nieuws

NVGA wil model staan voor volmachtbedrijf

Archief

door Richard Vroom

In de eerste 35 jaar van haar bestaan had de NVGA, de Nederlandse Vereniging van Gevolmachtigde Assurantie-agenten, vooral een ontmoetingsfunctie voor de leden. Onder impuls van de in 1993 aangetreden voorzitter Fons Stoffels is vijf jaar geleden een proces van professionalisering in gang gezet. Stoffels heeft afgelopen maand de aanvoerdersband overgedragen aan Arie van den Ende, die als voorzitter van de Werkgroep NVGA 2000 van begin af aan bij de vernieuwing betrokken is geweest.
Terwijl het aantal beursgevolmachtigden in de jaren negentig in rap tempo slonk – uitmondend in de opheffing van hun organisatie (Vabar) in 1997 – maakt het provinciale volmachtbedrijf een doorlopende groei door. Want ondanks het fusiegeweld, is het aantal gevolmachtigden in het afgelopen jaar verder gestegen: van 390 naar 406.
Volgens de nieuwe NVGA-voorzitter Arie van den Ende is zowel bij het intermediair als bij verzekeraars de animo voor het volmachtbedrijf gegroeid. “Dat valt deels samen met het hogere kostenbewustzijn bij verzekeraars. Sinds zij er van doordrongen zijn dat het werken met volmachten substantieel lagere kosten met zich meebrengt, is de belangstelling ook bij hen weer toegenomen.”
Kleinere eenheden
Van den Ende, die leiding geeft aan de gelijknamige financiële dienstengroep in het Westland (acht vestigingen, negentig medewerkers) heeft een uitgesproken visie op structuur en omvang van (bedrijfs)organisaties.
“We moeten een beetje oppassen voor ‘oud-economisch denken’, in de trant van: wat groot is, is goedkoop. In de praktijk blijkt dat je daar niet efficiënter van wordt. Vaak neemt de arbeidsproductiviteit af. In kleinere eenheden kun je de dingen meestal efficiënter organiseren. En dat weegt dan ruimschoots op tegen de schaalvoordelen die grotere bedrijven bij inkoop kunnen boeken.
Voor de duidelijkheid: het heeft niet specifiek met verzekeraars te maken. Het is toch wel opzienbarend als Ford zegt, dat zij stopt met het zelf produceren van auto’s, met als motivering ‘Dat kunnen onze toeleveranciers veel beter dan wij’. Daarom is het ook niet vreemd, dat schadeverzekeraars streven naar regionale volmachtbedrijven. Waar de maatschappijen voorheen angst hadden om te worden teruggedrongen in de pure risicodragersrol, gaan ze dat nu juist op prijs stellen.”
Slagvaardigheid
Een van de grote problemen voor de slagvaardigheid en efficiency van veel verzekeraars is, dat zij nog (moeten) werken met software uit de jaren zestig, zeventig, ook al zijn daar in de loop der tijd allerlei aanpassingen aan gepleegd.
Van den Ende: “De assurantiesoftware die door volmachtbedrijven wordt gebruikt is relatief nieuwe software. Bovendien hebben wij over wenselijke aanpassingen regelmatig overleg met de vier belangrijke systeemhuizen in onze sector: ACT, Anva, Cava en CCS.”
“We merken dat ook bij verzekeraars die tot dusver geen volmachtstrategie hadden, er duidelijk meer belangstelling ontstaat om het volmachtbedrijf als een apart distributiekanaal te gaan beschouwen. Het stelt een maatschappij in staat om relatief snel marktaandeel te verwerven. Volmachtbedrijven zijn in het algemeen succesvolle kantoren, zij boeken zelfs nog behoorlijke groei in de particulieren-tekening.” In een terugblik geeft Van den Ende aan, dat in de jaren zestig maatschappijen tot het verlenen van volmachten overgingen als een beloning voor langjarig goed presteren als tussenpersoon. “Het was meer een bekroning achteraf. De inhoud van de volmachtovereenkomst werd dan ook helemaal bepaald door de betrokken verzekeraar. Verkreeg een kantoor van meerdere verzekeraars een volmacht, dan waren dat allemaal apart geredigeerde overeenkomsten.” Daarom kwam het voor de NVGA-leden als geroepen, dat binnen hun organisatie de Commissie Juridische Zaken een model voor een volmachtovereenkomst ontwikkelde. Van den Ende: “Het streven naar standaardisering en het voorkomen van doublures is de gevolmachtigden op het lijf geschreven. Daarom is er verder ook een model-poolovereenkomst en bovendien is een voorbeeldagentenovereenkomst in de maak.”
