nieuws

Noordhollandsche van 1816 durft keuzes te maken

Archief

De Noordhollandsche van 1816 is een van de laatste kleine zelfstandige intermediairverzekeraars. “En dat willen we graag zo houden”, zegt directeur Lex Verëll. “Wij blijven graag die warme bakker. Daar ontlenen wij ons bestaansrecht aan.” Zijn maatschappij is een schadeverzekeraar ‘pur sang’. Om overeind te blijven in de schademarkt, saneert de Noordhollandsche de zwaardere risico’s en wordt ook niet geschroomd het relatiebestand op te schonen.

door Manon Vonk
Houthandelaar Cornelis Eecen, gevestigd aan de Dorpsstraat in het dorpje Oudkarspel, stichtte in 1816 een onderlinge brandwaarborgmaatschappij. In 1896 breidt de Onderlinge Brandwaarborg Maatschappij haar werkgebied uit tot heel Nederland en verlaat het principe van het verzekeren op puur onderlinge basis. In 1962 is de oprichting van de NV Noordhollandsche van 1816.
Twintig jaar geleden heeft de Onderlinge de familie Eecen uitgekocht. Het feit dat de Onderlinge 100% aandeelhouder is van de NV Noordhollandsche wordt door directeur Lex Verëll als veilig ervaren. “We hebben geen aandeelhouders en het is eigenlijk meteen een beschermingsconstructie. Een vijandige overname is niet mogelijk. Soms is er de noodzaak om samenwerking te zoeken, maar wij blijven graag die warme bakker. Dat is onze marktpositie en dat maakt ons sterk. Natuurlijk worden we wel eens benaderd, maar meestal komt dat niet verder dan het eerste telefoontje of de prullenbak. Nee, onze zelfstandigheid is een groot goed.”
Door de huidige constructie wordt de onderlinge wel steeds rijker. Dat is de reden dat er een stichting is opgericht, die onder meer geld geeft aan goede doelen. Zo ontving de Stichting Gehandicapten Sport twee jaar geleden e 500.000 . “Dit jaar wordt waarschijnlijk in onze regio eenzelfde bedrag geschonken. Op die manier doen wij iets terug voor de gemeenschap hier.”
Cappuccino
De directie van de Noordhollandsche wordt gevormd door ‘primus interparus’ Lex Verëll en zijn jeugdvriend Cas Verhage. Beiden waren ooit postbesteller in hun geboorteplaats Hoorn. “Wij zijn een hele platte organisatie”, vertelt Verëll. “Onze mensen blijven ook lang zitten. Er is veel kwaliteit en binding met de tussenpersonen. De interne lijntjes zijn kort.”
Die korte lijntjes gelden ook voor de tussenpersonen die willen samenwerken met de Noordhollandsche. “Wij accepteren geen risico’s, maar tussenpersonen. Ze moeten dan wel de moeite nemen de reis naar Oudkarspel te ondernemen, maar dan zetten wij ook zelf een kopje espresso of cappuccino voor ze. Tussenpersonen moeten ook bereid zijn een groot deel van hun productie bij de Noordhollandsche onder te brengen. Voor één postje komen ze er bij ons niet in. Wij zijn tenslotte geen vergaarbak voor hun risico’s.”
Saneren
“Via ons geautomatiseerde systeem zien wij exact wat de tussenpersoon allemaal doet. Daarnaast hebben wij een audit manager in dienst. Als een tussenpersoon bijvoorbeeld zwaar in het rood staat, dan gaat hij erop af. Dat rood staan kan gebeuren, doordat de tussenpersoon een zware brand in zijn portefeuille heeft gehad, maar het kan ook komen door een wijziging in zijn verkoopbeleid. Dat willen we dan wel graag weten. Dat doen we overigens ook bij onze volmachten. Toen bleek dat we bij de Rabobank alleen maar de niet-standaard risico’s kregen en de rest naar Interpolis ging, hebben we gezegd: neem het dan maar helemaal. Dat betekent natuurlijk wel een forse aderlating. Je laat een hoop premie lopen. Maar zoals al eerder gezegd: we zijn geen vergaarbak. Die Rabo-portefeuille bouwen we dit jaar nog af. Verder hebben we nog een aantal grote brandrisico’s in de boeken staan, waar we ook vanaf willen. Dus dit jaar zullen we wellicht wat minder hard groeien.”
