nieuws

Nieuwe antwoorden over de kapitaalverzekering IB 2001

Archief

De Belastingdienst en het ministerie van Financiën hebben een ongekende productiviteit. We worden de laatste maanden bestookt met vragen en antwoorden over en uitvoeringsregelingen van het nieuwe belastingstelsel. De laatste serie vragen en antwoorden dateren van 13 februari 2001 en bieden vooral veel nieuwe inzichten rond de kapitaalverzekering.

Door Alfred Lagendijk
Vanuit het oogpunt van rechtszekerheid en eenheid in de uitvoering is de productiviteit van de fiscalisten een goede zaak. Hun laatste serie vragen en antwoorden leert echter wel dat de uitvoering van de nieuwe wet inkomstenbelasting niet zo eenvoudig is als men zich destijds bij het ontwerp had voorgesteld.
Overlijdensdeel
Indien een kapitaalverzekering eigen woning tot uitkering komt of wordt afgekocht en in de uitkering of afkoopsom is geen rentebestanddeel begrepen, dan wordt de kapitaalvrijstelling niet aangetast. Dit is een voortzetting van de oude methodiek (B.3.6.ar). Op de vraag of het mogelijk is om het overlijdensgedeelte van een kapitaalverzekering eigen woning te laten behoren tot de grondslag van box 3 en de uitkering bij leven tot box 1 wordt het volgende geantwoord. “Ja, daartoe dient de overeenkomst met betrekking tot de verzekerde uitkering bij leven te voldoen aan de voorwaarden voor de kapitaalverzekering eigen woning.” Voor de uitkering ten gevolge van overlijden dient dan uiteraard duidelijk waarneembaar aan één of meer van die voorwaarden niet te worden voldaan om tot de grondslag van box 3 te gaan behoren. Deze beoogde gesplitste fiscale behandeling brengt mee dat de beide verzekerde uitkeringen ieder dienen te worden vormgegeven als zelfstandige overeenkomsten. Zo zal sprake moeten zijn van afzonderlijke premies en zal bij een winstdelende polis moeten zijn bepaald aan welke overeenkomsten welke winsten toekomen.
De beoogde gesplitste behandeling brengt ook met zich mee dat de premies die zijn betaald voor de uitkering ten gevolge van overlijden niet in aanmerking worden genomen, indien de kapitaalsuitkering bij leven een belastbaar rentebestanddeel bevat. Voor de bandbreedte-eis van de premies – hoogste premie niet meer dan tien maal de laagste premie – tellen de premies voor de overlijdensuitkering evenmin mee (B.3.6.as).
Met het punt van de voorwaarde van de gesplitste overeenkomst ben ik het hier niet eens. Als door toepassing van de wet geconcludeerd wordt tot splitsing van een overeenkomst over box 1 en 3 dient de belastinginspecteur dat uit te voeren en niet een aanvullende eis van splitsing in twee overeenkomsten te stellen.
Overgangsregime
Ten aanzien van de keuze voor box 1 of box 3 voor een bestaande kapitaalverzekering, zijn verschillende vragen gesteld. Duidelijk is in elk geval dat een verzekering die niet nadrukkelijk wordt aangepast aan de voorwaarden van de kapitaalverzekering eigen woning (box 1), in box 3 blijft vallen (C21).
De wijze waarop een verzekeringnemer voldoet aan de voorwaarden van het regime van de kapitaalverzekering eigen woning, is niet via een verzoek, maar zorgen dat zijn polis op orde is (C22). Vanaf het tijdstip waarop de kapitaalverzekering door de verzekeraar is aangepast aan de voorwaarden van de kapitaalverzekering eigen woning, wordt die niet meer in box 3 maar in box 1 in aanmerking genomen (C23). Bij aanpassing na 1 januari 2001 gebeurt dit op verzoek met terugwerkende kracht tot 1 januari 2001 (C24).
