nieuws

Nieuwe zorgverzekeraar kan diverse basispolissen voeren

Archief

“In de visie van de regering gaat het om een nieuw type verzekeraar die zowel kenmerken heeft van de bestaande particuliere verzekeraar als van het huidige ziekenfonds.” Dit staat in de Memorie van Toelichting op het wetsvoorstel Zorgverzekeringswet, waarin de nieuwe basisverzekering is vastgelegd. Het wetsvoorstel wordt binnenkort in de Tweede Kamer behandeld.

De nieuwe zorgverzekering wordt een publiekrechtelijke verzekering die op privaatrechtelijke basis wordt uitgevoerd door zorgverzekeraars die winst mogen maken. “Ruimte voor eigen initiatief en ondernemerschap gaat in het wetsvoorstel gepaard met sterke publieke randvoorwaarden. Op deze wijze kunnen de sociale traditie van het ziekenfonds en de markttraditie van de particuliere verzekering worden samengebracht”, aldus de Memorie van Toelichting.
De zorgverzekering die in 2006 wordt ingevoerd is verplicht – wie zich niet verzekert krijgt een boete – zodat de verzekeraars acceptatieplicht hebben. De financiering geschiedt voor 50% (macro gezien) via een nominale premie die de verzekeraar direct van zijn verzekerden ontvangt. Kinderen onder de achttien jaar betalen geen premie. De overheid komt elk jaar met een rekenpremie voor de nominale premie, maar de verzekeraar mag zelf bepalen welke premie hij in rekening brengt. Hij moet echter wel iedereen – ongeacht leeftijd of gezondheid – met dezelfde polis dezelfde premie berekenen. Genoemde 50% is inclusief een rijksbijdrage van circa 5% om de kinderpremie te financieren.
De overige 50% van de kosten wordt door werkgevers opgebracht. De werkgever betaalt voor zijn werknemers een inkomensafhankelijke – fiscaal te heffen – bijdrage. Deze bijdragen gelden voor de werknemers als inkomen en zullen (net als nu de werkgeversbijdrage in het ziekenfonds) voor de werknemer fiscaal worden belast en meetellen voor de premieheffing sociale verzekeringen. In verband met de werkgeversbijdrage zullen sommige lopende cao’s (waarin werkgeversbijdragen zijn vastgelegd) moeten worden herzien.
Mensen voor wie de hoogte van de nominale premie een probleem is, komen in aanmerking voor een zorgtoeslag. Hiermee wil de regering solidariteit tussen de inkomens bewerkstelligen. Voor de regeling is een apart wetsvoorstel, de wet op de Zorgtoeslag, in de maak.
De verzekerden hebben recht op een no-claim-teruggave. De precieze uitwerking van deze regeling zal niet, zoals een aantal andere punten in de Zorgverzekeringswet, in een Algemene Maatregel van Bestuur worden geregeld, maar wordt volgend jaar vastgelegd in het huidige ziekenfonds en zal onverkort ‘meeverhuizen’ naar de nieuwe zorgverzekering.
De procentuele premie en de rijksbijdrage voor kinderen worden in een vereveningskas, het Zorgverzekeringsfonds, gestort. Uit deze kas krijgen de verzekeraars een uitkering per verzekerde, die is gerelateerd aan leeftijd, geslacht, hoog medicijngebruik en regio. Op deze wijze wordt voorkomen dat zorgverzekeraars gedupeerd worden door de verplichte acceptatie van slechte risico’s.
Pakket
De overheid stelt de samenstelling van het basispakket vast. De regering gaat uit van een pakket dat vergelijkbaar is met het huidige ziekenfondspakket, maar ook hierover moet de politiek nog een besluit nemen. De aanvullende verzekeringen vallen uiteraard buiten de regelgeving. Het pakket heeft ‘Europese waarde’. “Alle verzekerden zullen onder de paraplu van de Europese sociale-zekerheidsverordening komen”, staat in de Memorie van Toelichting. “Verzekerden die in het buitenland wonen of verblijven kunnen ter plaatse medische zorg krijgen ten laste van de Nederlandse overheid.”
Polissen
Dat er één basispakket is, wil beslist niet zeggen dat er geen polisdifferentiatie komt. Ten eerste mag de verzekeraar kiezen of hij een polis voert met vergoeding volgens het declaratiesysteem (zoals nu in de particuliere markt) of volgens het natura-systeem (zoals nu in de ziekenfondsmarkt). Bij het natura-systeem heeft de verzekeraar een leveringsplicht; hij moet zorgen dat hij de gevraagde zorg heeft ingekocht, en mag verzekerden verplichten om gebruik te maken van bepaalde zorgverleners. Bij het declaratiestelsel heeft de verzekeraar inspanningsverplichting; hij hoeft geen zorg in te kopen en de verzekerde is vrij zelf een medische hulpverlener te kiezen. De verzekeraar mag beide vergoedingssystemen hanteren. Hij mag ook polissen met een mengvorm voeren, dat wil zeggen dat hij voor bepaalde dekkingen het natura-systeem hanteert en voor andere dekkingen het restitutiesysteem.
