nieuws

NVGA klopt meer op de eigen borst

Archief

Eén van de missies van de vorig jaar aangetreden NVGA-voorzitter Jos van der Poel is de vereniging van volmachtbedrijven, na de door zijn voorganger Arie van den Ende ingezette professionaliseringsslag, meer in de schijnwerpers te plaatsen. Eerste stap was het starten van een periodiek overleg met het Verbond van Verzekeraars. “Terwijl wij ongeveer 20% van de schademarkt vertegenwoordigen, had ik het gevoel dat ons bestaan ontkend werd.” Het nieuwe overleg belette het Verbond overigens niet om negatieve conclusies te trekken over de resultaten van het volmachtbedrijf. “De meeste verzekeraars mogen juist blij zijn met volmachten”, vindt Van der Poel.

door Rob van de Laar
Sinds april vorig jaar hanteert Jos van der Poel de voorzittershamer bij de Nederlandse Vereniging van Gevolmachtigde Assurantiebedrijven (NVGA). Hij maakt al vanaf 2001 deel uit van het bestuur. Naast zijn bestuurstaken heeft Van der Poel een directiefunctie in zijn eigen verzekeringsbedrijf, waarmee hij bewust niet de publiciteit opzoekt. “Wij kijken meer naar de lokale pers, omdat wij ons richten op het mkb in Leiden en omstreken.”
Het in Zoeterwoude gevestigde H. van der Poel Verzekeringen bestaat inmiddels 94 jaar. “Mijn grootvader begon in 1910 als fulltime agent, nadat hij eerst een tijdlang ’s avonds langs de huizen was gegaan met het ‘dooienfonds’ zoals dat toen heette.” Het familiebedrijf wordt inmiddels gerund door de derde generatie Van der Poel: Jos, die commercieel directeur is, en zijn broer en algemeen directeur Ton. Jos is sinds 1975 vennoot, maar wilde aanvankelijk niets weten van een baan in assurantiën. “We konden thuis eerder ‘polis’ zeggen dan ‘papa’. Ik wilde daarom juist niet in verzekeringen. Ik ben rechten gaan studeren, of beter gezegd: ik ben de rechtenstudent gaan uithangen. Dat was een fantastische tijd, totdat mijn vader na een paar jaar vroeg of het niet verstandig was als ik ‘de winkel’ ging versterken.”
Volmachten heeft Van der Poel sinds 1956. Dat zijn er sinds 1992 zeven: NN, Aegon, Delta Lloyd, Amev, AXA, Allianz en DAS. Van oudsher heeft het bedrijf affiniteit met de agrarische sector. “Mijn grootvader is veehouder geweest. Dat verklaart waarom we een forse agrarische portefeuille hebben opgebouwd, onder meer in het Westland, wat je misschien niet direct zou verwachten van een volmachtbedrijf van buiten die streek. Mijn vader was de eerste inspecteur van De Generale, later opgegaan in Aegon. Daaraan hebben we die tuinbouwportefeuille te danken. En we zijn één van de grotere tussenpersonen van Delta Lloyd Landbouw.”
Van der Poel zoekt zijn klantenbestand vooral buiten de grote steden. “Zo zijn alle boeren rond De Kaag bij ons verzekerd. De laatste jaren focussen we wat meer op de omgeving van Leiden. Dat heeft natuurlijk te maken met onze locatie, maar ook met het inkrimpen van de agrarische sector.” Omzetcijfers wil Van der Poel niet noemen. “Dat vind ik niet zo spannend. En bovendien: als je weet dat we 31 medewerkers hebben, kun je met enkele standaardformules zelf de omzet bij benadering uitrekenen.”
Na enig aandringen wil hij wel kwijt dat het bedrijf zo’n 10.000 relaties telt met een gemiddelde polisdichtheid van 3,5. De portefeuille bestaat voor 90% uit schadeverzekeringen. “Dat is in deze tijd heel prettig. We draaien al enkele jaren een economische resultaat van boven de 20%. In de volmacht presteren we technisch goed.”
