nieuws

NIS wil alsnog betrokken worden bij Kenniscentrum Personenschade

Archief

Bij het Nederlands Instituut van Schaderegelaars (NIS) vindt men het op z’n minst jammer dat verzekeraars het instituut (nog) niet hebben geraadpleegd bij de voorbereidingen voor het Kenniscentrum Personenschade. Deze teleurstelling is verwoord in een artikel in het aprilnummer van KEN-NIS, het tijdschrift van de organisatie van letselschaderegelaars.

“Het NIS omvat praktisch alle buitendienstfunctionarissen die zich dagelijks bezighouden met letselschaderegeling. Uitgerekend NIS-leden houden zich dagelijks bezig met slachtoffers – waar het immers allemaal om gaat – en hun belangenbehartigers. Variërend op het onderwerp, mogen we spreken over een ‘Ervaringscentrum Personenschade’.”
“Wat zou het vruchtbaar gewerkt hebben, of wat positiever geformuleerd, wat zou het niet vruchtbaar werken als de samengebalde ervaring van honderden veldwerkers zou zijn ingebracht ter bundeling van versnipperde kennis en research! Nu lijkt het geheel op een directie die plannen uitbroedt op commercieel terrein en verzuimt de uitvoeringsorganisatie (buitendienst) daarbij te betrekken”, aldus KEN-NIS.
Businessplan
De redactie van het blad stelt dat zij de hand heeft weten te leggen op het van oktober 1996 daterende Businessplan Kenniscentrum Personenschade van het Verbond van Verzekeraars. Het blad schrijft: “Het centrum wordt duidelijk gezien als een verdedigingslinie. Er staat immers dat het een reactie is van verzekeraars op een steeds professioneler en agressiever wordende letselschademarkt. Kennelijk is daar een dynamiek aanwezig die om een antwoord vraagt. Dat je dat met elkaar doet, is enkel te prijzen. Maar anderen niet toelaten, is dat wel wijs?”
Toch zou er bij het NIS geen sprake van een kater zijn. “Geen misverstand. Wat bekend is tot op heden, geeft een goed gevoel, te onderscheiden van een wild geluksgevoel.” De verzekeraars wordt “alle succes toegewenst”, want de oprichting van een dergelijk instituut had eigenlijk al decennia geleden moeten gebeuren. “Wederom gaat het om een activiteit die pas onder druk van buitenaf tot stand komt. Anticipatie op wat staat te gebeuren, is kennelijk moeilijk; en dat in een branche vol knappe koppen! Steeds tot overleg bereid!”, besluit de redactie van KEN-NIS.
Start
Het Kenniscentrum zou nog voor de zomer van start moeten gaan en zal blijvende aandacht van het NIS genieten. “Het zijn immers de letselschaderegelaars die dagelijks in het veld te maken hebben met al wat het centrum wil bereiken. Wil het doel bereikt worden, dan is het zaak dat werkgevers van letselschaderegelaars hun medewerkers als het ware per dag bijpraten over alle ontwikkelingen, publicaties, studies, overeenkomsten etcetera en hen deel laten nemen aan de voorgenomen congressen, symposia, workshops en studiedagen. Dit voorkomt frustratie en demotivatie die makkelijk optreden als letselschaderegelaars op dossierniveau geconfronteerd worden met lacunes in beschikbare kennis.”
Bruinsma hoopt op commentaar
Voorzitter Jitse Bruinsma van het NIS, zelf letselschaderegelaar bij Aegon, kan zich vinden in het betoog van de (“vrij autonome”) redactie van KEN-NIS. Het 250 leden tellende NIS omvat niet alleen bijna honderd letselschaderegelaars van schadeverzekeraars, maar ook een even groot aantal functionarissen van expertisebureaus (die in beginsel voor de eisende of voor de betalende partij kunnen werken), alsmede ruim vijftig belangenbehartigers van slachtoffers zoals functionarissen van rechtsbijstandverzekeraars, FNV en ANWB. Bruinsma: “Er wordt daardoor ook verschillend over het Kenniscentrum Personenschade gedacht. Je kunt niet zeggen, dat wij ons gepasseerd zouden voelen. Dat is te sterk uitgedrukt. Wel hebben wij van het begin af aan gevraagd, met het oog op het harmoniemodel in de schaderegeling, of het NIS hierbij betrokken kan worden. Ik hoop dat het artikel reacties oproept.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.