nieuws

Nog veel blijft vaag rondom ‘no cure no pay’ In AM 13 stond

Archief

een ingezonden stuk van Hans Noordsij van de Nationale Letstel Telefoon waarin hij beweerde dat no cure no pay diefstal is. In AM 14 (pag. 39) reageerde de Pals Groep verbolgen op zijn aanval. Nu is de beurt weer aan Hans Noordsij.

“Met veel interesse heb ik kennis genomen van de reactie van de Pals Groep (AM 14, pag. 39) op de namens de Nationale Letsel Telefoon (NLT) door mij ingezonden bijdrage over de negatieve kanten van no cure no pay. Wanneer Pals mijn bijdrage goed leest, ziet zij daarin dat de NLT niet mordicus tegen elke vorm van no cure no pay is. Er zijn zeker zaken waarin een dergelijke aanpak te verdedigen is. Denk aan het schrijnende geval van de zelfstandige die door (mogelijke) schuld van een ander zijn arbeidsvermogen en dus zijn inkomen kwijt raakt. Hij zal nooit in staat zijn om zelf de behandeling van zijn zaak te betalen. Maar de zaak is niet op voorhand kansloos en als hij het redt, dan is er geld genoeg.
Wanneer dan een gespecialiseerd bureau of een letselschadeadvocaat de nek wil uitsteken en het risico dragen, dan mag daar bij succes een navenante beloning tegenover staan.
Daarom is de NLT het met de NMa eens. Laat dat misverstand dan maar gelijk even uit de weg geruimd worden: de NLT is er niet op tegen om (ook) aan de advocatuur toe te staan om no cure no pay te hanteren. Wel zal de NLT zich ervoor inzetten dat de toepassing ervan op een slachtofferveilige manier gebeurt. Het is wenselijk dat er bindende regels komen. Denk bijvoorbeeld aan de voorwaarde dat het slachtoffer een standaard overeenkomst moet ondertekenen waarin expliciet op het no cure no pay-aspect is ingegaan.
Voor de volledigheid memoreer ik ook het risico dat een relatie tussen de hoogte van het schadebedrag en de beloning voor de belangenbehartiger de zaak kan vertroebelen. Denk aan de mogelijkheid van reïntegratie waarbij het schadebedrag uiteindelijk lager zal zijn in ruil voor herstel en aanwending van het (in eerste instantie aangetaste) arbeidsvermogen. Bedrijfseconomisch gezien is dat voor het bureau dat op basis van no cure no pay werkt, geen goede zaak en de verleiding is niet denkbeeldig om de reïntegratie niet te stimuleren. Bij een honorering op basis van gewerkte uren bestaat dat risico niet. Een veiliger idee, zou ik zeggen.
Adder onder het gras
Enkele veel genoemde argumenten, naast die door Pals genoemd, die voor no curo no pay zouden pleiten passeren nu de revue.
‘De cliënt zal nooit voor kosten komen te staan.’ Die kosten zullen dus, wanneer het een niet (volledig) haalbare zaak blijkt te zijn, door het letselschadebureau worden gedragen. Daar zit al gelijk de eerste adder onder het gras. Het bureau mag namelijk zelf beslissen of ze een zaak wel of niet aanneemt. Er is geen enkele garantie dat er geen selectie plaatsvindt. Het bureau is dus vrij om alleen zaken aan te nemen die aan twee voorwaarden voldoen: het belang moet groot genoeg zijn én er mogen niet teveel risico’s aan zitten. Er is geen toezicht op de werkwijze van de bureaus.
‘Bij afspraak op basis van gewerkte uren zal de behandelaar zich geremd voelen wanneer hij een volgende stap in het dossier moet zetten, omdat die stap de portemonnee van de cliënt kan raken.’ Hierbij wordt niet vermeld dat het bij no cure no pay niet gaat om de portemonnee van de cliënt, maar om de eigen portemonnee van het letselschadebureau. Het is logisch te veronderstellen dat men dan nog kritischer zal zijn.
‘Wanneer de hoogte van de beloning direct afhankelijk is van de hoogte van de schadevergoeding, zal de belangenbehartiger ‘harder hollen’ voor zijn cliënt.’ Op zich lijkt dit een logische gedachte. Maar het gaat niet op. Er moet namelijk ook een verband bestaan tussen extra inspanningen en extra honorarium. Het is gemakkelijk om bij een fors letsel een fors aanbod van de verzekeringsmaatschappij te krijgen. Wanneer dan de cliënt het advies krijgt om akkoord te gaan, dan is het honorarium (15%, waarover de cliënt dan ook nog btw moet betalen) snel verdiend. Maar het kan best dat het bedrag de schade niet volledig dekt en het bedrag dus iets hoger moet worden. Daar moet dan relatief veel extra werk in gaan zitten (veel uren) dat maar weinig extra honorarium oplevert. Dat is voor de no cure no pay-behandelaar niet aantrekkelijk. Ook hier is men in de praktijk beter af met een regeling op basis van gewerkte uren. Bovendien zullen deze redelijke kosten uiteindelijk als onderdeel van de schade vergoed gaan worden.