Zelfbewuster
In de gemoedelijker jaren zestig en zeventig werden volmachten over het algemeen zelden opgezegd. Zelfs opeenvolgende verliesjaren werden welwillend gedoogd. Maar daarna werd het allemaal een stuk zakelijker. In de periode van eind jaren tachtig, begin jaren negentig hebben diverse schadeverzekeraars hun volmachtportefeuilles gesaneerd. “Maar ook de gevolmachtigden zijn over het algemeen professioneler en zelfbewuster geworden”, stelt Van den Ende. “Dat betekent dat het vaker voorkomt dat de gevolmachtigde het initiatief neemt om een volmacht te beëindigen, bijvoorbeeld omdat de strategie van de betrokken maatschappij niet meer spoort met die van de gevolmachtigde of omdat de gevolmachtigde meer een eigen doelgroepenbeleid wil bepalen.”
De groei van de NVGA spoort met de toegenomen populariteit van het volmachtbedrijf als zodanig. “Van de in totaal 406 gevolmachtigden zijn er nu 156 lid van de NVGA en het marktaandeel van onze leden is veel groter dan die getallen doen vermoeden. Uit het bedrijfsvergelijkend onderzoek over 1998 is gebleken, dat onze kantoren in Schade (exclusief Zorg) een marktaandeel van 15,17% hebben. Voor de goede orde: het gaat daarbij om het premie-inkomen van de volmacht- én de bemiddelingsactiviteiten.”
In zijn algemeenheid laten de gevolmachtigden een beter resultaat zien dan de directe tekening van verzekeraars, weet Van den Ende. Om dit met cijfers te staven, vraagt de NVGA in het zojuist uitgezette bedrijfsvergelijkend onderzoek over het jaar 1999 naar de technische resultaten van de leden.
Ook op dit punt werkt de NVGA aan standaardisering. Van den Ende: “Er zijn dertig verzekeraars die een substantieel volmachtbedrijf runnen. Die hebben allemaal nagedacht over de opbouw van hun resultatenrekening. Als je als gevolmachtigde acht volmachten hebt, dan kun je met acht methodes te maken hebben. Dan ligt het op de weg van ons als NVGA om een model te ontwikkelen, waarin alle variaties die een verzekeraar kan hebben, opgenomen zijn. Met zo’n model kan iedereen veel sneller en overzichtelijk werken.”
Toelatingseisen
De NVGA legt een zwaar accent op professionaliteit, en is daarom bezig met een programma van permanente educatie en stelt scherpere eisen aan het lidmaatschap. De toelatingscriteria worden als volgt:
– de feitelijk leider van het volmachtbedrijf dient in het bezit te zijn van het volmachtdiploma en als zodanig te zijn ingeschreven in het register van de Kamer van Koophandel. De betrokken man of vrouw dient ook een verklaring van goed gedrag te overleggen;- het volmachtbedrijf moet worden uitgeoefend namens minimaal twee verschillende volmachtgevers, niet zijnde eventueel aanwezige deelvolmachten, zoals bijvoorbeeld reis- en rechtsbijstandverzekeringen;- er dient een bewijs van beroepsaansprakelijkheidsdekking voor het volmachtbedrijf te worden overgelegd met een verzekerde som van minimaal 5 miljoen gulden per gebeurtenis. Voor bestaande leden die niet voldoen aan bovenstaande criteria komt er een overgangsregeling.Starterspakket
Om lid te kunnen worden van de NVGA moet je uiteraard al gevolmachtigde zijn. De behoefte aan informatie over wat er allemaal bij het volmachtschap komt kijken, is evenwel het grootst in de fase dat je nog geen gevolmachtigde bent maar dat wilt gaan worden.
