nieuws

‘Normering van afwikkeling personenschade vergt tijd’

Archief

door Richard Vroom

Het is een verheven klinkende naam: Nationaal Platform Personenschade. Dit NPP is in het voorjaar van 1998 opgericht en leidt een bestaan op de achtergrond. Het platform kan ook moeilijk aan de weg gaan timmeren, want het zou dan waarschijnlijk binnen de kortste keren worden overladen met individuele kwesties uit de letselschadepraktijk. En daarvoor is het NPP niet opgericht, onderstreept voorzitter Wim Deetman, in het dagelijks leven burgemeester van Den Haag.
Het NPP is opgericht door ANWB, Slachtofferhulp Nederland, Verbond van Verzekeraars en de Vereniging van Letselschade-Advocaten (LSA). Daarbij werd direct aangehaakt door de expertisebranche (Nivre, BCE en NIS) en de Nederlandse Vereniging van Geneeskundige Adviseurs bij Verzekeringsmaatschappijen (GAV). De deelnemende partijen zijn in de praktijk van alledag vaak tegenpartijen en daarom was het beter dat er een onafhankelijk voorzitter zou worden aangetrokken. Deetman vervult de voorzittersfunctie al sinds de start van het NPP.
Hoe is dat eigenlijk in z’n werk gegaan?
Deetman: “Ik ben destijds door de heer Nouwen benaderd, namens alle partijen die het NPP hebben opgericht, met een indringend verzoek of ik mij ondanks alle drukke werkzaamheden beschikbaar wilde stellen als onafhankelijk voorzitter. De reden daarvoor was, dat men naar iemand zocht die boven de partijen kon staan”. Met ‘de heer Nouwen’ doelt Deetman op mr. Paul Nouwen, die in deze periode – na gedurende bijna dertig jaar actief te zijn geweest in de verzekeringsbranche – hoofddirecteur was van de ANWB, een organisatie die onder meer actief is aan de zijde van verkeersslachtoffers.
Echter, gevraagd worden is één en positief reageren is twéé. Deetman: “Ik moest uiteraard even nadenken. Het gaat hier om een materie waar ik altijd op grote afstand van heb gestaan. Ik wist ook niets van al die activiteiten af. Na het bestuderen van de stukken, zijn er nadere afspraken gemaakt, en heb ik ‘ja’ gezegd. Er is een stichting met een bestuur, om mij niet met alle dagelijkse rompslomp te belasten, en daarnaast heb je dan het platform”.
U bent sinds het begin voorzitter van het NPP. Is er geen sprake van zittingstermijnen of iets dergelijks?
“Die vraag is tot nu toe nog niet aan de orde geweest. Ik ben niet van plan dit tot in lengte van jaren te blijven doen. Het is wel zo, dat er vanaf het begin een bepaalde vaste groep is. Het is belangrijk dat het NPP wat vlees op de botten krijgt. Dat begint nu wat te lukken. Want ik moet zeggen dat het in de eerste twee jaar, ondanks geweldige inspanningen van partijen, toch heel moeilijk was om tot unanieme afspraken te komen. Als er geen unanimiteit is, is er geen norm. Het moeten procedure-afspraken zijn, die reëel zijn vanuit de optiek van het slachtoffer, want dáár moet ik ook een beetje op letten. En dat vergt tijd.”
Kilometervergoeding
Toch heeft het NPP inmiddels diverse zaken gerealiseerd. Dat begon in 1999 met de ‘Aanbeveling inzake kilometer- en ziekenhuisdaggeldvergoeding’. Ook ontwikkelde het NPP een methode voor de afwikkeling van lichte letselschaden bij verkeersongevallen. “Het begint nu dus echt te lopen”, bespiegelt Deetman. “Wij zijn bezig met richtlijnen voor het medisch traject na verkeersongevallen en met ‘één loket’. Binnenkort zal de bijbehorende website worden gelanceerd. Maar het gaat om veel partijen met allemaal verschillende belangen, die soms ook tegengesteld zijn. Het vergt enige diplomatie en geduld om de partijen tot elkaar te krijgen. Daar is de afgelopen jaren veel energie in gaan zitten.”
Hoeveel keer per jaar komt het NPP bijeen?
