nieuws

Nieuwe regels voor inkoop van pensioen

Archief

Sinds de invoering van de jongste wetgeving voor de fiscale behandeling van pensioenen is er een expliciete wettelijke aftrekpost voor inkoop van pensioen. Inkoop van pensioen biedt een aantrekkelijke mogelijkheid het tekort aan pensioen aan te vullen. De uitvoering ervan stuit echter op een aantal vragen.

door Alfred Lagendijk
In dit artikel worden de mogelijkheden van en problemen bij inkoop van extra pensioenrechten nader toegelicht. Tevens wordt een blik geworpen op de zeer nabije toekomst, het belastingplan voor de 21e eeuw, dat in de vorm van de oudedagsparaplu ook een voorziening van inkoop van een oudedagsvoorziening kent.
Het artikel wordt behandeld in twee afleveringen. In deze editie van AssurantieMagazine wordt ingegaan op het wettelijk kader, de voorwaarden en de situaties waarin inkoop kan plaatsvinden. In het tweede artikel – in AM 19 van 8 oktober – komen de financieringsbronnen en de berekeningsmethodiek in de verschillende pensioensystemen aan de orde.
Hoogte pensioen
Pensioeninkoop is niet een onderwerp dat pas kort actueel is. Het is al een vele jaren lopende discussie die heel eenvoudig omschreven kan worden met de vraag: hoe hoog mag mijn oudedagsvoorziening eigenlijk zijn?
In de loonbelasting is voor werknemers en voor de directeur-grootaandeelhouder sinds de invoering van de ‘Wet fiscale behandeling pensioenen’ een faciliteit opgenomen die het mogelijk maakt om over doorgebrachte diensttijd bij een werkgever pensioen in te kopen. Daarbij wordt uitgegaan van de mogelijkheid om per verstreken dienstjaar een pensioen in te kopen dat ingaat op zestig jaar en niet meer bedraagt dan 2% van het laatstverdiende salaris.
Het maakt daarbij niet uit of het pensioen dat is opgebouwd bij een oude werkgever is overgedragen naar het pensioenfonds van de nieuwe werkgever, terwijl het in 1996 nog de wens was van de werkgever dat pensioeninkoop alleen mogelijk zou zijn als daadwerkelijk waardeoverdracht had plaatsgevonden. Ook is in 1996 nog voorgesteld om het lijfrentetranches in de wet op de loonbelasting vast te leggen. Dit heeft het echter niet gehaald.
Lijfrente en paraplu
In de lijfrentesfeer kennen wij op dit moment het tranchesysteem, dat minder ruim is. Weliswaar wordt bij het bepalen van de opbouw rekening gehouden met opbouwpercentage van 2,33%, maar de pensioenleeftijd waarvan moet worden uitgegaan is 65 jaar. Bovendien wordt bij een pensioentekort in het verleden aftrek verleend tot ten hoogste de derde tranche.
Indien een werknemer een aantal jaren bij een werkgever met een behoorlijk salaris maar zonder een pensioenregeling heeft doorgebracht, is de derde tranche vaak een doekje voor het bloeden. Deze maand wordt indiening van zowel het belastingplan voor het volgende jaar als het belastingplan voor de 21e eeuw verwacht, waarvan de oudedagsparaplu onderdeel uitmaakt. Bij de verankering van de oudedagsparaplu in de inkomstenbelasting mag derhalve een herijking van het tranchesysteem verwacht worden.
De eerste tranche, die het ministerie van Financiën een doorn in het oog is, omdat aftrek wordt verleend zonder de stand van de oudedagsvoorziening in aanmerking te nemen, zal hoogstwaarschijnlijk komen te vervallen. De tweede en derde tranche zullen waarschijnlijk geïntegreerd worden in één aftrekpost.
De vraag is wel wat het niveau van de oudedagsvoorziening zal zijn. De meest voor de handliggende is de aansluiting bij de systematiek van de loonbelasting. Immers in het belastingplan is gesteld dat de wetgeving inzake fiscale behandeling van pensioenen als leidraad zal dienen voor de invulling van de oudedagsparaplu.
