nieuws

Noodregeling Trinity voltooid

Archief

Het boek van Trinity in Nederland kan in verzekeringstechnisch opzicht worden dichtgeklapt. Het bijkantoor van de Britse schadeverzekeraar, die hier uitsluitend via (zes) gevolmachtigden werkte, werd in 1992 onder de wettelijke noodregeling geplaatst. De kleine portefeuille is nu, elk voor het eigen gedeelte, overgenomen door ‘huismaatschappijen’ van de betrokken gevolmachtigden.

In april 1992 werd de vergunning van Trinity door de Verzekeringskamer ingetrokken en in oktober van dat jaar werd de wettelijke noodregeling in werking gesteld door de rechtbank in Middelburg (wettelijk vertegenwoordiger in ons land was P.J. Legerstee in het Zeeuwse Ouwerkerk).
Aan de Verzekeringskamer werd voor onbepaalde tijd machtiging verleend “zowel tot vereffening van het geheel of van een gedeelte van de portefeuille van de verzekeraar als tot overdracht van alle of van een deel van zijn rechten en verplichtingen uit of krachtens overeenkomsten van verzekering”.
De Nederlandse tak van Trinity, die in 1985 nog een bruto premie-inkomen van f 1,8 miljoen had, noteerde over 1991 een bruto premie-inkomen van nog slechts f 90.000, een technisch resultaat van f 33.000 en een nettowinst van f 9.000. Ir. A.C.J.M. van der Stee, oud-directeur van Nationale-Nederlanden, werd door de Verzekeringskamer ingeschakeld om de via de noodregeling verkregen bevoegdheden uit te oefenen. Van der Stee ging op zoek naar een risicodrager voor de Nederlandse Trinity-portefeuille. “Als die niet gevonden kan worden, kan de afwikkeling een slepende zaak worden”, zei Van der Stee in november 1992 in AM. Niemand bleek trek te hebben in deze dode portefeuille. “Er viel geen stuiver aan te verdienen; hooguit wat te verliezen”, blikt Van der Stee nu terug. Grote vraag was natuurlijk, of er nog belangrijke claims zouden komen op de aansprakelijkheidspolissen in de Trinity-portefeuille. Maar daar is in de praktijk geen sprake van geweest, aldus Van der Stee, die als bewindvoerder weinig werk aan Trinity heeft gehad. “Er zaten gelukkig geen lijken in de kast”. Een meevaller was, dat een belastingclaim die was begroot op ongeveer f 250.000 uiteindelijk belangrijker lager uitpakte.
Toch overgedragen
De portefeuille bestond, zoals gezegd, uit polissen die gesloten waren door zes gevolmachtigden. Om toch een einde te kunnen breien aan het Trinity-verhaal zijn de posten nu overgenomen door ‘huismaatschappijen’ van de betrokken gevolmachtigden. Dit is gebeurd via zes afzonderlijke overdrachtsovereenkomsten, waarbij impliciet de schadereserves – in totaal ruim vijf ton – zijn overgeboekt.
Hierna volgen de betrokken gevolmachtigden en de resp. overnemende maatschappijen:
– Schermer Assuradeuren: Delta Lloyd Schade;- W.A. Hienfeld: Limmat Versicherungs-Gesellschaft (Zwitserland);- Bloemers & Co: Nassau Verzekering Maatschappij;- J.H. Landwehr: Nieuwe Hollandse Lloyd Schade;- Knight Scheuer Assuradeuren: UAP NieuwRotterdam Schade;- NieuwRotterdam Knight Schippers: UAP NieuwRotterdam Schade. De Verzekeringskamer heeft deze overdrachten bekend gemaakt in de Staatscourant van 24 december.Ir. A.C.J.M. van der Stee: “Geen lijken in de kast.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.