nieuws

Nieuwe uitspraken over begrip levensverzekering

Archief

Onlangs dienden voor de Hoge Raad enkele arresten, met levensverzekeringen als onderwerp van geschil. De uitspraken van de Hoge Raad hebben weer nieuwe invulling gegeven aan het begrip levensverzekering. Met name met het oog op de fiscale faciliteiten van levensverzekeringen, zijn die uitspraken interessant.

door Alfred Lagendijk
De Hoge Raad heeft drie nieuwe uitspraken gedaan over het begrip levensverzekering. Aangezien kwalificatie als levensverzekering van belang is om de fiscale faciliteiten deelachtig te worden, moet een verzekeringsmaatschappij bij het ontwerpen van een product ervoor zorgen dat sprake is van een levensverzekering in fiscale zin. Tevens moet in veel gevallen naadloos worden aangesloten bij de definitie van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf (WTV); hiervoor is de interpretatie van de Verzekeringskamer van belang. Wordt niet voldaan aan de eisen van de fiscale wetgeving noch aan de eisen van de WTV, dan staat de verkoop van het desbetreffende verzekeringsproduct op de tocht.
Eerste arrest
Het eerste, van belang zijnde arrest van de Hoge Raad speelde op 23 juni 1999 (nummer 33.330). Een vader had in de jaren 1982 tot en met 1990 zes koopsompolissen afgesloten (kapitaalverzekeringen met lijfrenteclausule). Hij was zelf de eerste begunstigde, terwijl zijn echtgenote en kinderen als tweede respectievelijk derde begunstigde(n) waren aangewezen.
Bij in leven zijn op de einddatum – in 2010 – zou de waarde van de participaties worden uitgekeerd. Bij overlijden vóór de einddatum zou de betaalde koopsom worden gerestitueerd, danwel de waarde van de participaties, mocht die op het moment van overlijden hoger zijn. De vader is in 1989 overleden.
De bij overlijden aangewezen begunstigden besloten de lijfrenteclausule niet uit te voeren, doch de waarde van de polis ineens te laten uitkeren. De begunstigden zijn over de uitkering zowel successierecht als inkomstenbelasting verschuldigd. De vraag waarover de rechter zich moet buigen, is of bij de verschuldigde inkomstenbelasting rekening moet worden gehouden met het verschuldigde successierecht, en zo ja, in welke mate.
Voor het antwoord op deze vraag is het van belang te weten of de onderhavige overeenkomst een levensverzekering was of niet. Het Hof is van oordeel dat onder een lijfrente onder meer begrepen wordt de aanspraak, ingevolge een overeenkomst van levensverzekering – in de zin van artikel 1, lid 1, onderdeel b, van de WTV -, op een kapitaaluitkering die uitsluitend aangewend kan worden als koopsom van een lijfrente. Voor de beoordeling of een overeenkomst een levensverzekering is, is het niet noodzakelijk dat de overeenkomst voor de verzekeraar een kans op financieel nadeel dient in te houden. Voldoende is dat er sprake is van een overeenkomst tot het doen van geldelijke uitkeringen in verband met het leven of de dood van de verzekerde.
De Hoge Raad bevestigt het Hof in zijn oordeel door te stellen dat voor kapitaalverzekeringen voorzien van een lijfrenteclausule het zogenaamde ‘kans-op-nadeel-vereiste’ niet geldt. Voor dergelijke verzekeringen is met ingang van 1965 het ‘kans-op-nadeel-vereiste’ komen te vervallen. Voor andere kapitaalverzekeringen geldt dit vereiste echter onverkort.
De conclusie is derhalve dat de verzekering, die zeer sterk het karakter van een beleggingsproduct draagt gezien de formulering van de overlijdensuitkering, in het fiscale recht als levensverzekering wordt geaccepteerd. Men dient zich evenwel te bedenken dat de discussie over dit product onder het oude regime speelde.
Tweede en derde
Op 30 juni boog de Hoge Raad zich over twee andere zaken waarbij de levensverzekering centraal staat. Deze arresten (nummers 33.277 en 33.393) lijken zo sterk op elkaar, dat ze hier gezamenlijk worden besproken. Het gaat in beide gevallen om een proefprocedure, waarbij de vraag of het opbouwen van een spaarpotje dat zowel uitkeert bij in leven zijn als bij overlijden, gekwalificeerd kan worden als een overeenkomst van levensverzekering.
Vooraf is van belang te weten dat het in beide gevallen gaat om verzekeringscontracten, die zijn gesloten nadat de Verzekeringskamer in 1993 nieuwe criteria had opgesteld voor overeenkomsten van levensverzekering. De Hoge Raad kreeg twee kwesties voorgelegd van verschillende gerechtshoven, te weten Arnhem en Amsterdam. Beide gerechtshoven waren tot de conclusie gekomen dat in dit geval geen sprake was van een overeenkomst van levensverzekering, zij het dat de motivering in beide uitspraken verschilde.
Het Hof Arnhem oordeelde dat de betreffende overeenkomst elk aspect ontbeert dat het zou kunnen maken tot een overeenkomst van levensverzekering en dus op de eerste plaats niet kan worden aangemerkt als een overeenkomst van levensverzekering als bedoeld in artikel 1, lid 1, onderdeel b van de WTV; en in de tweede plaats voor de toepassing van artikel 25, lid 2 van de Wet op de Inkomstenbelasting niet kwalificeert als een overeenkomst van levensverzekering.
De Hoge Raad bevestigt het Hof in zijn uitspraak, onder verwijzing naar de wetsgeschiedenis van de Brede Herwaardering die sinds 1 januari 1992 van kracht is. Geen levensverzekering is een overeenkomst waarbij de uitkering of de premiebetaling uitsluitend met betrekking tot het tijdstip waarop de overeenkomst eindigt, maar voor het overige in geen enkel opzicht, afhankelijk is van het in leven of dood zijn van één of meer bepaalde personen. In de wetsgeschiedenis van de Brede Herwaardering wordt gesteld dat pure spaarcontracten weliswaar onder de definitie zouden kunnen vallen, maar dat daar tegenover staat dat de afhankelijkheid van leven en dood nog steeds als voorwaarde geldt voor de kwalificatie als levensverzekering.
De Hoge Raad komt vervolgens niet toe aan de vraag of de criteria die de Verzekeringskamer heeft geformuleerd voor het begrip levensverzekering onverkort kunnen worden toegepast in het fiscale recht. Niettemin zou ik uit het arrest willen afleiden dat, indien voldaan wordt aan een fiscale definitie, niet noodzakelijk hoeft te worden aangesloten bij de criteria die de Verzekeringskamer aan het begrip levensverzekering heeft gesteld.
Pensioenen & Verzekeringen van PricewaterhouseCoopers te Amstelveen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.