nieuws

NVF werkt hard aan verbetering imago van kredietbemiddelaars

Archief

De Nederlandse Vereniging van Financieringsadviseurs (NVF) is al enige tijd bezig met een professionaliseringsslag, die en passant ook het imago van de kredietbemiddelaar moet opvijzelen. Volgens de NVF wordt vaak vergeten dat de kredietbemiddelaars eind jaren tachtig al zijn overgegaan op doorlopende provisie.

Afab-directeur Maasbert Schouten volgde in november Bert Rozemond (DSB) op, die tien jaar aan het roer van de NVF heeft gestaan. Onder diens leiding is de beweging ingezet naar een betere profilering van de vereniging, die lange tijd een anoniem bestaan leidde.
“We hadden ook geen reden om naar buiten te treden”, zegt Rozemond, die tevens de aanzet heeft gegeven voor een meer professionele opzet van de NVF. “De WFD is weer aanleiding geweest om onszelf naar buiten toe te profileren. We zijn echter een tijdlang vooral intern bezig geweest om te kijken hoe we meer leven in de vereniging konden brengen. We leidden een kabbelend bestaan met ongeveer vijftig leden. Nu is dat gegroeid tot honderd.” Dat is exclusief de DSB-dochters, die vanwege de omvorming van het concern tot bankbedrijf uit de vereniging zijn gestapt. “Rond de WFD hebben wij onze rol van belangenbehartiger goed kunnen spelen als deelnemer aan het Platform Financiële Dienstverlening. Veel leden hebben daar geen tijd voor. Zij hebben daardoor het idee gekregen dat de NVF echt inhoud heeft.” Inmiddels heeft de vereniging ook een zetel in het bestuur van de Stichting Financiële Dienstverlening.
Directeur
Als onderdeel van de vernieuwing is een eigen verenigingsbureau opgezet, dat zich onder leiding van directeur en oud-voorzitter Carel In der Hees gaat bezighouden met de dagelijkse gang van zaken. “Het bestuur houdt dan meer tijd over om zich met beleid bezig te houden. En Carel is volledig onafhankelijk”, zegt Schouten. Zo is bij de overname van Arenda door ZBG bijvoorbeeld direct gevraagd naar de consequenties voor de kredietbemiddelaars. “We zitten nu bovenop de actualiteit.” Die extra activiteiten hebben wel een verhoging van de contributie tot _ 1.500 (was _ 675) tot gevolg gehad.
Met de Vereniging van Financieringsondernemingen in Nederland (VFN), de tegenhanger voor kredietverstrekkers, wordt vaak gediscussieerd over de samenwerkingsovereenkomsten. “Kleine agenten hebben bijvoorbeeld maar twaalf maanden portefeuille-eigendom, terwijl dat bij grotere bemiddelaars vaak vijf jaar is. Dat zie je ook bij het assurantie-intermediair; veel zaken lopen parallel.”
Richting de kredietverstrekkers zijn wel pogingen ondernomen om een evenwichtiger verdeling van het portefeuillerecht te bewerkstelligen, maar die bleken vruchteloos. “Toen hebben we het idee uitgewerkt om een eigen voorschotbank op te richten. We hebben met een aantal buitenlandse partijen gepraat, maar die bleken de Nederlandse markt niet te begrijpen”, zegt Rozemond. “Uiteindelijk zijn we met Finata in zee gegaan in een joint venture waarbij we ieder 50% van de aandelen in handen hebben.”
Met die eigen voorschotbank kan de NVF aan alle leden dezelfde provisieregeling en hetzelfde portefeuillerecht bieden. “Maar we kunnen in ruil ook hogere kwaliteitseisen stellen.” Zo is er nu een strengere ballotage. “En we trekken meer jongeren en bemiddelaars met visie.”
Imago
Zorgen voor een beter imago van de kredietbemiddelaar is een van de speerpunten voor de NVF. “Het imago van leningen is vaak dat het een derderangsproduct is, maar het past wel mooi in het totaalpakket van een financieel adviseur. Maar op de een of andere manier komen wij niet van het beeld af dat wij cowboys zijn”, zegt In der Hees. “Toen wij deelnamen aan de adviescommissie WCK, dat is vijftien jaar geleden, keek men ervan op dat ik gewoon een pak aanhad. ‘Ik dacht dat jullie leren jacks droegen’, zei toen iemand van de Nederlandse Vereniging van Banken tegen mij.” Sindsdien is de relatie met de banken verbeterd. “We kunnen nu collectief afspraken maken voor onze leden.”
Over cowboys gesproken: de autodealers die zelf kredieten verkopen, vallen volgens In der Hees wél in die categorie: “Dat zijn slechte concurrenten. Een partij als de Postbank maakt de markt alleen maar groter en dat is ook goed voor ons. Maar een autohandelaar wil alleen maar die auto verkopen, ook al moet hij daarvoor een onverantwoorde lening sluiten. Veel autobedrijven houden zich niet aan de reclameregels.”
Een positieve ontwikkeling in dit verband noemt Schouten dat veel maatschappijen, mede door de WFD, nu beter kijken naar hoe de bemiddelaar de processen en zijn advies op orde heeft. “De drempel komt steeds hoger te liggen.”
Anderzijds komt bij kredietverlening via de detailhandel de verantwoordelijkheid voor het gedrag van de bemiddelaar steeds meer bij de kredietgever te liggen. “Dat is nog een zwakke plek in de regelgeving”, zegt Schouten. “Het is voor veel maatschappijen niet te controleren of bijvoorbeeld BCC die plasma-tv wel op krediet had mogen verstrekken.”
