nieuws

Nieuwe stamrechtresolutie brengt verlichting

Archief

Een van de verzekeringen waar het verzekeringsbedrijf de laatste jaren een goede boterham mee heeft kunnen verdienen is de stamrechtverzekering. Dit zijn verzekeringen die veelal in het kader van een individueel ontslag of een collectieve afvloeiingsregeling gesloten worden. De praktijk wordt echter herhaaldelijk geconfronteerd met uitvoeringsproblemen. Na de wetswijziging per 1 januari 1995 en de nieuwe stamrechtresolutie van 7 maart jongstleden behoren deze uitvoeringsproblemen grotendeels tot het verleden.

door mr A.S. Lagendijk
Wettelijke voorwaarden
Per 1 januari 1995 is via de Brede Herwaardering II het regime voor het stamrecht in de loonbelasting aangepast. Sinds die datum gelden de volgende voorwaarden voor een stamrecht (recht op periodieke uitkeringen op grond van een gedane betaling van een koopsom).
Het stamrecht moet toekomen aan de werknemer en mag niet later ingaan dan in het jaar dat hij 65 wordt.Een gerichte stamrechtverzekering die een einddatum heeft, die op een later tijdstip ligt dan het jaar waarin de werknemer 65 wordt, is niet toegestaan, ook niet wanneer het contract de mogelijkheid biedt om de uitkering eerder in te laten gaan dan in het jaar waarin de werknemer 65 wordt.Daarnaast mag bij overlijden van de werknemer de periodieke uitkering slechts toekomen aan de echtgenoot, ongehuwde partner en kinderen tot de leeftijd van 30 jaar. Andere begunstigden bij overlijden worden niet toegelaten.Voldoet het stamrecht niet aan de bovenstaande voorwaarden, dan zal er geen sprake zijn van een stamrecht en dient de werkgever over het toegekende bedrag loonbelasting in te houden.
Daarnaast heeft altijd de voorwaarde gegolden dat er sprake moet zijn van gederfd of te derven loon. Dat betekent dat het bedrag dat wordt aangewend voor het stamrecht op enigerlei wijze moet zijn terug te voeren op in het verleden of in de toekomst gemist respectievelijk te missen salaris of andere loonbestanddelen. In de praktijk blijken er echter nauwelijks problemen te bestaan bij de toegekende bedragen.
Het stamrecht kan worden afgesloten bij een verzekeraar, pensioenfonds of een stamrecht-BV. Nieuw in de wettelijke regeling is ook dat bij gehele of gedeeltelijke afkoop de waarde van het stamrecht als loon beschouwd wordt waarover progressieve belastingheffing plaatsvindt.
In de praktijk bestonden er diverse uitvoeringsproblemen die deels gebaseerd waren op wettelijke gronden en deels gebaseerd waren op een resolutie van ‘financiën’ uit 1992.
Enkele problemen passeren de revue. Tevens wordt aangegeven op welke wijze een oplossing wordt bereikt.
Sanctiebepalingen in de inkomstenbelasting
Sinds 1 januari 1992 is het gebruikelijk dat de fiscus als voorwaarde stelt voor toekenning van een stamrecht dat afkoop, zekerheidsstelling en vervreemding van het stamrecht beschouwd worden als negatieve persoonlijke verplichting. In dat geval vindt progressieve belastingheffing plaats en wordt tevens revisierente geheven ten bedrage van maximaal 20% van de waarde van het stamrecht.
Deze voorwaarde werd eigenlijk niet terecht gesteld, want het is een bepaling uit de inkomstenbelasting die van toepassing is op lijfrenten. De hier aan de orde zijnde stamrechten vallen echter onder de loonbelasting omdat het om een werknemersvoorziening gaat. Toch gingen betrokkenen in de praktijk meestal akkoord met deze voorwaarde, omdat de inspecteur anders geen goedkeuring gaf voor overdracht van het stamrechtkapitaal naar een verzekeraar of stamrecht-BV.