Situaties
Ik bespreek hieronder enkele belangrijke situaties waarin pensioeninkoop mogelijk is. De meest eenvoudige situatie die men zich kan indenken, is een werknemer die geen pensioenregeling heeft en derhalve geen pensioen opbouwt.
Deze werknemer zou met zijn werkgever af kunnen spreken dat hij jaarlijks een bedrag zelf bijdraagt aan zijn pensioenregeling. De pensioenpremie wordt op zijn brutosalaris ingehouden en is daarmee feitelijk aftrekbaar voor de loon- en inkomstenbelasting. Dit komt neer op een pensioentoezegging die in zijn geheel door de werknemer wordt gedragen. Overigens geldt in alle gevallen als voorwaarde dat een werkgever zijn werknemer wel in staat dient te stellen om pensioen in te kopen. Anders is inkoop van pensioen feitelijk onmogelijk.
De tweede nogal eenvoudige versie is dat een werknemer een magere pensioenregeling heeft. Door middel van pensioeninkoop kan een werknemer zichzelf verzekeren van een aanvullend pensioen. Een derde variant is dat een werknemer spaart voor vervroegde pensionering. Omdat de pensioenregeling een pensioendatum kent, zal hetzij de pensioenleeftijd in deze regeling verlaagd moeten worden, hetzij – als dit niet mogelijk is – een aanvullende vervroegde pensioenregeling in het leven moeten worden geroepen.
Een laatste mogelijkheid is die van een tekort aan pensioen uit vroegere dienstbetrekking. Doordat bijvoorbeeld geen waardeoverdracht naar de verzekeringsmaatschappij of het pensioenfonds van de nieuwe werkgever heeft plaatsgevonden, groeit het pensioen (in een eindloonsysteem) niet mee met het salaris, waardoor pensioenbreuk ontstaat. In een dergelijke situatie kan een werknemer dit pensioentekort bij het pensioenfonds of verzekeraar van de nieuwe werkgever aanvullen.
Als er wel waardeoverdracht heeft plaatsgevonden, kan ook een pensioentekort ontstaan door het feit dat de pensioenregeling van de nieuwe werkgever minder dienstjaren toekent dan in de oude pensioenregeling daadwerkelijk zijn doorgebracht. Wanneer er geen waardeoverdracht heeft plaatsgevonden, kan slechts ingekocht worden over jaren die zijn doorgebracht in dienstbetrekking vóór 8 juli 1994, het moment waarop het recht op waardeoverdracht in de Pensioen- en spaarfondsenwet is vastgelegd. Wat dat betreft zijn er legio voorbeelden te bedenken waarin een pensioentekort kan ontstaan.
Buitenlandse werknemers
Voor werknemers die in het buitenland werkzaam zijn, bestaat ook de mogelijkheid om pensioen in te kopen. Het maakt daarbij niet uit of zij daar feitelijk in dienst of gedetacheerd zijn. Buitenlandse diensttijd kan in zijn geheel worden meegenomen. Er gelden wel enkele voorwaarden:
er moet sprake zijn van een concernonderdeel, een verbonden lichaam in de zin van de wet, waarbij geldt dat de aandelen van de buitenlandse vennootschap voor eenderde in handen zijn van de Nederlandse vennootschappen en omgekeerd;de werknemer moet (ook) in dienstbetrekking staan tot het buitenlandse concernonderdeel;er mag alleen deelname zijn in de Nederlandse regeling voorzover er geen pensioen wordt opgebouwd bij het buitenlandse verbonden concernonderdeel.Dit is derhalve ook mogelijk voor werknemers die gedeeltelijk in dienst zijn bij een buitenlands concernonderdeel en gedeeltelijk in dienst zijn bij een Nederlands concernonderdeel en derhalve van beide onderdelen een salaris ontvangen. Een pensioentekort in het buitenland kwalificeert ook voor inkoop.
Pensioenen & Verzekeringen van PriceWaterhouseCoopers in Amstelveen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.