – de verdientermijn voor de provisie – wordt afgekocht. Dit bedrag (e 613) is goed voor 7% van de totale premiestortingen en brengt de afkoopwaarde op 28% daarvan.
Dat Amev nog provisie kan terugvorderen van de oorspronkelijke tussenpersoon Holland Huis Assurantiecentrum, heeft geen directe invloed op de afkoopwaarde. Die ‘meevaller’ heeft Amev al in de afkoopwaarde verrekend en kan voor Amev – bij oninbaarheid ervan – alleen maar tot een financiële tegenvaller leiden; de afkoopwaarde wordt hierdoor niet beïnvloed.
Verbod eerste kosten
Geconfronteerd met bovenstaande uitspraak van de Ombudsman herhaalt de Consumentenbond zijn eerdere oproep tot een verbod op afsluitprovisie. “Wij zijn een groot voorstander van doorlopende provisie. De branche praat al jaren over dit onderwerp, maar er verandert in de praktijk vrijwel niets. Misschien moet het dan maar eens wettelijk opgelegd worden”, zo zei bondsmedewerker Rob Goedhart een jaar geleden al eens in AM (nr. 24 van 2001).
Eerder dit jaar klaagde de werkgroep ‘Overstapkosten’, in het kader van het overheidsproject Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit (MDW), eveneens over de hoge eerste kosten bij levensverzekeringen. Eén van de aanbevelingen van de werkgroep is een verbod op het in rekening brengen van hoge kosten in de eerste jaren van een levensverzekering “Kosten van tussenpersonen en verzekeraars worden, voor veel consumenten onopgemerkt, in de eerste jaren van een levensverzekering in rekening gebracht. Wie wil switchen, is gedwongen zijn verlies te nemen. Een gebrek aan transparantie verklaart het voortbestaan van deze hoge overstapkosten”, zo formuleerde de werkgroep. Opname van de provisiehoogte in de Financiële Bijsluiter zou, naast het verbod op verlaagde allocatie, een oplossing voor het probleem zijn.
Machtiging
Het zit de polishouder in deze casus niet mee. Eind maart trekt hij de incassomachtiging voor de premiebetaling per brief aan Amev in, maar dat heeft geen effect. Nog tot en met deze maand incasseert Amev de maandpremies van e 275,44. De reden is niet duidelijk en Amev laat dat zo: “Wij gaan in de media niet in op individuele gevallen”.
De afkoopwaarde is inmiddels wel geactualiseerd tot e 2.908 per 1 december van dit jaar. Afgezet tegen een in april opgegeven afkoopwaarde van e 2.534 per 1 mei 2002 is er van de zeven betaalde maandpremies (totaal e 1.928) welgeteld e 374 toegevoegd aan de poliswaarde. Da’s toch gauw 19%, oftewel een rendement van -81%!

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.