Over de jaarcijfers 2001 wil Verëll nog niet veel zeggen. Ze zijn al klaar, maar moeten nog goedgekeurd worden. “Ik kan wel zeggen dat het technisch resultaat met 24% is gestegen, tot bijna e 4 mln. Verheugend is verder dat alle branches hebben bijgedragen aan de winst van het bedrijf. Onze productie is gestegen met 60%. Dat is echt ongelooflijk. Kennelijk de zuigende werking van een kleine goedpresterende maatschappij. Die 60% is opvallend, omdat we drastisch hebben gesaneerd in ons relatiebestand. Ongeveer 10% van onze productie kwam bij de Rabobank vandaan. Twee jaar geleden hadden we nog ruim 1.800 tussenpersonen in de boeken. Dat zijn er nu nog ongeveer achthonderd. En ook dat aantal zal nog teruglopen. Ook hier gaat natuurlijk de regel op dat twintig procent van de kantoren, tachtig procent van de omzet binnen brengt.”
Ambities voor de langere termijn heeft de schadeverzekeraar ook. “Dit jaar zal nog wat rommelig zijn, mede omdat we die Rabo-polissen moeten afbouwen. We streven op de langere termijn naar een verdubbeling van de omzet. Door een recente efficiencyslag binnen onze organisatie kunnen we dat met de bestaande ploeg aan, waardoor we ook qua kosten weer een beetje in de pas lopen met de markt en zo zijn we verzekerd van onze concurrentiepositie. Als kleine verzekeraar hebben we relatief hoge kosten. Want wij hechten aan een goede telefonische bereikbaarheid en een state-of-the-art automatisering.”
Als voorbeeld noemt Verëll het gebruik van één systeem. “Voorheen hadden we achttien man op de afdeling IT. Dat zijn er nu nog vier. Vroeger had namelijk elke afdeling zijn eigen applicatie. Zat je op de afdeling Brand, dan leerde je alleen daar mee werken en niet met de applicatie van de varia-afdeling. Nu hebben we één systeem, waardoor we mensen multifunctioneel kunnen inzetten en minder mensen meer kunnen doen.” Basis van het systeem is het volmachtpakket van systeemhuis Anva. “Daar hebben we in samenwerking met het systeemhuis een maatschappijsysteem op maat mee gemaakt. Zij hebben de pakketexpertise en wij de maatschappij-expertise. Daar is dus iets heel moois uit voortgekomen.”
De ambitie blijft niet steken bij een verdubbeling van de omzet. “Wij willen de beste zijn op particulier gebied. Gelet hierop hebben we de overgang naar de euro gebruikt om onze voorwaarden op onderdelen dusdanig te verbeteren dat deze tot de beste in de markt gerekend mogen worden.”
De Noordhollandsche heeft zijn beleid in het afgelopen jaar fors bijgestuurd. “We deden eertijds alle schaderisico’s, maar wij beperken ons nu tot de particuliere markt en de K in het midden- en kleinbedrijf. Daarbij moet je bijvoorbeeld denken aan de bloemenzaak hier in het dorp. We hebben nog wel grote risico’s in de boeken, maar die willen we afbouwen. Daarnaast hebben we een uitstekend concurrerend pakket in de Combipolis. Verder is ons beleid erop gericht te kijken naar het resultaat van de samenwerking met de tussenpersoon. Daar gaat het uiteindelijk om.”
Eigen label
De Noordhollandsche is op internet niet te vinden. “Dat is ons beleid. Als een tussenpersoon via internet een product van ons wil sluiten, dan zeggen wij daar ‘nee’ tegen. Daar laten we dus bewust omzet lopen. Als er via internet gesloten wordt, hebben wij geen zicht op de klant van die tussenpersoon. Daar komt alle ellende vandaan. En dat is wat wij nou net niet willen. Ik moet weten wat voor vlees ik in de kuip heb. Via internet weet ik dat niet. Ik kom weer terug op het feit dat wij geen vergaarbak zijn. Zo iemand sluit dan één postje en denkt dat hij daar alle service bij krijgt. Nee, dus.”