Volmachtresultaten
Als we het Centrum voor Verzekeringsstatistiek (CVS) mogen geloven, presteren de meeste volmachtbedrijven echter onder de maat. Gemiddeld zou de schadelast bij een volmachtportefeuille zo’n 10% hoger liggen dan bij de eigen provinciale portefeuilles van verzekeraars. Daarnaast zouden de kosten van het volmachtapparaat aanzienlijk hoger liggen dan die van het overige intermediair.
Van der Poel is als NVGA-voorzitter vanzelfsprekend niet blij met die conclusies. “We hebben sinds vorig jaar geregeld overleg met het Verbond van Verzekeraars (waar het CVS onderdeel van is, red.) waarbij we proberen een aantal knelpunten op te lossen. Het standaardiseren van de manier waarop je resultaten meet, is één van die punten. Ik vind het daarom teleurstellend dat het CVS nu met deze cijfers is gekomen.”
Het CVS heeft appels met peren vergeleken, vindt Van der Poel. “In de resultaten van de provinciale portefeuilles zijn ook de resultaten van direct-writers opgenomen. Dat drukt dus al de gemiddelde provisielast en daardoor krijg je een ongelijke berekening. We willen met alle plezier een vergelijking maken, maar dan moet daarvoor eerst een gezamenlijke norm zijn vastgesteld. Ik vind het niet zinvol om verder in te gaan op de CVS-cijfers.”
Ter indicatie hebben de zes NVGA-bestuursleden de cijfers van hun eigen kantoren naast elkaar laten leggen. Daaruit bleek dat zij over vorig jaar, met een totale premieomzet van e 100 mln, een beter resultaat hebben behaald dan de verzekeraars. “Daarvoor hebben wij onze eigen maatstaf gehanteerd, inclusief reserveringen en schadelast.” Het stoort Van der Poel dat volmachtbedrijven per definitie als slecht renderend worden gezien. “Dat staat in schril contrast met verzekeraars die nog steeds volmachten verlenen en daar een belangrijk deel van hun premiegroei uithalen.”
Vervuiling
Het rendement van volmachtkantoren komt trouwens mede door de werkwijze van de volmachtgevers zélf onder druk te staan, vindt Van der Poel. “Er zijn volmachtgevers die sommige posten niet provinciaal willen verzekeren, omdat zij vinden dat we alles in de volmacht moeten onderbrengen. Een volmachtgever heeft daarmee een behoorlijke invloed op het rendement. Zeker de kleinere volmachtkantoren hebben de neiging om 70% van hun productie onder te brengen in de volmacht. Dat beperkt hun mogelijkheden in de provinciale markt. Andere verzekeraars zijn niet geïnteresseerd, omdat zij het gevoel hebben als vuilnisbak te worden gebruikt. Dat legt weer druk op de volmachtgever, die ook provinciaal wat meer mogelijkheden moet bieden aan de volmachthouder. Als die maatschappij dat niet doet, is een kantoor gedwongen de eigen volmachtportefeuille te vervuilen.”
Verzekeraars kijken te weinig naar de resultaten van individuele volmachtkantoren, vindt Van der Poel. “Zo is één van onze volmachtgevers gestopt met het verzekeren van woonschepen, waardoor wij lopende polissen moesten opzeggen. Sinds 1992 hebben wij tien woonschepen verzekerd zonder één enkele schade. Wat voor argument heb ik dan om die verzekeringen te beëindigen, anders dan dat de verzekeraar mij daartoe dwingt, gebaseerd op zijn eigen resultaten? Dat is een algemene maatregel die in mijn volmacht niet past. Wij zijn tegen branchebrede maatregelen voor individuele volmachtkantoren.”
Overleg
De NVGA werd tot vorig jaar weinig betrokken in het overleg met de rest van de branche. “Daarom zijn we blij met de overlegstructuur die we nu hebben met het Verbond. De grondhouding is positief. Een van de eerste dingen die ik bij mijn aantreden wilde bereiken, was dat we nu eens tot een goed overleg moesten komen met de verzekeraars. Terwijl wij ongeveer 20% van de schademarkt vertegenwoordigden, had ik het gevoel dat ons bestaan ontkend werd als het ging om zaken als overleg en preventiecongressen.”
