nieuws

Nieuwe verkeeraansprakelijkheid vraagt om een cultuuromslag

Archief

Nieuwe verkeeraansprakelijkheid vraagt om een cultuuromslag

De te verwachten nieuwe regelgeving in de verkeersaansprakelijkheid vraagt om een cultuuromslag. Al wordt bij motorrijtuigen het begrip ‘schuld’ in beginsel losgekoppeld van de schadevergoedingsplicht, zal dit in het gevoelsleven van betrokkenen waarschijnlijk verre van gemakkelijk gebeuren. Diverse inleiders op het vorige week in Zeist gehouden Audalet-symposium stonden stil bij de gecompliceerde mentale uitstraling van de voorgenomen fundamentele wetswijziging.
De bezoekers van het symposium hadden de primeur van het wetsvoorstel Verkeersongevallen dat tezelfdertijd door minister Sorgdrager bij de Tweede Kamer was ingediend. Voor de juristen kende het bijgestelde voorstel enkele interessante aspecten, maar voor het grote publiek is er niet veel veranderd aan het ontwerp dat begin dit jaar tot veel commotie in de publiciteit leidde en een dankbaar onderwerp voor cabaretiers ging vormen.
Kernpunt is de invoering van risico-aansprakelijkheid voor de automobilist ten opzichte van voetgangers en fietsers. In haar openingstoespraak bij het symposium bracht minister Sorgdrager genoemde opwinding in herinnering: “Aan de ene kant jubelende fietsers en voetgangers, aan de andere kant woedende automobilisten. Dat is merkwaardig, want vrijwel iedereen neemt, op verschillende momenten weliswaar, zowel als fietser of voetganger, als automobilist aan het verkeer deel. Kennelijk is de waardering voor dit wetsvoorstel ook afhankelijk van de wijze van verkeersdeelname waarmee men zich het meest identificeert”. Het is met name de risico-aansprakelijkheid ten behoeve van fietsers en voetgangers die de meest verdeelde reacties oproept. “Een gelijke risico-aansprakelijkheid ten behoeve van passagiers – zoals ook in dit wetsvoorstel is opgenomen – heeft, voor zover ik kan overzien, geen enkele reactie opgeroepen”, aldus Sorgdrager. Voor het wetsvoorstel geldt in hoge mate, dat het de jurisprudentie volgt. “Het wetsvoorstel brengt alleen verandering in de positie van ongemotoriseerden van veertien jaar en ouder, door ook deze slachtoffers volledige schadevergoeding toe te kennen.”
No blame
Minister Sorgdrager zei voorts dat het haar genoegen doet, dat de meerderheid van de autoverzekeraars vooruitlopend op het wetsvoorstel reeds heeft besloten een wijziging in het bonus/malus-stelsel in te voeren. Want bij veel maatschappijen valt men niet terug in bonuspercentage, als men geen schuld heeft aan een aanrijding met ongemotoriseerden: het no-blamestelsel. Het kabinet vindt dat met dit voorstel een goed evenwicht bereikt is tussen enerzijds bescherming “van die slachtoffers voor wie dat het meest noodzakelijk is en anderzijds een stelsel dat nog betaalbaar blijft.” Het kabinet verwacht een verhoging van de autopremie met f 50 à f 60.
Inconsequent
Namens de verzekeraar sprak mr. Carlo de Swart, voorzitter van de Sector Schade. Hij had het over f 55 premieverhoging als gevolg van dit wetsvoorstel. Maar omdat er tegelijkertijd een uitbreiding van het verhaalsrecht in de wettelijke arbeidsongeschiktheidsverzekering (Pemba-complex) op de rol staat, die tot een premiestijging van naar schatting f 48 zal leiden, zal de totale premieconsequentie van deze overheidsmaatregelen gemiddeld meer dan f 100 bedragen.
Zowel De Swart als enkele andere sprekers vonden het wetsvoorstel inconsequent op het punt van verkeersongevallen waarbij de zwakkere deelnemer zowel letsel- als materiële schade oploopt. Bij zo’n ‘combinatieschade’ wordt ook de materiële schade op basis van risico-aansprakelijkheid geregeld. De Swart schetste het voorbeeld van een zeer onvoorzichtige fietser die met een laptop-computer onderuit gaat. Als hij slechts een schrammetje heeft waarvoor een simpele pleister volstaat, moet (de verzekeraar van) de automobilist zonder meer de computer vergoeden, omdat er letselschade in het spel is.
