nieuws

Nieuwe Code Rendement en Risico ‘goede eerste stap’

Archief

“Een historisch moment.” Zo typeerde Consumentenbond-directeur Dick Westendorp de gezamenlijke persconferentie van zijn bond met het Verbond van Verzekeraars. Beide organisaties zijn bijzonder verguld met de nieuwe Code Rendement en Risico. De Verzekeringskamer spreekt nuchter van “een goede eerste stap”.

Bert Lugtigheid is er als voorzitter van de sector Leven van het Verbond van Verzekeraars in geslaagd een nieuwe Code Rendement en Risico op te stellen, die kan rekenen op draagvlak van de eigen leden en, belangrijker nog, op instemming van de Consumentenbond. Daarmee is door Lugtigheid een enorme stap voorwaarts gezet in de voorlichting aan consumenten.
Zijn missie is daarmee nog niet volbracht. Ten eerste gaat de nieuwe Code Rendement en Risico alleen over levensverzekeringen en spaarkasovereenkomsten waarbij het beleggingsrisico (deels) voor rekening is van de polishouder. De module voor traditionele levenproducten moet deze zomer klaar zijn.
Ten tweede hoeven verzekeraars nog geen inzicht te geven in afkoopwaarden. Ook daarin moet nog deze zomer verandering komen. En ten derde voldoet de nu gepresenteerde code nog niet volledig aan de wensen van de Verzekeringskamer.
Doorbraak
Desondanks toonde sectorvoorzitter Lugtigheid zich terecht trots op het nu bereikte resultaat. In vergelijking met de eerste Code Rendement en Risico, die per 1 januari 1997 van kracht werd, is veel winst geboekt. De Consumentenbond drukte dat als volgt uit: “In de afgelopen drie jaar is veel veranderd binnen het Verbond van Verzekeraars. Deze code betekent een doorbraak in hun denken”.
De eerste tegemoetkoming aan de consument is het ‘Let op-tekstblok’ in advertenties, dat consumenten nadrukkelijk moet wijzen op de risico’s die verbonden zijn aan beleggingsverzekeringen. Dit tekstblok mag niet in een minuscuul lettercorps worden weergegeven. “Voorheen kon ik die zinnen zonder leesbril niet lezen”, erkende Lugtigheid. Elke tv-reclame zal voortaan afgesloten worden met een ‘Geniet maar beleg met mate’-achtige zin. De letterlijke tekst gaat luiden: “Let op! Rendementen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst!”
Belangrijker echter is de verplichte vermelding van een drietal fondsrendementen. Het eerste, het gemiddeld historisch fondsrendement, wijkt niet af van de oude code. Nieuw is dat de afgetrokken kosten voor het beleggingsbeheer expliciet vermeld moeten worden. Nieuw is ook de verplichte afgeleide van het historische rendement, de afslag. De afslag is afhankelijk van de beleggingsvorm: deposito’s 20%, obligaties 40% en bij andere beleggingsvormen zoals aandelen- en mixfondsen 60%.
Ten slotte moet in alle communicatie-uitingen ook het standaardfondsrendement worden vermeld. Dit houdt in dat bijvoorbeeld voor aandelen standaard het rendement van 8% moet worden vermeld en voor deposito’s 4%. Welk percentage standaard bij welke beleggingsvorm gaan horen, is nog niet vastgesteld. Het Verbond wil daarvoor een onafhankelijk instituut met autoriteit in de beleggingswereld inschakelen.
Alleen in offertes is het verplicht aan alle voorbeeldrendementen een netto-eindkapitaal en een productrendement te koppelen. In andere uitingen is dit niet verplicht. Het productrendement komt tot stand door de brutopremie af te zetten tegen het netto-voorbeeldkapitaal. Bij elk voorbeeldrendement moet het bijbehorende productrendement worden weergegeven.
De code is voor massamediale uitingen met onmiddellijke ingang van kracht geworden. Voor brochures geldt een overgangstermijn tot 1 juli. Op 1 oktober moeten de levensverzekeraars hun offertes op orde hebben.
Vergelijken