Omdat afkoop, zekerheidsstelling en vervreemding sinds de inwerkingtreding van de Brede Herwaardering II per 1 januari 1995 belast worden als loonbetaling uit een vroegere dienstbetrekking, is het opleggen van deze voorwaarde niet meer noodzakelijk. Bij het verrichten van een van deze handelingen (afkoop etc.) vindt progressieve belastingheffing plaats.
Werknemer kan verzekeringnemer zijn
Het principe van de stamrechtregeling is dat de werkgever een stamrecht toekent als vervanging van gederfd of te derven loon. Dat betekent dat, indien de werkgever al dan niet in overleg met de werknemer besluit om het stamrecht te verzekeren, hij zelf een stamrechtverzekering dient te sluiten. Als een werknemer zelf een stamrechtverzekering zou sluiten, impliceert dit mogelijk dat hij de beschikking kan hebben gehad over de koopsom voor het stamrecht, zodat er een belast moment is. Veel inspecteurs verleenden geen goedkeuring aan overdracht van stamrechtkapitaal aan de verzekeraar, als ze constateerden dat de werknemer de verzekering sloot.
De reden om het stamrecht bij een professionele verzekeraar onder te brengen in plaats van bij (de verzekeraar van) de werkgever, zal veelal zijn ingegeven door de wil van werkgever en werknemer om definitief af te rekenen met elkaar en te vermijden dat nog een financiële band tussen hen blijft bestaan. Daarom keurt de resolutie goed dat de werknemer en niet de werkgever verzekeringnemer is als de aanspraak wordt ondergebracht bij een verzekeringmaatschappij.
Geen beleggingseisen meer
Op grond van genoemde resolutie uit 1992 mocht het stamrechtkapitaal bij overdracht naar een eigen stamrecht-BV noch direct noch indirect worden belegd in hypothecaire vorderingen op dan wel in woonhuizen en/of andere duurzame gebruiksgoederen in gebruik bij de werknemer, zijn echtgenote of hun bloedverwanten tot in de vierde graad. Daarnaast vormden beleggingsvoorwaarden meestal een belemmering om een onderneming in de BV uit te oefenen. Deze beleggingsvoorwaarden zijn geschrapt bij de invoering van de nieuwe stamrechtresolutie.
Toekenning van een schadevergoeding
Bij toekenning van een stamrecht is het bedrag waarvoor het stamrecht wordt aangekocht, vrijgesteld van loonbelasting. In de praktijk worden veelal geen stamrechten toegekend, maar wordt bij ontslag in onderling overleg een schadevergoeding overeengekomen of vastgesteld door de kantonrechter. Toekenning van een schadevergoeding is een opeisbare vordering voor de werknemer en leidt op grond van de Wet op de loonbelasting tot belastingheffing over de schadevergoeding. Aangezien vaak pas daarna beslist wordt tot aankoop van een stamrecht, komt de resolutie nu de praktijk tegemoet door de mogelijkheid te creëren om een stamrecht overeen te komen na toekenning van een schadeloosstelling ter vervanging van gederfd of te derven loon. Voorwaarde is dat de werkgever het bedrag van de schadeloosstelling rechtstreeks stort bij een van de mogelijke verzekeraars als koopsom voor een stamrecht. Als rechtstreekse storting van het bedrag problemen mocht geven, kan eventueel de toepassing van een arrest van de Hoge Raad van 11 september 1991 een oplossing bieden. In dat arrest werd de stamrechtvrijstelling van toepassing geacht in een situatie van overdracht van pensioenkapitaal waarbij het pensioenkapitaal werd gestort op een geblokkeerde derden-rekening in afwachting van de oprichting van de pensioen-BV.
Mr A.S. Lagendijk, Fiscale Sectie Pensioenen en Verzekeringen Coopers & Lybrand

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.