Van den Ende: “Als je lid van de NVGA wilt worden, heb je dus al bij minimaal twee verzekeraars een volmachtovereenkomst getekend. Maar misschien had je juist wel in beide gevallen gebruik willen maken van het model dat door de NVGA is ontwikkeld.”
Om deze kip-eiproblematiek te doorbreken heeft de NVGA een starterspakket ontwikkeld voor de aspirant-gevolmachtigden. De organisatie wil actief de markt op met dat pakket en is bezig er een mentorensysteem aan te koppelen. “Het ligt dan in de bedoeling dat een van onze leden die zich daarvoor hebben aangemeld, een paar uur op bezoek gaat bij een aspirant-gevolmachtigde om te vertellen waar hij of zij op moet letten. Na zo’n introductiegesprek kan eventueel een verdere vorm van begeleiding worden afgesproken.”
Van den Ende ziet tot zijn verbazing herhaaldelijk dat relatief zeer kleine kantoren aan een volmachtbedrijf beginnen. “Maar je hebt er toch echt wel een zekere schaalgrootte voor nodig en ook de automatisering moet goed voor elkaar zijn.”
Momenteel vaart een aspirant-gevolmachtigde vooral op de informatie die hij ontvangt van de aanstaande volmachtgevende verzekeraar(s). “Het ligt natuurlijk meer voor de hand dat dit door een branche-organisatie gebeurt. Diverse verzekeraars die van onze plannen hoorden, hebben al laten blijken dat ze aspirant-gevolmachtigden graag willen wijzen op dat starterspakket van ons.”
Internet
Er bestaat op Internet al wel een www.nvga.nl, maar die is van de Nederlandse vereniging van Verwerkers van Gevaarlijke Afvalstoffen. Bij de assurantie-NVGA is een beleidsnotitie over Internet op komst. “Wij filosoferen over Internet- en intranettoepassingen. Daarbij wordt met name gedacht aan de informatievoorziening aan de leden en om de ontwikkelde modelovereenkomsten erop te zetten. De NVGA heeft op zich geen rol naar de consument toe, maar een site kan wel nuttig zijn voor onze image-building, bijvoorbeeld richting het intermediair met het starterspakket.”
Overigens wil Van den Ende nog wel iets kwijt over het veelbesproken medium. “Vaak wordt gezegd dat Internet niet zo’n geschikt instrument is voor het intermediair, maar dat gaat volgens mij niet op voor het grotere intermediair dat een volmachtbedrijf heeft. Met name in de fabrieksfunctie kan de gevolmachtigde veel dingen doen. Ik zie allerlei gevolmachtigden die met allerlei aanbieders bezig zijn creatieve productoplossingen aan te bieden op Internet.”
Schaalvergroting
De bundeling van grote intermediairs- annex volmachtbedrijven laat de NVGA als organisatie niet onberoerd. “Naar aanleiding van het ontstaan van de Kamerbeek Meeùs Groep is er een bezinningsbijeenkomst gehouden. Wat betekent deze ontwikkeling voor onze vereniging in het krachtenveld van de totale verzekeringswereld?”
“Een praktische vraag is: hoe gaan die nieuwe ondernemingen om met lidmaatschappen van organisaties. Blijven het vijftien NVGA-leden of wordt het er maar één?” Dat dit geen theoretische kwestie is, blijkt uit het recente verleden. De AON-groep heeft per 1 januari van dit jaar het lidmaatschap van zes dochterondernemingen opgezegd, omdat ze nu één centraal volmachtbedrijf heeft. Van den Ende: “Dat scheelt dus vijf keer contributie, maar dat is voor een slanke organisatie als de onze wel op te vangen.”
“Een belangrijk negatief gevolg kan echter zijn, dat je allerlei mensen van dochterondernemingen die activiteiten binnen de vereniging vervullen, kwijt kan raken. Dat is misschien nog wel ingrijpender dan het financiële aspect.”
Onafhankelijkheid
“Als wij het als NVGA hebben over onafhankelijkheidswaarborgen, dan is de vraag wie de aandeelhouders zijn voor ons niet zo’n wezenlijk item. Zo is Westland/Utrecht (100% ING – RV) al jaren lid van onze vereniging. Voor ons is veel meer van belang of die organisatie professioneel is en of ze van meerdere verzekeraars volmachten hebben.”