Aansprakelijkheidsgoeroe mr. L.G. Eykman vond dat de nieuwe wetgeving haast niet uitlegbaar is. Hij gaf een voorbeeld van een auto met vier inzittenden voor wie de schadevergoedingsgrondslag per persoon kan verschillen. Ook merkte hij op dat iemand die onder een auto of bus terechtkomt, als gevolg van deze nieuwe wet kan ‘binnenlopen’, maar als je onder tram of trein terechtkomt, moet je maar afwachten wat je krijgt. “Dat is het wat mij dwars zit: dat niet iedereen zijn schade vergoed krijgt.” Eykman merkte op, dat in juridisch opzicht het schuld- , het risico- en het slachtofferprincipe door elkaar heenlopen. “Ik ben niet tégen deze wet, maar er komt wel gedonder van.” Volgens hem is er eigenlijk ook geen sprake van een nieuw aansprakelijkheidssysteem, maar van een nieuw verzekeringssysteem.
Dagvoorzitter dr. Luc van Leeuwen, voorzitter van de CDA-fractie in de Eerste Kamer, sprak overigens op grond van zijn parlementaire ervaring als verwachting uit dat invoering van de nieuwe verkeersaansprakelijkheid nog wel geruime tijd op zich zal laten wachten. “Ik denk dat 1 januari 1999 al niet meer haalbaar is”, gaf hij als indicatie af.
Het forum aan het eind van het Audalet-symposium, v.l.n.r. De Swart (namens verzekeraars), Luyt (ANWB), Meyst-Michels (LSA), Van Leeuwen (dagvoorzitter), Frenk (Justitie), Winkel (Slachtofferhulp Nederland) en Eykman (voormalig advocaat).
Voorzitter Letsel-advocaten zet zich af tegen ‘nieuwe belangenbehartigers’
Mr. Jacqueline Meyst-Michels, voorzitter van de Vereniging van Letselschade-Advocaten, stelde tijdens het Audalet-symposium dat de nieuwe wetgeving niet veel effect heeft op de rol van de letselschade-advocaat. Zij benutte daarom de gelegenheid om de ontwikkelingen in de belangenbehartiging van (verkeers)slachtoffers tegen het licht te houden.
Veel ‘nieuwe belangenbehartigers’ werken op basis van no cure, no pay. Meyst-Michels erkende dat dit onder bepaalde omstandigheden voor slachtoffers niet onaantrekkelijk is, vooral in kwesties van medische aansprakelijkheid. Zij hield evenwel een felle aanklacht tegen genoemde werkwijze in (verkeers)zaken waarin de aansprakelijkheid vast staat. Dan is volgens haar no cure, no pay uit den boze.
Meyst-Michels gaf een rekenvoorbeeld van een zaak waarin de aansprakelijkheid vaststaat. De belangen van het slachtoffer worden behartigd door iemand die dit doet op basis van 20% van de uitkering. Voorts wordt aangenomen dat deze persoon er dertig uur werk in heeft gestoken en dat de uit te keren som op f 400.000 wordt bepaald. Dan heeft die belangenbehartiger dus recht op f 80.000. “Dit doorstaat niet de dubbele redelijkheidtoets”, aldus Meyst-Michels, daarbij verwijzend naar de jurisprudentie met betrekking tot de vergoeding door aansprakelijkheidsverzekeraars van de kosten die belangenbehartigers voor slachtoffers maken. “Als we uitgaan van een uurtarief van niet minder dan f 500, dan zou in dit geval f 15.000 door de verzekeraar moeten worden gedragen. Dan zou het slachtoffer zelf van zijn uitkering nog f 65.000 moeten afdragen. De belangenbehartiger is dan een dief van de portemonnee van het slachtoffer.”
Vraagtekens
Er zijn tal van vraagtekens te plaatsen bij de ongeorganiseerde belangenbehartigers, aldus de LSA-voorzitter. Hoe deskundig is die belangenbehartiger? Wat kun je doen, als deze niet is aangesloten bij een overkoepelende organisatie? Wat gebeurt er indien de belangenbehartiger een blunder maakt die tot (financiële) schade leidt? Heeft ie zich verzekerd tegen beroepsaansprakelijkheid? Meyst-Michels, die zei dat zij op persoonlijk titel sprak, luchtte verder haar hart met de verzuchting: “En dan gaan er uitgerekend nu in de advocatuur stemmen op om het verbod op no cure, no pay af te schaffen.” Zij somde enkele risico’s van belangenbehartigers die op basis van no cure, no pay werken:
– het potentiële nadeel voor de gelaedeerde dat ze te snel schikken;- dat ze zaken van relatief klein belang laten liggen;- wat gebeurt er als de gelaedeerde ‘halverwege’ van de behartiger af wil. Het is een taak van de goede belangenbehartigers om ook normen te gaan stellen, betoogde Meyst-Michels. Deze oproep werd tijdens de forumdiscussie dankbaar aangegrepen door voorzitter Jitse Bruinsma van het Nederlands Instituut van Schaderegelaars (NIS). Hij liet onder meer weten dat de functienamen ‘personenschaderegelaar’ en ‘letselschaderegelaar’ inmiddels beschermd zijn. Voorts kondigde Bruinsma aan, dat het NIS per 1 maart volgend jaar een klacht- en tuchtrecht zal invoeren. “Er zijn overigens nu al honderd leden die onder het tuchtrecht van het Nivré (register-experts) vallen.”Meyst-Michels: “…dief van de portemonnee van het slachtoffer”.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.