“Wij komen als platform zo’n acht keer per jaar bijeen en daarnaast is er nog een keer een brainstormsessie. Maar onder het platform functioneren werkgroepen die door het NPP worden ingesteld. En in die werkgroepen wordt het voorbereidende werk gedaan. In het platform geven wij aan welke onderwerpen naar ons oordeel behandeld moeten worden en die worden dan in een opdracht geformuleerd. Mijn rol is om te zorgen dat de partijen bij elkaar blijven en om bij eventuele knelpunten suggesties te doen voor een oplossing. Per saldo gaat het niet om ‘polderen’ tot het laatste moment, maar dat er faire oplossingen worden gevonden, ook vanuit het oogpunt van het slachtoffer bezien. Dat laatste wil ik toch wel benadrukken, want anders zullen normeringen niet houdbaar blijken te zijn.”
Het NPP doet amper of niet aan profilering. Is dat een bewuste keuze of komt daar verandering in?
“De binnenkort te openen website is als het ware het eerste profiel van het NPP. Wat de oprichters van het NPP beoogden, is een niet geringe taak. Je moet er voor oppassen dat je verwachtingen wekt die niet of niet snel genoeg waargemaakt kunnen worden. Wij als NPP adviseren niet; wij zeggen niet tegen slachtoffers of hun adviseurs: ‘je moet dit of dat doen’. Wij houden geen spreekuur. Wij zijn bezig die processen te stroomlijnen door – op basis van unanimiteit – normen vast te stellen, welke vervolgens ook door de partijen worden nageleefd. Dat moet nauwkeurig en zorgvuldig gebeuren, want anders zullen die normen niet stand houden. Maar zie het NPP niet als het platform dat in individuele gevallen adviseert of helpt. Onze taak is te bewerkstelligen dat in het algemeen de afwikkeling van letselschades op een financieel faire en betrouwbare manier gebeurt en dat er niet jaren over wordt gesteggeld zonder dat daar reden voor is. Dat is niet alleen in het voordeel van het slachtoffer, maar het betekent ook minder belasting van het gerechtelijk apparaat. Vanwege die rol zijn wij ook voorzichtig met de publieke profilering van het NPP.”
Zijn alle relevante groeperingen in het NPP vertegenwoordigd of is uitbreiding wenselijk?
“Ik denk dat er nog wel wat partijen bij zullen komen. Sommige beginnen interesse te tonen. En dat zou voor de toekomst zeker goed zijn. Er zijn ook partijen geweest die zeggen: Wat is dat toch, het NPP? Wat is ons belang daarbij? Moeten we daar tijd en energie in steken? Ik merk dat er een toenemende interesse is bij tal van organisaties. Maar het is geen doel om zoveel mogelijk partijen om de tafel te krijgen. Wij zullen als NPP uiteindelijk alleen gezag verwerven door een aantal normen en procedures vast te stellen, die door iedereen als fair worden ervaren en waar men zich aan houdt. Dat is een zaak van stapje voor stapje opbouwen en verder gaan.”
Spanningen binnen LSA
Een tegenslag voor de representativiteit van het NPP was dat er al snel interne, principiële problemen ontstonden bij mede-oprichter LSA. Binnen deze kring van letselschade-advocaten was een aparte vereniging opgericht van letselschade-advocaten die zich uitsluitend bezig hielden met belangenbehartiging van slachtoffers, het ASP. Deze wilde dat de LSA uit het platform zou stappen.
Hoe heeft u dat ervaren?
