nieuws

Nieuwe resolutie premiesplitsing biedt praktische oplossing

Archief

Op 19 maart heeft staatssecretaris Vermeend van Financiën een nieuw besluit het licht doen zien. Het gaat om voorkoming van de heffing van successierecht bij overlijdensuitkeringen uit levensverzekeringen. De resolutie geeft de minimumvoorwaarden waaraan verzekeringen moeten voldoen voor vrijstelling van successierecht. De resolutie is een twintig pagina’s tellend document. Daarom zal ik mij bij de bespreking ervan beperken tot de hoofdlijnen en knelpunten.

mr. Alfred Lagendijk
Ingevolge artikel 13 van de Successiewet 1956 worden verkrijgingen krachtens levensverzekering die plaatsvinden ten gevolge van of na het overlijden van een persoon, belast met successierecht. Voor verkrijgingen waarvoor niets is onttrokken aan het vermogen van de overleden persoon, geldt een uitzondering.
Er is altijd discussie geweest over de verwerking van premiesplitsing op de polis. Hieraan is door deze resolutie een einde gekomen. Er zijn een aantal minimumvoorwaarden geformuleerd, waaraan de polis en het aanvraagformulier dienen te voldoen.
In de resolutie wordt uitdrukkelijk bepaald dat naast de verzekering zelf de huwelijkse voorwaarden en het samenlevingscontract in orde dienen te zijn. Dat betekent dat deze gecontroleerd moeten worden op de bepalingen inzake de kosten van de huishouding, levensverzekeringen en verrekenbedingen.
Verschuldigdheid
Van belang is niet wie feitelijk de premie betaalt. Van belang is wel dat de begunstigde voor de uitkering bij overlijden de premie verschuldigd is. Dit moet zijn overeengekomen met de verzekeraar. Als er twee of meer premieplichtigen zijn, moet de verschuldigdheid van premie door elk van die premieplichtigen blijken uit de polis of uit een bij de polis behorend clausuleblad in een door alle premieplichtigen ondertekend en gedagtekend aanvraagformulier.
Dit betekent in concreto het volgende: degene die recht krijgt op de overlijdensuitkering zet als premieschuldige voor deze uitkering zijn handtekening op het aanvraagformulier en wordt daardoor alleen voor de plicht van premiebetaling partij bij de verzekeringsovereenkomst. Hij wordt als premieschuldige op de polis vermeld. Het spreekt voor zich dat het ook mogelijk en correct is om een premieplichtige als verzekeringnemer te vermelden.
De premie die verrekend moet worden, is voor enkele verzekeringsvormen afzonderlijk omschreven. In feite wordt de netto risicopremie berekend – dus zonder rekening te houden met de uitkering bij in leven zijn op de einddatum -, die verschuldigd wordt door de begunstigde bij overlijden.
De poliskosten worden naar evenredigheid van de premiedelen ten opzichte van de totale premie verdeeld. De alsdan berekende premie voor de overlijdensuitkering is dus door de begunstigde voor deze uitkering verschuldigd. Deze premie is de minimaal verschuldigde premie. Een zuivere brutopremie die voor zelfstandig gesloten risicoverzekeringen betaald zou moeten worden, is wat dat betreft ook toegestaan.
Winstdeling
Indien in de verzekeringsovereenkomst een recht op winst- of overrentedeling of iets vergelijkbaars is opgenomen, zal dit recht afzonderlijk moeten worden berekend voor de afzonderlijke delen van de overeenkomst. Er mag dus geen sprake zijn van winstoverheveling vanuit het levendeel naar het overlijdensdeel.
Dit is een cruciaal punt, want bijna alle winstdelende verzekeringen kennen een winstdeling bij overlijden. Indien daar geen afzonderlijke premie voor is verschuldigd, is de uitkering in zijn geheel onderworpen aan successierecht.
De volgende oplossingen zijn denkbaar. Er kan een standaardopslag voor de winstdeling in de risicopremie worden berekend. Bijvoorbeeld 0,5%, dit is het percentage dat voorheen ook in rekening werd gebracht door verzekeraars. Of er kan achteraf een premie worden gevraagd voor toevoeging van de winstdeling aan de uitkering bij overlijden.