Op vergelijkingssites, zoals Independer, Wellowell en de Verzekeringssite, wil de Noordhollandsche niet te vinden zijn. “Nee, wij hebben tegen die clubs gezegd dat ze ons er af moeten halen. Wij werken daar niet aan mee. Het is tegen onze principes. Wij hebben een naamsbekendheid van nul komma nul bij de consument. En dat willen we graag zo houden.”
Tussenpersonen sluiten veelal onze producten onder eigen label. De klant weet niet eens dat hij een product van de Noordhollandsche in huis heeft gehaald. Op deze manier werken we alleen met onze echte goede tussenpersonen, want aan deze werkwijze stellen wij wel een aantal randvoorwaarden.”
“Wij bieden de tussenpersoon een zeer goed geautomatiseerd systeem. Hij heeft daarmee online verbinding. Hij tikt aan zijn kant alle gegevens in en krijgt vervolgens de aanvraag direct op zijn scherm. Hij kan de polis direct uitdraaien en krijgt daarbij ook meteen de factuur geleverd en als het een auto betreft, kan hij de groene kaart meteen printen. Daarmee zitten we op dagverwerking. Wij hebben het standpunt dat achterstand, achterstand kweekt. De werkwijze kan vergeleken worden met die van Voogd + Voogd waar jullie een paar nummers geleden een interview mee hadden. Bij ons werkt het precies zo. Wat ons betreft, is dat een unique selling point.”
“De gedachte achter private labels is, dat het in het belang van de klant is,” legt Verëll uit. “Het is voor die klant toch veel handiger om zijn hele schadepakket bij één verzekeraar onder te brengen. Want als totaalrelatie heb je als klant minder grijze gebieden en heb je meer in de melk te brokkelen bij die verzekeraar. Laat ik het maar duidelijk zeggen: wij doen niet veel zaken met tussenpersonen die weinig bij ons onderbrengen. Hij zal intensief met ons moeten samenwerken. Die achthonderd waar ik het daarstraks over had, zullen er nog minder worden. Wij hebben er bijvoorbeeld geen zin in om alleen de problemen van AXA op te lossen. Wij zeggen wel altijd tegen onze tussenpersonen dat ze er andere agentschappen naast moeten houden. Alleen al vanwege het simpele feit dat wij niet alle producten kunnen bieden. Wij hebben bijvoorbeeld geen CAR-verzekering in de boeken.”
Beloning
“Aan tussenpersonen die het erg goed doen, stellen wij aan de achterkant een bonus ter beschikking. Een goede tussenpersoon draagt namelijk bij aan de resultaten van ons bedrijf en daar stellen wij dan graag wat tegenover in de vorm van een variabele beloning. Concreet betekent dat: provisie aan de voorkant en een bonus aan de achterkant.”
Ook het personeel van de Noordhollandsche deelt in de vreugde als de resultaten goed zijn. “Ze werken er keihard voor en daar stellen wij wat tegenover. Bij het Nipo-onderzoek van NBVA, NVA en DAK naar de performance van verzekeraars is de Noordhollandsche er als beste uitgekomen. Alle aandacht ging weliswaar naar Woudsend, maar dat komt omdat hun naamsbekendheid groter is. Maar als je sec kijkt naar de uitkomsten van dat onderzoek, dan is de Noordhollandsche op de eerste plaats geëindigd. Om dat te vieren gaan we in mei, het weekend van Hemelvaart, met ons hele personeel inclusief vaste partner, een lang weekend naar Griekenland. Ze hebben het verdiend. Zij dragen net zo hard bij aan deze resultaten als de tussenpersoon, die we ook belonen.”
Hete hangijzers
Over de ontwikkelingen in het beloningsysteem van tussenpersonen maken ze zich bij de Noordhollandsche niet zo druk. “Het is goed dat provisie variabel is. Verder merken wij niets van het fee-stelsel en ook niet ten onrechte volgens mij. De tussenpersoon is gebaat bij de waarde van zijn portefeuille en die laat zich nog altijd goed uitdrukken in provisie-inkomsten. Als je kiest voor een abonnement- of fee-systeem, wat is dan nog de waarde van je portefeuille?”
“Op onze jaarlijkse relatiedag vragen wij naar dit soort onderwerpen. Ik hoor echter nooit dat ze er behoefte aan hebben. Mocht het zo ver komen, dan bekijken we de situatie natuurlijk opnieuw.”