“Aan de ene kant was het voor mij een verrassing, maar aan de andere kant had ik er wel begrip voor, omdat er zich in de advocatenpraktijk een spanningsveld kan voordoen. Dat hebben we destijds opgelost door de LSA wel aanwezig te laten zijn in onze vergadering, maar formeel is er geen commitment. De advocaat is, net als bijvoorbeeld een medicus, gehouden om op te komen voor de belangen van de individuele cliënt. Wij proberen de normen zorgvuldig te formuleren, maar als iemand op een bepaald moment zegt ‘Daar ben ik het niet mee eens’, dan mag dat. We leven in een vrij land. Het kan best zijn dat hij er ten onrechte niet mee eens is. Maar dat is niet aan de orde. De advocaat zit met zijn beroepsethiek. Hij kan dat niet door een privaatrechtelijke afspraak laten overrulen. Aan de andere kant is het natuurlijk zeer zinvol om toch normen te hebben die in brede kring als redelijk worden ervaren. Toen hebben we het als volgt opgelost: laat de LSA er nu als waarnemer bij zitten en ook meedoen met de discussies, misschien dat we dan de kerk een beetje in het midden laten. Dat heeft tot nu toe goed gewerkt. En ik weet dat de discussies doorgaan in die organisatie. Maar het heeft mij niet gestoord. Nogmaals: een advocaat is, ongeacht zijn eigen opvattingen, gehouden om op te komen voor de belangen van zijn cliënt. Dat kun je niet opzij schuiven door normeringen. Daar moet je mee kunnen omgaan.”
Het NPP is nu ruim zes jaar bezig. Is er tot dusver niet een beetje weinig gerealiseerd?
“In 1998 lag er een heel concreet en zeer ambitieus plan. Dat heb ik niet gemaakt, want dat hadden de partijen zelf al geformuleerd. Ik heb wel moeten vaststellen, ook bij relatief overzichtelijke dingen, dat de zaken tijd vergen; niet alleen in de analyse, maar ook in verband met overleg met de achterban. Ook de precieze formulering is heel belangrijk. Als je een norm publiceert en die is niet helemaal duidelijk, dan heb je daar als NPP geen last van, maar wel al die partijen die bij de uitvoering van de letselschaderegeling betrokken zijn. Ik denk dat men bij de voorbereiding van het NPP heel optimistisch is geweest. En al is het tempo in de praktijk dan wat tegengevallen, toch zeg ik tezelfdertijd dat wij stap voor stap verder gaan. Wat bereik je in een periode van tien jaar? Het kan best zijn dat het toch wel iets substantieels is wat we dan bereikt hebben in termen van een betere afwikkeling van letselschades.”
Diverse werkgroepen zijn druk bezig, maar het lijkt niet echt op te schieten. Is het moeilijk om voldoende draagvlak te verkrijgen?
“Als ik op een A4-tje zou zetten, wat wij tot dusver aan normen hebben geformuleerd en ook hier en daar in procedurele zin hebben bereikt, zijn dat toch heel wat zaken. Maar ik kan er ook niet omheen, dat wij soms met heel ingewikkelde onderwerpen worden geconfronteerd. Als ik bijvoorbeeld kijk naar de uitwisseling van medische gegevens. Daar komen heel veel emoties bij. Het gaat daarbij om beroepsgroepen die hun eigen professionele ethiek en spelregels hebben. Die kun je niet omzeilen. Dat vergt veel overleg. Het NPP is geen mediator of wat dan ook. Wat wij proberen te doen, is op basis van feiten en omstandigheden en analyses tot procedurele en geldelijke normeringen te komen.”
Wordt er binnen het NPP ook gediscussieerd over een vraagstuk als ‘no cure no pay’?
“Jazeker. Dat is aan de orde geweest. Wij hebben er eens een keer heel uitvoerig bij stilgestaan. Dan komt ook heel concreet de vraag aan de orde: is dit een zaak waar het NPP zich druk over zou moeten maken of mee moet bezighouden? Er zullen altijd wel geschillen blijven waarbij op de een of andere manier de rechter een rol gaat spelen. De vraag ‘wel of geen no cure no pay?’ daar zijn we buiten gebleven. Dat laten we aan de betrokkenen over. Dit is niet ons werkterrein.”
“Er gebeurt natuurlijk heel veel op het terrein van de letselschade. Er zijn soms incidenten in de publiciteit en dan vraagt men ook wel eens wat het NPP ervan vindt. Wij zijn uitermate terughoudend. Wij proberen stapje voor stapje die normering van de grond te krijgen. Dat gebeurt op basis van – en dat wil ik toch nog eens nadrukkelijk zeggen – vrijwilligheid van de participanten en op basis van hun knowhow en deskundigheid. Men stelt in de werkgroepen ook menskracht ter beschikking. Wat mij, als iemand van buiten dat circuit, opvalt: er is een geweldige drive. Dat valt mij bij iedere discussie weer op. De wil om verder te komen, die is er.”