Met als dieptepunt dat in de eerste conceptteksten van de WFD het woord ‘volmacht’ helemaal niet voorkwam.
“Ja, maar daar heeft het ministerie zich inmiddels voor verontschuldigd. Dat wil ik niet meer oprakelen, anders blijven we zout in oude wonden strooien. Dat verzekeraars afspraken maakten over de euro, het millenniumprobleem en terrorisme en daarbij een vijfde van de markt oversloegen, had ook te maken met de positionering van de NVGA zelf. We hameren nog niet zo lang op onze eigen borst. Eén van mijn taken is om de NVGA naar buiten toe meer op de kaart te zetten, iets waar mijn voorganger overigens ook al mee bezig was.”
Sanering
Verzekeraars hebben de laatste jaren hun volmachtbestand gesaneerd. “Zij hebben paniekerig gereageerd op de slechte cijfers van de totale branche en die geprojecteerd op de volmachtsector”, vindt Van der Poel. “Dat was het eerste effect van het bewustwordingsproces dat de branche weer technisch winst moet gaan maken. De resultaten bij bepaalde gevolmachtigden waren kennelijk zo slecht dat ook met maatregelen op de korte termijn geen verbetering mogelijk was. Maar er zijn gelukkig ook collega’s die constateren dat hun eigen cijfers daar geen aanleiding toe hebben gegeven.”
Van der Poel ontkent niet dat volmachtbedrijven, net als verzekeraars, lange tijd vooral omzetgericht bezig zijn geweest. “Maar op een bepaald moment moest ook bij de volmachtkantoren de knop om. Het gaat gewoon te ver om te zeggen dat slechte volmachtresultaten per definitie een fenomeen zijn waar je als verzekeraar maar mee zit. Sterker nog: de meeste verzekeraars mogen blij zijn dat ze volmachten hebben. Het zijn de sterkste groeiers in de markt en de professionals onder de vakbroeders.”
De verkleining van het aantal volmachten heeft geleid tot een indikking van het aantal kantoren. “Onder de bestaande leden is er uiteraard regelmatig sprake van fusies”, zegt Van der Poel. “Maar per saldo groeien wij nog steeds. Er zijn dit jaar al zestien nieuwe leden bijgekomen. Wij hebben een ledenbestand van 170 leden. Wij denken dat tweehonderd het maximaal haalbare is, omdat onze leden minimaal twee volmachten moeten hebben. Veel van de ruim vierhonderd gevolmachtigden komen daar niet aan.”
Kwaliteitsnormering
Een manier om de professionaliteit van het ledenbestand te vergroten is de kwaliteitsnormering, die de NVGA in 2001 in gang heeft gezet en op 1 januari moet zijn afgerond. De normering is vooral gericht op het vastleggen van procedures binnen het kantoor, dat zelf elke twee jaar moet toetsen of het aan de eisen voldoet.
Tot nu toe heeft de normering vijf kantoren het lidmaatschap gekost, omdat zij maar één volmacht hebben. “Wij passen onze regels strikt toe, omdat je anders de basis van je eigen eisen ondergraaft”, zegt Van der Poel. Voor de kwaliteitsnormering is een speciale ledencommissie ingesteld, die een steekproef houdt onder vijftien leden om de controleren of alle gegevens naar waarheid zijn ingevuld.
De NVGA krijgt veel steun van verzekeraars bij het implementeren van de kwaliteitsnormering. “Wat dat betreft is de normering door de branche omarmd.”
Lastenverzwaring
Van der Poel onderschrijft de op het NVGA-symposium geventileerde mening van Jurjen Oosterbaan Martinius (Bureau D&O) dat voor de kleine volmachtkantoren moeilijke tijden aanbreken. “Gevolmachtigden krijgen onder de WFD met extra kosten te maken en moeten gaan kijken of het nog wel interessant is om als volmacht actief te zijn. Daar zijn zij nu al mee bezig, gezien de ontwikkeling dat grotere partijen kleine volmachten ter overname krijgen aangeboden.”
Wat Van der Poel stoort, is dat er wel over hogere kosten wordt gesproken, maar dat de werkelijke omvang van de lasten voor het volmachtbedrijf nog steeds niet duidelijk is. “De begrotingen van de diverse marktpartijen lopen zo ver uit elkaar dat het moeilijk is om aan te geven hoe groot nu die lastenverzwaring zal zijn.”