Dit probleem speelt zeer nadrukkelijk bij unit-linkedverzekeringen. Op dit moment wordt binnen een werkgroep van de belastingdienst en het Verbond van Verzekeraars gesproken over een oplossing voor de gerezen problemen ten aanzien van deze verzekeringen.
Overdracht
Bij overdracht kan ook een vrijstelling van successierecht worden bewerkstelligd, mits de overdracht geschiedt tegen de waarde in het economische verkeer van de lopende polis én de verkrijger vanaf het tijdstip van de overdracht de premie is verschuldigd. De overdracht van een verzekering tegen de economische waarde wordt voor de inkomstenbelasting echter gelijkgesteld met een verkoop.
Bij kapitaalverzekeringen is de saldomethode van toepassing: een eventueel positief verschil tussen de waarde en de betaalde premies wordt belast bij de overdragende persoon. Bij lijfrenten is het ontvangen bedrag integraal belast, indien de polis onder het oude regime valt. Bij een polis onder het nieuwe regime treden alle sancties in werking.
In geval van toescheiding van de rechten op de polis aan de (gewezen) echtgenoot – bijvoorbeeld bij wijziging van het huwelijksgoederenregime of bij echtscheiding – gelden de voorwaarden, dat bij de toescheiding verrekening plaatsvindt op basis van de waarde in het economische verkeer van de lopende polis en dat degene aan wie is toegescheiden vanaf het tijdstip van de toescheiding de premie verschuldigd is. Verrekening in het kader van echtscheiding of in het kader van het opheffen van een gemeenschap van goederen is voor de inkomstenbelasting gefacilieerd op grond van artikel 26b van de Wet op de inkomstenbelasting.
Indien echtgenoten of partners tijdens de looptijd van de verzekering overgaan tot premiesplitsing, gelden ook bovenstaande voorwaarden. De waarde in het economische verkeer van een lopende polis zal, voor zover het een overlijdensverzekering betreft, doorgaans gesteld kunnen worden op de reservewaarde van die overlijdensverzekering.
De restwaarde kan bepaald worden op de contante waarde (koopsom) van het verschil in premie van de oorspronkelijke verzekering en de premie die in dat geval voor een nieuwe verzekering met hetzelfde kapitaal bij overlijden met eenzelfde resterende looptijd verschuldigd zou zijn.
Bij de vaststelling van de waarde zal in ieder geval rekening moeten worden gehouden met alle feiten en omstandigheden (met name de gezondheidstoestand van de verzekerde) die van belang zouden zijn bij het afsluiten van een nieuwe verzekering. De waarde van een polis kan door bepaalde omstandigheden beduidend hoger zijn dan de reservewaarde welke die polis onder normale omstandigheden zou hebben.
In geval van een overdracht of toescheiding van een gemengde verzekering, mag uitgegaan worden van de waarde die kan worden toegerekend aan het overlijdensdeel van de verzekering.
Lopende polissen
Voldoet een lopende polis met een premiesplitsing niet aan de voorwaarden, dan zal een overlijdensuitkering krachtens die polis in de heffing van successierecht worden betrokken. Aanpassing van de polis is mogelijk tot 1 juli 1998.
Vindt het overlijden voor die tijd plaats óf wordt de polis of premiesplitsing hersteld, dan behoeven de in het verleden betaalde premies niet verrekend te worden. Ingeval van overlijden voor 1 juli 1998 is bij de aangifte successierecht een beroep op de resolutie noodzakelijk.
Er is geen overgangsregeling als de huwelijkse voorwaarden of het samenlevingscontract onjuist is en aanpassing daarvan noodzakelijk is. Een strikte interpretatie leidt er dan toe dat herstel van de voorwaarden of het contract, in tegenstelling tot herstel van de polis, wel onder verrekening van premie zou moeten plaatsvinden.
Mr. Alfred S. Lagendijk is werkzaam bij de Fiscale en Juridische Sectie Pensioenen en Verzekeringen van Coopers & Lybrand Amsterdam.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.