Het standaardfondsrendement is pas op het laatste moment toegevoegd aan de code. Om die reden heeft de Consumentenbond zich bereid getoond zijn naam te verbinden aan de nieuwe code. “De introductie van deze vergelijkingsmaatstaf is essentieel”, aldus Lugtigheid.
En juist op dit punt vertoont de nieuwe code een zwakke plek. Niet zozeer omdat het bij het standaardfondsrendement behorende netto-voorbeeldkapitaal en productrendement alleen in offertes verplicht zijn. Maar vooral omdat de doelstelling, vergelijking mogelijk maken, niet helemaal wordt gehaald.
Royal Nederland, die de vorige code uit onvrede niet ondertekende, is hierover teleurgesteld. Directeur Frank Rosenmuller: “Het standaardfondsrendement is een nettorendement geworden, na aftrek van beheerskosten. Dat is jammer, want alleen met een brutorendement kun je echt vergelijken.”
“Een rekensommetje zegt voldoende: bij een standaardrendement van netto 8% komt maatschappij A met 0,5% beheerskosten tot een eindkapitaal van f 300.000. Maatschappij B rekent 10% beheerskosten, mag vervolgens eveneens die 8% gebruiken en komt tot een netto-eindkapitaal van f 400.000. Maatschappij B heeft gewoon kosten uit het eindtraject overgeheveld naar het beleggingstraject en ze als beheerskosten opgevoerd. B schotelt op die manier een prachtig netto-eindkapitaal voor. En daar kijkt de consument naar. Die kan het ware effect van die 10% beheerskosten niet goed inschatten.”
Rosenmuller heeft zijn kritiek neergelegd bij Lugtigheid. “Mij is beloofd dat er wordt gewerkt aan verdere verbetering op dit punt. En we zullen mijns inziens wel moeten, want de Verzekeringskamer adviseert in zijn rapport ook een bruto-standaardrendement.”
Achilleshiel
Rob Dorscheid van de Consumentenbond erkent dat Rosenmuller de vinger op de achilleshiel van de nieuwe code legt. “Frank heeft gelijk met zijn kritiek.”
Dorscheid verweert zich door te stellen dat de code een resultaat is van onderhandelen. “Wij wilden absoluut een vergelijkingsmaatstaf in de code. Als wisselgeld hebben we geaccepteerd dat het standaardfondsrendement een nettorendement is, maar dat wel de beheerskosten expliciet worden gemeld. Vergelijken is nu via een omweg mogelijk.”
“Maar we zullen heel scherp kijken naar de wijze waarop verzekeraars hiermee gaan omspringen. We hangen onmiddellijk aan de bel als maatschappijen nu een deel van hun kosten gaan overhevelen naar de beheerskosten om zo toch fraaie voorbeeldkapitalen te laten zien.” Volgens Dorscheid is 1% als beheerskosten normaal “maar bij 2% worden wij argwanend”.
Ook de Verzekeringskamer (VK) – en dus het ministerie van Financiën – stelt nadrukkelijk op dit onderdeel te gaan letten. Woordvoerder Cees Verhagen: “De code is een goede eerste stap, maar het Verbond is er nog niet. Er moet voortgang in dit proces blijven zitten. Wij beoordelen dat aan de hand van ons adviesrapport. Richtlijn is dat informatie volledig, overzichtelijk en vergelijkbaar moet zijn.”
Ondanks z’n kritiek zegt Rosenmuller de nieuwe code wel te gaan ondertekenen. “Ik ben echt blij dat het Verbond erin is geslaagd draagvlak te creëren bij de Consumentenbond. Dit is een geweldige stap vooruit.” De andere partijen die de eerste code niet ondertekenden – Zwolsche Algemeene, ABN Amro Leven en Robein Leven – zeggen eveneens de nieuwe code te gaan ondertekenen.
Evenzeer toonden de intermediairorganisaties NVA en NBvA zich positief over de code. De NBvA wijst wel op de nog te verbeteren voorlichting over afkoopwaarden. Zij vindt het verder zinvol dat in de code is bepaald dat maatschappijen verantwoordelijk zijn voor correcte naleving van de code door het intermediair.
Een opmerkelijk beeld: het Verbond van Verzekeraars (Bert Lugtigheid en Erik Fischer) zij aan zij met de Consumentenbond (Dick Westendorp en Wibo Koole).

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.