De laatste tijd hoor je veel over ‘mediation’ als middel om vastzittende letselzaken weer op gang te krijgen. Maar onderstreept dat niet tevens de noodzaak om de letselschaderegeling in de basis goed te organiseren?
“Dat is waar. Vandaar dat wij dit werk ook doen. Maar we moeten ons realiseren, dat er omstandigheden zijn die wij niet kunnen dekken. Laat ik op dat punt eens een theoretisch voorbeeld geven, waarover ik uitvoerige uiteenzettingen heb kunnen horen in het NPP. Bij bepaalde letsels is er aan de ene kant de wens om tot een zeer snelle afwikkeling te komen, maar aan de andere kant kan het soms ook in het belang van partijen zijn om even pas op de plaats te maken. Ja, dat kunnen wij niet in een norm vatten. Een ander voorbeeld: wij hebben een afspraak over de kilometervergoeding, maar er zijn omstandigheden denkbaar dat het heel handig is om geen kilometervergoeding te geven, maar om een andere oplossing te vinden. Er kan bijvoorbeeld een auto ter beschikking worden gesteld. Als je in de sfeer komt van uitzonderingen die voor alle partijen beter zijn, dan moet je misschien tot de conclusie komen dat in zo’n geval de norm even opzij wordt gezet. In het algemeen moet worden voorkomen, dat er jarenlang over dingen wordt gesteggeld, terwijl er eigenlijk geen reden toe is. Wij zijn bezig met het vaststellen van normen waarvan alle partijen zeggen: die vinden wij reëel en daar leven we naar; dat is de kern. En als daar in het vervolgtraject meningsverschillen over ontstaan, dan moeten die uiteraard in concreto worden opgelost; desnoods via mediation of via de rechter. Het kan natuurlijk wel zo zijn, dat wanneer wij waarnemen dat bijvoorbeeld in vervolgtrajecten er allerlei problemen ontstaan, dat wij zeggen: Kunnen we daarvoor mogelijk ook een normering op papier zetten. Het denken gaat door.”
Onder de indruk
Deetman is, kijkend naar het vrijwillige karakter van het NPP, ingenomen met de zeer serieuze manier waarop de leden van het NPP omgaan met de doelstelling: hoe kunnen we de afwikkeling van de letselschade ten gerieve van het slachtoffer zo goed mogelijk laten verlopen. Er wordt door alle partijen toch heel veel werk verzet. Af en toe moet je als onafhankelijk voorzitter wel eens ergens op attenderen, moet je wel eens zeggen tegen iemand: ‘Bent u nu wel redelijk?’ Dat gebeurt natuurlijk heus wel eens. Maar dat laat allemaal onverlet, dat ik er toch van onder de indruk ben, hoe men de problemen wil tackelen en hoe onbevangen men dat doet. Daar zitten mensen bij elkaar van grote bedrijven tot kleine bedrijven en individuen. Mensen die, ondanks het feit dat het ook om hun portemonnee gaat, toch idealistisch met de vraagstukken bezig zijn. Die daar tijd en energie in steken. En dan denk ik, afkomstig uit de bestuurlijke, politieke wereld: datgene wat in de samenleving zelf wordt geregeld om dingen goed te laten verlopen, daar heb je geen wetgeving voor nodig en dat is altijd en voor iedereen beter. Ik was aangenaam verrast door de manier waarop het gebeurt.”
Wim Deetman: “Als ik op een A4-tje zou zetten wat wij tot dusver aan normen hebben geformuleerd en ook hier en daar in procedurele zin hebben bereikt, dan zijn dat toch heel wat zaken”.
Wim Deetman (59) is sinds 1996 burgemeester van zijn geboortestad Den Haag. Na het gymnasium (B) deed hij in 1972 doctoraal-examen politicologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Van 1972 tot begin 1978 was hij directeur bij een landelijke vereniging voor protestants christelijk onderwijs. CDA-politicus Deetman trad in 1974 toe tot de gemeenteraad van Gouda en werd begin 1978 lid van de Tweede Kamer. Na in 1981 staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen te zijn geworden, werd hij in mei 1982 minister van dat departement. Van september 1989 tot 1 december 1996 was Deetman voorzitter van de Tweede Kamer.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.