‘No cure no pay blijkt in de praktijk goed te werken, want wanneer de cliënt de keuze heeft, dan kiest hij bijna altijd (in 90% van de gevallen) voor een behandeling op basis van no cure no pay.’ De Pals Groep voert aan, dat de slachtoffers zich niet laten misleiden en bewust een keuze maken. Maar wees nu eerlijk, wanneer een cliënt nog nooit met letselschade te maken hebt gehad en er komt een deskundige die een advies geeft, dan gaat de cliënt ervan uit dat dit advies in zijn belang is. Wie moet hij anders vertrouwen?
Koffiedik kijken
Een ander argument: ‘Uiteindelijk betaalt het slachtoffer bij no cure no pay vaak niets, omdat de kosten van de behandeling (wel weer op uurbasis!) bij de verzekeringsmaatschappij geclaimd worden en verrekend met de cliënt.’ Dit is de vraag. Op de eerste plaats moet vast staan dat het bureau dat op basis van no cure no pay werkt, inderdaad de verkregen vergoeding met de cliënt verrekent. Helaas bestaan hiervoor geen garanties. Nergens is dit verplicht gesteld. Het enige advies is hier dan ook: bent u in zee gegaan met een bureau dat werkt op basis van no cure no pay, vraag altijd een overzicht van de kosten die het bureau in rekening heeft gebracht bij de verzekeringsmaatschappij en laat dit in mindering brengen op de vergoeding die aan het bureau betaald moet worden.
‘De schadevergoeding ligt bij zaken die op basis van no cure no pay zaken zijn behandeld hoger dan wanneer op basis van een uurtarief gehandeld wordt.’ Hierbij wordt verwezen naar onderzoeken die dit resultaat zouden hebben aangetoond. Het blijft echter altijd een onbeantwoorde vraag of dezelfde zaak die op basis van no cure no pay is behandeld minder zou hebben ‘opgeleverd’ wanneer deze op basis van een uurtarief zou zijn behandeld en omgekeerd. Daarom blijft het koffiedik kijken. Uiteindelijk is het de verzekeringsmaatschappij die betaalt. Je zou dus moeten stellen dat de verzekeringsmaatschappij bereid is om een hogere schadevergoeding te betalen, wanneer de schade op basis van no cure no pay is behandeld. Dat is natuurlijk onzin. Ook verzekeraars zijn niet achterlijk! De hoogte van de schadevergoeding heeft hier dus nauwelijks mee te maken. Het is uiteindelijk de deskundigheid van de belangenbehartiger waar het om gaat. Die deskundigheid is onafhankelijk van de vraag of er wordt gewerkt op basis van no cure no pay of niet!
Praktijkvoorbeeld
Tot slot een voorbeeld uit de alledaagse praktijk. Een kind van dertien jaar wordt al overstekend aangereden door een auto. Het kind raakt ernstig gewond aan het hoofd en de ruggenwervels. De vader vraagt om belangenbehartiging, omdat het vooruitzicht bestaat van blijvende invaliditeit en wellicht arbeidsongeschiktheid. De deskundige belangenbehartiger weet in zo’n situatie dat het altijd ‘pay’ is en ook dat het zeer waarschijnlijk om een grote schade gaat. Als onder die omstandigheden met (de vader van) het kind de afspraak wordt gemaakt dat uiteindelijk 15% plus 19% btw = 17.85% van het ‘hard bevochten’ schadebedrag moet worden ingeleverd, dan staat die afspraak gelijk met de kop van ons artikel in AM 13 (pag. 32), namelijk dat no cure no pay in dit geval diefstal is.
Stelt u zich een letselschadewereld voor, waarin ieder slachtoffer recht heeft op behandeling van zijn zaak. De belangenbehartiger is verplicht zijn deuren open te zetten en iedereen die in zijn wachtkamer komt te helpen. Groot of klein, rijp of groen, profijtelijk of verliesgevend. Maar… als hij een zaak verliest, dan moet hij zelf zijn kosten dragen. Om dat te compenseren laat hij alle winnende cliënten een bijdrage leveren. Aan de hand van de praktijk is er uitgerekend, daar zijn actuarissen voor, dat een vergoeding van 15% van het schadebedrag toereikend is.
Dat is no cure no pay in zijn zuivere vorm. Een mooi systeem. Maar nu laat je de belangenbehartiger vrij om te kiezen welke zaak wel en welke zaak niet… Wat blijft er dan over?”
Hans Noordsij,
voorzitter Nationale Letsel Telefoon.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.