Over een ander heet hangijzer in de branche haalt de Noordhollandsche eveneens de schouders op. “Captives? Hoe onafhankelijk is onafhankelijk? Wij hebben veel grote NN-kantoren in de boeken staan. De realiteit is, dat wij de banden met deze kantoren niet doorknippen. Want als er ooit een afsplitsing komt, gaan ze met ons verder. Je kan er vanuit gaan dat ze echt het beste product adviseren en wij zijn erg praktisch ingesteld. De Rabobank is een loondienstorganisatie geworden. Toen was het voor ons einde verhaal.”
Waarom zijn jullie in zee gegaan met Icoa, de inkoopcombinatie van NVA-kantoren?
“Om heel eerlijk te zijn, zijn we daarvoor gevraagd. Er is een enquête gehouden onder de deelnemers en daaruit kwam naar voren dat men juist ons als schadeverzekeraar er bij wilde hebben. Wij zijn daar wel met enige terughoudendheid ingestapt. Want wij houden aan ons principe vast dat wij elk assurantiekantoor individueel willen kunnen afrekenen.”
Voor de samenwerking met Connect, een samenwerkingsverband van oud Interpolis-kantoren geldt hetzelfde. “We hebben in eerste instantie het Nevat-bestuur over de vloer gehad en hebben hun verhaal aangehoord. Zij wilden dat we collectief alle Nevat-leden zouden overnemen. Dat doen we dus niet, het moet wat ons betreft individueel. Als alternatief is er toen een volmachtsamenwerking met twaalf verenigde Nevat-leden uitgerold.”
Over het onderwerp toezicht, haalt Verëll de schouders op. “Wij staan daar redelijk neutraal tegenover. Ik vind het wel een goede zaak dat er toezicht komt op de agenten. Wij onderschrijven ook zonder meer de uitgangspunten van de Gidi. Maar zo werken wij al jaren. Wij doen geen zaken met tussenpersonen zonder een beroepsaansprakelijkheidsverzekering of zonder aansluiting bij de Stichting Klachteninstituut Verzekeringen. Alle ellende die je leest over tussenpersonen, betreffen toch vaak de levenkantoren en die hebben wij niet in de boeken. Voor de Pensioen- en Verzekeringskamer zijn wij al helemaal niet interessant. Uiteraard komen ze langs, maar echt spannende zaken treffen ze bij ons niet aan. Dat is gewoon de praktijk.”
Andere initiatieven in de branche worden door de Noordhollandsche op de voet gevolgd, zoals Meeting Point, het e-businessplatform en ISA (Informatie Systeem Autodata). “Meeting point, het internetportal voor autoverzekeringen, is een heel goed initiatief. Ze hebben iets ontwikkeld wat wij al hebben voor onze tussenpersonen. Maar als het de standaard wordt, dan doen we mee.”
Over ABZ is Verëll iets minder te spreken. “Toen ze ISA lanceerden, hebben wij gezegd: laat maar zien. We hebben een demonstratie gekregen. Het zag er allemaal tiptop uit. Dus wij zeiden: doe maar en wat moet het kosten? Op dat moment bleek dat ISA echter nog niet operationeel was en het ook voor een kleine maatschappij toen niet te betalen was.”
Ook over het e-businessplatform heeft Verëll zo zijn mening. “Wij zijn er een groot voorstander van, maar het is allemaal politiek en daar willen wij niet aan meedoen.” [Kader0
Lex Verëll (44) is geboren in Hoorn. In 1960 verhuisde hij naar Alkmaar, waar zijn ouders tot 1995 een bloemenzaak runden. “Vandaar mijn voorliefde voor de K in het mkb.” Na zijn VWO-opleiding, gaat Verëll rechten studeren in Amsterdam. Als bijbaantje is hij postbesteller. “Mooie tijden waren dat.” In 1981 komt hij terecht bij de Noordhollandsche. Daar doorliep hij alle afdelingen. In 1987 werd hij directie-secretaris. In 1995 treed Verëll toe tot het managementteam dat toen nog uit drie personen bestond. In 1998 wordt hij statutair directeur. “In 1999 heb ik Cas erbij gehaald. Die werd toen adjunct-directeur en sinds 2000 is hij eveneens statutair directeur. We runnen dit bedrijf met z’n tweeën.”
Lex Verëll en Cas Verhage: “Wij doen geen zaken met tussenpersonen die weinig bij ons onder willen brengen”.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.