nieuws

‘NVA en NBVA weten niet wat er leeft bij ongeorganiseerde

Archief

tussenpersonen’

“Hebben de NVA en de NBVA nog wel contact met de niet-georganiseerde tussenpersonen?” Deze kritische vraag stelde Jurjen Oosterbaan, directeur van bureau D&O, tijdens een discussieavond van de Haagse Assurantieclub. Volgens valt er een vergelijking te maken met de politieke situatie van vóór Pim Fortuyn; de standsorganisaties missen het contact met het ongeorganiseerde intermediair.
Voor zo’n tachtig belangstellenden debatteerden NVA-directeur Niels Mourits en Jurjen Oosterbaan, directeur van Bureau D&O, vorige week bij de Haagse assurantieclub in Wassenaar over opleiding, voorlichting en beloning van het intermediair. Vooral over het onderwerp voorlichting bleken de meningen verdeeld.
Opmerkelijk is dat de standpunten van Mourits lang niet altijd worden gedeeld door zijn achterban. Dat blijkt uit de resultaten van de stemrondes, waarbij de aanwezigen hun mening konden geven over de bediscussieerde stellingen. Zo blijkt dat 57% van de aanwezige NVA-leden niet vindt dat voorlichting en belangenbehartiging van het intermediair in de eerste plaats een zaak is van NVA en NBVA.
Ook Oosterbaan is daar tegen. “Wat mij stoort, is de claim: ‘in de eerste plaats’. Het is waar dat de standsorganisaties in de eerste plaats zaken doen voor hun leden, maar als wij op voorlichtingsgebied iets willen doen, kan de NVA niet zeggen: dat mag niet. Informatie is vrij en kan niet geclaimd worden.”
Mourits stelt dat daarbij nuances komen kijken. “Als het intermediair ervoor kiest om geen lid te worden, kan hij zich wenden tot een extern bureau, zoals D&O. Het is prima als verzekeraars individueel het intermediair informeren, maar het Verbond van Verzekeraars moet dat als collectiviteit niet doen. Dan is de voorlichting een zaak van de brancheorganisaties en wij hebben vaak het gevoel dat het Verbond ons daarbij voor de voeten loopt.”
Oosterbaan stelde dat het Verbond in veel discussies het voortouw neemt en heeft bijgedragen aan de instandhouding van de bedrijfstak. “Dan zou zo’n organisatie geen voorlichting mogen geven? Voor voorlichting zou ik als ongeorganiseerd intermediair niet afhankelijk willen zijn van de NVA.”
Geen voorkeurspositie
Oosterbaan vindt verder dat het lidmaatschap van een standsorganisatie niet mag leiden tot exclusieve voordelen in de primaire processen bij verzekeraars. “De relatie omvat veel meer dan het lidmaatschap van een organisatie. Het claimen van een voorkeurspositie leidt ertoe dat aanvragen van een ongeorganiseerde tussenpersoon onderop de stapel komen te liggen. Op dossiers mogen leden van NVA en NBVA geen voorkeurspositie claimen.”
Mourits is echter van mening dat op grond van de inspanningen die beide standsorganisaties verrichten, verzekeraars de leden best een streepje voor mogen geven. Ook hier vindt hij echter geen steun bij zijn achterban: 57% van de NVA-leden vindt dat zij op grond van hun lidmaatschap geen voordelen verdienen bij verzekeraars. De meerderheid van de aanwezige NBVA-leden gaf overigens aan dat zij wél vinden dat exclusieve voordelen mogelijk moeten zijn.
Politiek
Dat de NVA-directeur de verzekeraars op enkele terreinen als een storende factor beschouwt, onderstreepte hij door te stellen dat verzekeraars zich in de benadering van het intermediair terughoudender moeten opstellen, zodat tussenpersonen worden gestimuleerd om lid te worden van een standsorganisatie.
Oosterbaan vond dat te ‘polariserend’. “Zonder verzekeraars was deze bedrijfstak niet wat hij nu is. Het enthousiasmeren van tussenpersonen moet de NVA zelf doen. Zeggen dat verzekeraars tussenpersonen moeten stimuleren om lid te worden van een standsorganisatie, is als de overheid die zegt dat burgers lid moeten worden van een politieke partij. Het is niet de bedoeling om tussenpersonen te ontmoedigen zich aan te sluiten bij NVA of NBVA, maar een organisatie moet die kwalificatie wel verdienen en het gevecht met de verzekeraar aangaan. Het lijkt een beetje op de politieke situatie in ons land van voor Fortuyn. Er zijn parallellen: heeft de gevestigde orde in de vorm van NVA en NBVA nog wel contact met de ongeorganiseerde tussenpersonen? Als ik in de agenda van Niels Mourits kijk, zie ik voornamelijk afspraken staan met steeds dezelfde mensen.”
Opleidingen
Waar beide sprekers het wél over eens zijn, is dat het intermediair te weinig investeert in opleidingen. Oosterbaan pleit voor een duidelijk opleidingsplan voor het intermediair en is verder van mening dat tussenpersonen door het huidige systeem van PE-punten blijven ‘hangen’. “Tussen de vier organisaties die PE-punten toekennen (NVA, NBVA, FFP en SKHB) is geen afstemming. Ik vraag me af of de controle op het daadwerkelijk volgen van cursussen of congressen echt aanwezig is. En dat iemand bij een cursus aanwezig is, wil nog niet zeggen dat diegene de stof ook begrijpt. Er valt daaraan nog veel te verbeteren. Het toekennen van PE-punten moet veel beter plaatsvinden. Nu is dat onvoldoende garantie voor de consument.”
Mourits vindt het niet reëel om bij alle NVA-leden jaarlijks de kennis te gaan toetsen. “Mensen doen dagelijks zo veel ervaring op dat ze daarmee al hun kennis op peil houden. Aanwezigheid en een zekere mate van participatie in een cursus moet voldoende zijn.”
Onderzoeksplicht
Oosterbaan verwacht dat de introductie van een vergunningenstelsel de onderzoeksplicht van de verzekeraar bij het accepteren van risico’s verzwaart. “Op den duur zullen aan het vergunningenstelsel juridische consequenties worden verbonden. De verzekeraar heeft nu al een marginale onderzoeksplicht. Als we over een tijdje registers hebben, zal de rechtspraak kritisch kijken wanneer een verzekeraar risico’s accepteert van een tussenpersoon die niet in het betreffende register is ingeschreven. Dat aspect is nu onderbelicht.”
Zowel Mourits als Oosterbaan staan positief tegenover het idee dat de prestatie van intermediair én verzekeraar in de beloning tot uitdrukking moet worden gebracht. Oosterbaan ziet nog wel problemen. “Het pijnpunt is dat de slechte tussenpersoon slechter beloond gaat worden. Provisie is dus niet heilig en de kostenverdeling tussen verzekeraar en tussenpersoon moet de kwaliteit weerspiegelen”, aldus Oosterbaan. “Maar het werkt twee kanten op. Interessant is dan de vraag of een verzekeraar die zijn zaken goed op orde heeft, ook minder provisie mag berekenen voor zijn tussenpersonen.”
Mourits ziet daarin geen bezwaar en wil nog een stapje verder gaan. “Ik zeg zelfs: verzekeraars moeten op termijn geen aanvragen per fax meer accepteren”.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.