Van den Ende vervolgt als bevlogen voorzitter: “Het volmachtbedrijf is hét distributiekanaal van de toekomst. Het heeft enorme groeikansen. Tijdens een recente workshop van de NVGA werd de volgende stelling in het geding gebracht: ‘De positie van de gevolmachtigde als distributiekanaal wordt versterkt door minderheidsdeelnemingen van verzekeraars in gevolmachtigden’. De meerderheid van de leden was het eens met die stelling. Ik heb zelfs collega’s horen betogen, dat indien wij als NVGA dat streven naar minderheidsbelangen promoten, dat we wellicht bij verzekeraars de trend naar meerderheidsbelangen kunnen doorbreken. Want als de ontwikkeling op dat vlak in het huidige tempo doorgaat, is straks de meerderheid van de grote intermediairbedrijven in handen van verzekeraars.” “Als wij maatschappijen ertoe kunnen bewegen om hun participaties te beperken tot minderheidsbelangen, bijvoorbeeld hooguit 25 tot 30% – en zonder productieverplichtingen – dan zou dat weleens in het voordeel van de gehele sector kunnen zijn. Want als je wilt groeien, heb je financiële middelen nodig. Die kun je lang niet altijd uit de normale bedrijfsuitoefening halen. Dan kun je kiezen: ik groei niet of ik pak die kansen. Risicodragende participaties zijn dan op zich een aantrekkelijke mogelijkheid.”
Desgevraagd laat Van den Ende weten, dat zijn eigen bedrijf het zonder participaties van verzekeraars doet.
Toezicht
De Verzekeringskamer heeft vorige maand bij de presentatie van haar jaarverslag laten weten, dat zij de gehele bedrijfstak onder haar hoede zou willen nemen. Dus niet alleen het toezicht op de verzekeraars, maar ook op alles wat daaronder zit, derhalve gevolmachtigde agenten en het intermediair.
“Wij zijn natuurlijk voorstander van een goede controle op kwaliteit. Maar of het op deze wijze moet gebeuren, is een punt waar wij een vraagteken bij zetten. Het uitgangspunt is voor ons de volmachtovereenkomst tussen verzekeraar en de gevolmachtigde. In die overeenkomst is de controle geregeld, onder meer door middel van kwartaalrapportages. In de meeste volmachtovereenkomsten is ook vastgelegd, dat de verzekeraar tussentijdse controles kan uitoefenen. En dan gaat het niet uitsluitend om de cijfers, maar bijvoorbeeld ook om de vraag of de polissen conform de afgesproken polisvoorwaarden zijn afgegeven. Al onze cijfers zitten in feite in de rapportages van verzekeraars aan de Verzekeringskamer. De vraag is, in welke mate daarbij op detailniveau inzicht wordt verschaft. Want wij zijn een onderdeel in de administratie van een verzekeraar. Het is in maatschappelijk opzicht van belang om doublures te voorkomen. Wij zitten ook niet op enige vorm van bureaucratie te wachten.”
Van den Ende: “Wellicht kunnen wij bij verzekeraars de trend naar meerderheidsbelangen doorbreken”.
Arie van den Ende (41) is over enkele weken al toe aan zijn zilveren jubileum in assurantieland, want hij liet op zestienjarige leeftijd het dagonderwijs voor wat het was om aan de slag te gaan in het bemiddelingsbedrijf van zijn ouders. De beroepsleidingen in onder meer verzekeringen en onroerend goed heeft hij in de avonduren gevolgd. “Ik ben vooral een autodidact en van jongsaf al geboeid door allerlei thema’s rondom organisatie en psychologie.” Sinds 1986 is hij algemeen directeur van de Van den Ende Groep. De drang naar de volmachtsfeer ontstond al snel. “Wij constateerden meer en meer dat we als bemiddelaar eigenlijk vaak al bezig waren met het in kaart brengen van een risico en de bijbehorende premies en condities. Dan reageerden verzekeraars in de trant van ‘jullie hebben er kijk op’. In feite waren we reeds als gevolmachtigde bezig, zonder de bijbehorende emolumenten te genieten.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.