nieuws

‘No cure no pay’ meestal nadelig voor slachtoffer

Archief

Minister Donner heeft besloten om de proef voor advocaten met ‘no cure no pay’ tegen te houden, dit tot verbijstering van de Consumentenbond (zie AM 14, pag 2). De voorzitter van de Nationale LetselTelefoon meent echter dat ‘no cure no pay’ in bijna alle gevallen in het nadeel van het slachtoffer is.

“Hierbij reageer ik op het artikel over ‘no cure no pay’ in AM 14 (pag. 2). Het komt dus toch niet van de proef in de advocatuur om in letselschadezaken op basis van ‘no cure no pay’ te gaan werken. De minister heeft nu de proef verboden. De argumenten zijn duidelijk. Hij is bang dat ‘no cure no pay’ verkeerd gebruikt gaat worden. Eerder had ook de ANWB het om die reden afgewezen.
De Consumentenbond betreurt de beslissing van de minister. Tijdens een symposium over dit onderwerp heeft de Consumentenbond naar voren gebracht dat juist in echte consumentenzaken, zoals geschillen tussen leveranciers en consument over (de kwaliteit van) een geleverd product, een aanpak op basis van ‘no cure no pay’ te verkiezen is. Terecht werd toen door de dagvoorzitter opgemerkt dat de Consumentenbond eigenlijk een pleidooi hield voor pro-deozaken. Bij de meeste consumentenzaken is het belang niet erg groot. Eén van de grootste uitgaven op dit gebied is een plasma-tv van e 4.000. Zelfs in dit geval zal een advocaat, of welke rechtshulpverlener ook, nimmer op basis van ‘no cure no pay’ gaan werken. Immers: de maximale beloning is dan 15% van e 4.000 (als het geschil al over het gehele bedrag gaat) in het geval er succes wordt behaald. Voor een honorarium van e 600 zul je geen advocaat vinden die zo’n zaak zal aannemen, zeker nu hij ook nog het risico van ‘geen succes’ draagt.
Bijzonder gevallen
‘No cure no pay’ is bestemd voor heel bijzondere gevallen met een groot belang. Denk bij letselschade aan de ondernemer die na een medische behandeling arbeidsongeschikt is geworden. Zijn toekomst valt in duigen. Hij vraagt zich af of er door de artsen een fout is gemaakt. Dat is soms een moeilijke vraag. Wanneer het ziekenhuis de aansprakelijkheid niet wil erkennen, moet je onderzoeken of er inderdaad sprake is van een foutieve behandeling of dat het om een niet verwijtbare complicatie gaat.
Zo’n onderzoek is duur. Wanneer de ondernemer dan geen advocaat kan betalen, immers zijn bedrijf is onderuit gegaan, dan is behandeling op basis van ‘no cure no pay’ door een gespecialiseerd bureau te overwegen.
Komt er niets uit, dan draagt het bureau alle kosten. Maar als het wel lukt om schadevergoeding te krijgen, dan zal de ondernemer daarvan minimaal 15% (ook hogere percentages zijn mogelijk) aan het bureau moeten betalen. Over dit bedrag betaalt hij ook nog btw, zodat het werkelijke percentage nog hoger is. Met deze toeslag betaalt hij, in theorie, mee aan de zaken die op ‘no cure no pay’-basis werden aangenomen, maar verloren zijn.
Bij de advocatuur is dit nu verboden. De risico’s zijn te groot. Men heeft ongetwijfeld gekeken naar de praktijk bij de letselschadebureaus. Daar zien we diverse bureaus die aanbieden een letselschade te behandelen op basis van ‘no cure no pay’. Daar zitten ook heel grote, landelijk werkende bureaus bij. In hun brochures worden de voordelen van ‘no cure no pay’ breed uitgemeten. Je komt nooit voor verrassingen te staan. Alle kosten worden door het bureau betaald. Je weet ook waar je aan toe bent, want aan het eind van de rit betaal je altijd een percentage van je schadevergoeding aan het bureau. Duidelijk, dat wel.
Zure druiven
Maar is het echt een goede oplossing? Neen. In minder dan één procent van de gevallen komt de rechter er aan te pas. De meeste zaken worden in overleg met de verzekeringsmaatschappijen opgelost. De schuldvraag, dus de aansprakelijkheid, staat in bijna alle gevallen direct vast. Bij verkeersongevallen en arbeidsongevallen is er bijna nooit discussie over de aansprakelijkheid. De regels daarvoor zijn in de loop van de tijd uitgekristalliseerd en iedereen die deze regels kent, kan de aansprakelijkheid beoordelen.
Hoe zit het dan met de kosten? In de wet staat dat de aansprakelijke partij ook de behandelingskosten moet betalen. Dus in bijna alle gevallen kan de rekening naar de verzekeringsmaatschappij. Die beoordeelt de kosten op hun redelijkheid en betaalt ze. Je krijgt dan dus helemaal geen rekening van het bureau of de advocaat.
Wanneer je op basis van ‘no cure no pay’ met een bureau in zee bent gegaan, dan zijn de druiven zuur. Want nu moet je ineens wel betalen! Door misleidende informatie worden veel letselschadeslachtoffers de dupe. Is er éénmaal een opdrachtformulier ondertekend, dan is er ook geen weg terug. Daarom is voorzichtigheid geboden. ‘No cure no pay’ is in bijna alle gevallen in het nadeel van het slachtoffer. Hij betaalt een toeslag voor een risico dat niet bestaat!
De vraag of ‘no cure no pay’ in een letselschade verantwoord is, is makkelijk te beantwoorden. Pas als er een behoorlijke kans bestaat dat het ‘no cure’ wordt (vraag daar desnoods een second-opinion over) is ‘no cure no pay’ een eerlijke mogelijkheid. In alle andere gevallen word je als slachtoffer benadeeld.”
Mr. L.J. Noordsij,
voorzitter Nationale LetselTelefoon

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.