Wat provisie betreft zijn de kredietbemiddelaars voorlopers in de markt: “Wat vaak vergeten wordt, is dat eind jaren tachtig al de overgang naar doorlopende provisie speelde”, zegt Rozemond. “Er wordt veel te weinig bij stilgestaan dat wij die overstap al vijftien jaar geleden hebben gemaakt”, vindt ook Schouten. ” Als ik in 2006 niets sluit, maak ik nog winst. En dat vergroot de waarde van je portefeuille.”
Misstanden
De NVF werkt nog aan een nieuwe gedragscode. “Die moet de consument nog meer gaan beschermen dan de WFD”, zegt Schouten. Hij wil ook graag weten wie niet volgens de regels adviseert. “Wij willen zien waar de misstanden zijn en schromen niet om leden aan te pakken. Anderzijds kan de kleinere kredietbemiddelaar het zich eenvoudigweg niet permitteren om zijn advies niet op orde te hebben. Dat wordt direct door zijn klanten afgestraft.”
Toezichthouder AFM mag van In der Hees ook wel eens langsgaan bij Kruidvat, die sinds vorig jaar krediet verkoopt. “Ze zeggen dat ze nu al 2% marktaandeel hebben. Als het waar is, dan zou ik dat heel knap vinden. Maar de AFM moet zich afvragen of het gewenst is als de klant samen met de tandenborstel een krediet aanschaft.”
Hoewel het lijkt of veel intermediairbedrijven leningen links laten liggen, heeft volgens In der Hees toch een aanzienlijk aantal kantoren een vergunning voor kredietbemiddeling aangevraagd. “We zullen zeker gaan acquireren op dat register. Maar onze markt is, denken wij, tussen de 160 en 200 bemiddelaars groot. Wij richten ons niet op de papa- en mamakantoren.”
Moeilijke tijden
Voor de NVF is het een uitgelezen moment om de nek uit te steken als belangenbehartiger, want kredietbemiddelaars maken moeilijke tijden door. “De gemiddelde intermediair heeft het moeilijk om te overleven”, zegt In der Hees. “Iedereen moet zich heroriënteren en het marktaandeel van de banken loopt op.” Het CBS becijferde vorig jaar dat de banken (inclusief creditcardmaatschappijen) inmiddels een marktaandeel van 65% hebben, terwijl de financieringsmaatschappijen nog 30% van de markt in handen hebben.
Bovendien blijken de autodealers de markt voor aflopende kredieten te beheersen: zij nemen 57% voor hun rekening, het intermediair slechts 9%. “Toch is bemiddelen in consumptief krediet geen makkelijk spelletje”, vindt Schouten. “De Wet Schulsanering Natuurlijke Personen kost financieringsmaatschappijen een hoop geld. Wij vechten natuurlijk voor ons eigen rendement, maar op termijn moeten de maatschappijen wel geld aan ons verdienen. Het is dus belangrijk verantwoorde kredieten te verstrekken.”
Internet
Het medium internet ziet de NVF niet per se als een bedreiging voor de positie van het intermediair. “Wij moeten natuurlijk wel onze toegevoegde waarde gaan aantonen” zegt Schouten. “De dreiging is dat maatschappijen kredieten zelf gaan verstrekken. Anderzijds zie je wel dat de macht in de markt juist verschuift naar de distributie.”
Net als bij hypotheken ziet Schouten het nog niet zo snel gebeuren dat consumptief krediet rechtstreeks via internet wordt gesloten. “Bij Afab gebeurt dat in ieder geval niet. Naast het verstrekken van informatie dient de site wel voor het genereren van afspraken. Internet zal het intermediair niet gaan vervangen. Mensen gaan wel vergelijken, maar de behoefte aan een adviseur is niet minder geworden. Die grotere transparantie zie ik juist als een voordeel voor de adviseur: doordat de klant op internet al heeft vergeleken, kan de adviseur concreter op een kredietvraag inspelen.”
Volgens Rozemond is de sparende klant lui. “De groep overstappers is niet zo groot. Als je helemaal niets doet aan een portefeuille, loopt maar 10% tot 30% bij je weg.” Bij consumptief krediet is 80% van de omzet afkomstig van klanten die al elders een krediet hadden lopen. “Daarom is klantvriendelijkheid en vakbekwaamheid heel belangrijk, anders is de klant weg. Het is te lang te goed gegaan; het intermediair moet nu een stapje harder gaan lopen voor de klant. Een aanbieder als Rabobank heeft een veel beter imago, terwijl dat eigenlijk niet terecht is.”
Minister Zalm (Financiën) heeft onlangs het Besluit Financiële Dienstverlening uitgebreid met een richtlijn voor kredietreclames. Die moeten nu altijd vermelden hoeveel de klant bij een bepaalde rente of een bepaald maandbedrag in totaal kwijt is aan een krediet. De NVF worstelt nog met de vertaling van deze regel naar de praktijk. Schouten: “Voor een persoonlijke lening kun je de totale kosten wel laten zien, maar bij een doorlopend krediet gaat dat niet. Er zijn producten die daar niet geschikt voor zijn. Ik heb dus nog geen idee hoe dat eruit moet komen te zien.”
“Ook al ziet de markt dat nog steeds zo; we zijn helemaal geen cowboys.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.