Verder is duidelijk geworden dat een verhoging van het verzekerd kapitaal na 13 september 1999 door het benutten van de wettelijke ruimte van de werknemersspaarregelingen, niet leidt tot verlies van de kapitaalvrijstelling. Het maakt daarbij niet uit of in de overeenkomst een index- of optieclausule is opgenomen. Dit is goedkeurend beleid zonder al te veel kosten (C19).
Naar unit-linked
Het volgende vraagstuk is dermate belangrijk dat ik het bijna integraal weergeef. “Indien een bestaande kapitaalverzekering wordt omgezet in een unit-linkedverzekering, dient volgens de antwoorden op de vragen C.14 en C.15 (zoals opgenomen in de bijlage bij het Besluit van 30 maart 1998, nr. DB1998/1230M) het premieniveau van de nieuwe verzekering niet te worden verhoogd ten opzichte van het premieniveau van de oorspronkelijke verzekering om de eerbiedigende werking van artikel 76 Wet IB 1964 te behouden (een en ander behoudens ‘normale en gebruikelijke optieclausules’ om in de toekomst de premies te kunnen verhogen).” In het kader van de invoering van de Wet IB 2001 zullen vele kapitaalverzekeringen worden aangepast, onder andere in verband met onderbrenging van polissen bij professionele verzekeraars, waarbij in een aantal gevallen voor het eerst moet worden voldaan aan het begrip levensverzekering zoals dat door de Verzekeringskamer voor de toepassing van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf is vormgegeven. De meest gekozen unit-linkedverzekering is die, waarbij bij in leven zijn op een bepaalde datum de beleggingswaarde van de verzekering wordt uitgekeerd en bij eerder overlijden 90% van de beleggingswaarde. Aangezien in veel gevallen die uitkering bij overlijden lager is dan hetgeen bij overlijden op grond van de oorspronkelijke verzekering zou worden uitgekeerd, wordt de premie voor het overlijdensgedeelte lager dan die premie in de oorspronkelijke overeenkomst. Uitgaande van een gelijkblijvende totaalpremie voor de verzekering, houdt die verlaging van de premie voor de uitkering bij overlijden in dat de premie voor het levengedeelte hoger wordt. Op welke wijze kan worden voorkomen dat het oude regime voor de uitkering bij leven verloren gaat?
Er wordt een goedkeuring geformuleerd, die zorgt voor behoud van oud regime mits de nieuwe verzekerde uitkering ten gevolge van overlijden niet lager is dan 90% van de beleggingswaarde van de verzekering en voorts de oorspronkelijke verzekerde uitkering bij overlijden niet meer dan 10% hoger was dan de verzekerde uitkering bij in leven zijn op een bepaalde datum. Tevens geldt als aanvullende voorwaarde dat de verzekerde persoon bij overlijden niet wordt gewijzigd en ook de einddatum van de verzekering niet wordt gewijzigd (C28). Niet een heel royale goedkeuring, maar toch één waar de praktijk voor de meeste producten mee uit de voeten kan.
Eigen BV
Een kapitaalverzekering die is gesloten bij de eigen BV kan worden ondergebracht bij een professionele verzekeraar en omgezet in een KEW door uiterlijk bij de aangifte over het jaar 2001 het verzoek te doen (C29). Op verzoek vindt dit plaats zonder heffing tot het tijdstip waarop de aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2001 wordt gedaan. In dat geval wordt de polis geacht vanaf 1 januari 2001 te zijn ondergebracht bij een professionele verzekeraar, en kan de polis in aanmerking komen voor de vrijstelling van artikel AN. In ieder geval zal voor een juiste heffing van vennootschapsbelasting het verzoek mede namens de eigen BV dienen te worden gedaan (C30). Vrijgestelde uitkeringen uit kapitaalverzekeringen van voor 1992 verminderen geen vrijstellingsbedragen van de Wet IB 2001 en de Invoeringswet Wet IB 2001 (C31).
Pensioenen & Verzekeringen van PriceWaterhouseCoopers

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.