De Zorgverzekeringswet schrijft voor welke zorg het pakket moet omvatten, maar niet op welke wijze die zorg geleverd moet worden. De verzekeraar kan derhalve polisdifferentiatie aanbrengen via verschillen in service en kwaliteit van de te leveren zorg (bijvoorbeeld: behandeling in een privékliniek). Ook mag hij diverse eigen risico’s aanbieden. In het wetsvoorstel staan vijf mogelijkheden van e 100 tot en met e 500. De verzekeraar is verplicht ook een polis zonder eigen risico aan te bieden. Hij mag een wachttijd instellen voor verzekerden die willen overstappen op een polis met een lager eigen risico.
De zorgverzekeraars worden in beginsel geacht landelijk te werken. Uitsluitend een verzekeraar met minder dan 850.000 verzekerden mag zich beperken tot een provincie (werken in een deel van een provincie is niet toegestaan). Grote verzekeraars die provinciaal willen werken, kunnen zich dus opsplitsen in verzekeraars met niet meer dan 850.000 verzekerden. Uit de Memorie van Toelichting blijkt niet dat hiervoor enig beletsel is. In de wet wordt vastgelegd dat de verzekerden, ongeacht hun leeftijd of gezondheid, jaarlijks – per 1 januari – van zorgverzekeraar kunnen veranderen.
Collectiviteiten
Collectieve contracten blijven mogelijk, maar zijn niet langer gebaseerd op risico, maar uitsluitend op het aantal deelnemers. De korting wordt hoger naarmate de groep groter wordt. Collectiviteiten zijn dus niet meer gebonden aan werkgevers en kunnen worden gevormd door elke willekeurige groep, zoals een voetbalclub of buurtbewoners. Honderd voetballers en honderd buurtgenoten krijgen dan (voor eenzelfde product) dezelfde korting als een bedrijf met honderd werknemers die een slecht risico vormen of honderd werknemers die een goed risico vormen. In de Memorie van Toelichting wordt hierbij de kanttekening gemaakt, dat voor de mate van de premiekorting en voor een eventuele definitie van het begrip collectiviteit nadere bepalingen kunnen worden opgesteld.
Reserves
De ziekenfondsen mogen de reserves die zij in de publieke sector hebben opgebouwd, straks onder voorbehoud behouden. “De regering gaat er vanuit dat bij het inbrengen van bestaande wettelijke reserves geen sprake is van ontoelaatbare staatssteun. Een voorwaarde is wel dat de ziekenfondsen er voor kiezen de Zorgverzekeringswet zonder winstoogmerk uit te voeren. Indien een ziekenfonds binnen tien jaar na de start van de zorgverzekering, alsnog kiest voor een uitvoering met winstoogmerk, of het bedrijf beëindigt, moeten de oude wettelijke reserves worden afgerekend.”
Om de voor verzekerden nodige transparantie te bewerkstelligen, komt er een vergelijkend overzicht van de elementen waarop een verzekerde wordt geacht zijn verzekeraar te kiezen. Deze zogenoemde Report Card zal worden ontwikkeld en uitgevoerd door de Consumentenbond.
Een nog op te richten Zorgautoriteit gaat toezicht houden op de nieuwe zorgverzekeraars. De regering vreest dat de Zorgautoriteit begin 2006 nog niet operationeel is. In dat geval zal voorlopig de Pensioen- en Verzekeringskamer prudentieel toezicht houden en zal het College Toezicht Zorgverzekering toezicht houden op de uitvoering van de zorg en de Zorgverzekeringswet.
Koppeling aanvullende polissen
Een heet hangijzer, dat niet in de Memorie van Toelichting op de Zorgverzekeringswet aan de orde komt, is de verhouding tussen de basispolis en de private aanvullende polissen. Sommige verzekeraars zouden graag een soort koppeling zien tussen beide productvormen. Een verzekerde kan het namelijk als een probleem ervaren dat hij wel voor de basispolis wordt geaccepteerd, maar niet voor een bepaald aanvullend pakket. Verder kunnen verzekeraars die hun basisverzekerden niet kwijt willen, hen ‘vasthouden’ door de opzegtermijn van de aanvullende verzekering niet te laten sporen met die van de basisverzekering. Sommige verzekeraars vrezen de mogelijkheid dat er verzekeraars zullen ontstaan die uitsluitend aanvullende polissen voeren.
Verbond: ‘Werkgever buiten spel’
Het Verbond van Verzekeraars is niet te spreken over het plan om collectiviteiten te baseren op grond van aantallen. “Het wordt voor ondernemers onaantrekkelijk collectiviteiten te sluiten, terwijl de werkgeverscollectiviteit juist een belangrijk instrument is in de link tussen zorg en sociale zekerheid. De werkgever wordt in het nieuwe stelsel buitenspel gezet, maar moet wel de helft van de kosten van de gezondheidszorg betalen.” Ook vindt het Verbond het basispakket te omvangrijk waardoor te weinig ruimte overblijft voor aanvullende pakketten. “Hierdoor heeft de consument te weinig keus.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.