De NVGA is tevreden met de huidige tekst van de WFD en het advies van de AFM aan Financiën. “Onze angst is alleen dat er geen modelovereenkomst wordt opgenomen in de wet. In de Wabb was er wel zo’n model: een lijst met eisen waaraan een overeenkomst moet voldoen. Wij zouden die ter bescherming van de consument graag in de wet terugzien.”
Regeling uitbesteding
De door de Pensioen- en Verzekeringskamer (PVK) afgekondigde Regeling Uitbesteding Verzekeraars treedt uiterlijk in februari 2005 in werking. Wat die voor volmachtkantoren nu precies gaat betekenen, is Van der Poel nog niet duidelijk. “De regeling gaat op papier nogal ver, maar roept veel vragen op. Daarom gaan wij met de PVK in overleg over de toepassing van de maatregelen.”
In de regeling is onder meer vastgelegd dat de PVK via verzekeraars toegang moet krijgen tot de administratie van gevolmachtigden. Om toezicht op het naleven van wet- en regelgeving mogelijk te maken, moeten daartoe in de volmachtovereenkomsten heldere afspraken worden vastgelegd. “Met de regeling wordt de verantwoordelijkheid voor de juistheid van de gegevens bij de volmachtgevers gelegd. Wij vragen ons af hoe ver dat gaat.” Momenteel worden de gevolgen van de regeling in een werkgroep van verzekeraars en gevolmachtigden nader bekeken, met name wat betreft de volmachtovereenkomst en het verstrekken van gegevens aan verzekeraars en PVK.
Belangstelling
Ondanks de in zijn ogen onterechte negatieve toekomstbeelden ziet Van der Poel nog steeds grote belangstelling voor het volmachtbedrijf in de branche. “De opleidingen en cursussen die worden aangeboden, zijn tot ons grote plezier steeds overtekend. Ook de bestaande volmachthouders doen voldoende inspanningen om te professionaliseren. Wat dat betreft hebben we niet te maken met starheid bij onze leden. Ze zijn zelfs zeer betrokken: op ons symposium kwamen 138 leden af en bij de ledenvergadering zijn er altijd minimaal honderd aanwezig. Dat zegt veel over de inzet waarmee onze leden bezig zijn.”
Voor die inzet worden de leden onder meer beloond met een eigen marktplaats op internet. “Binnenkort moet de samenwerking van de NVGA met Volmachtbeheer.nl definitief vorm gaan krijgen. We hebben al een conceptovereenkomst gemaakt voor het opzetten van een marktplaats voor de volmachtwereld. Op die site komen allerlei gegevens van volmachtgevers te staan. Het moet dé weg worden waarlangs je met volmachtgevers communiceert.”
Wel is de contributie voor de NVGA-leden dit jaar met 25% verhoogd tot e 1.050 per volmachtbedrijf. “Dat hebben we gedaan om de secretariële ondersteuning te kunnen uitbreiden. Zo kan onze ambtelijk secretaris haar aandacht volledig richten op de meer inhoudelijke zaken.” KADER
Jos van der Poel (54) trad begin jaren zeventig na twee jaar rechtenstudie in dienst van het door zijn grootvader opgerichte en toen door zijn vader gerunde verzekeringsbedrijf. In 1975 werd hij vennoot en tegenwoordig vormt hij samen met broer Ton de directie van Van der Poel Verzekeringen. De NVGA kwam voor Jos in beeld toen bestuurslid Jan Muller, ooit werkzaam geweest bij Van der Poel, hem vroeg plaats te nemen in één van de commissies. Sinds 2001 is hij bestuurslid en in april vorig jaar volgde hij Arie van den Ende op als voorzitter.
Van der Poel heeft twee grote hobby’s: motorrijden en fotografie. Die laatste liefhebberij voert hem in november naar Botswana, waar hij wilde dieren gaat fotograferen.
Jos van der Poel: “Verzekeraars kijken te weinig naar de resultaten van individuele volmachtkantoren”.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.