nieuws

Nieuw boek PIV over letselschaderegeling: Tijd is geld

Archief

Het Personenschade Instituut van Verzekeraars (PIV) heeft een nieuw boek gepubliceerd, met als titel ‘Tijd is geld’. Er zijn beschouwingen in opgenomen van negen auteurs, die vanuit hun verschillende belevingswerelden de factor tijd tegen het licht houden.

In het boek wordt ingegaan op vragen als: Wat betekent tijd voor het slachtoffer? Kan in het medische en in het arbeidsdeskundige traject tijd worden gewonnen? Wat betekent tijd voor de verzekeraar? Is tijd schade? Werkt tijd schadeverhogend of schadeverlagend? Kan tijd worden bespaard? Met andere woorden: wat kost tijd?
De auteurs zijn: Jehanne Hulsman (ervaringsdeskundige), William Castro (orthopeed), Hilde Artoos (arbeidsdeskundige), Maarten Tromp (advocaat), Wim Lups (directeur Nederlands Rekencentrum Letselschade), Theo Kremer (directeur PIV), Chris van Dijk (advocaat), Siewert Lindenbergh (hoogleraar privaatrecht), Walter van Gerner (advocaat en hoofd Juridische en Fiscale Zaken ING Nederland).
Het PIV wil met dit boek een bijdrage leveren aan de discussies over een meer evenwichtig en efficiënt schaderegelingstraject.
Wolfsen
Het voorwoord van ‘Tijd is geld’ is geschreven door Aleid Wolfsen, Tweede Kamerlid voor de PvdA, die in de afgelopen jaren heel wat keren is benaderd door slachtoffers die het zicht op de voortgang van de afwikkeling van hun letselschade waren verloren. “Heel vaak hebben mensen oprecht geen idee waar het ‘vastzit’. U moet echt beginnen met de bijdrage van Hulsman. Het slachtoffer, daar gaat het om”, motiveert hij.
Vaak wordt bij trage procedures als eerste gedacht aan de vertragende rol van verzekeraars. Dat is lang niet altijd terecht. Wolfsen las goed nieuws in de bijdrage van Kremer: “Iedere procedure die langer dan drie jaar duurt, moet tussentijds worden geëvalueerd. Waarom duurt dit zolang en waar zitten de geschilpunten. Zo zetten we een stap vooruit, zou ik menen”.
Wolfsen pleit, hierop inhakend, voor een gemakkelijke en eenvoudige ingang bij een rechter of andere geschillenbeslechter. “Waarom altijd alleen maar die zeer tijdrovende bodemprocedures? (…) Waarom niet veel vaker al in een eerder stadium een deelconflict afdoen in een of meer korte gedingen? Dat zouden rechtbanken actief als ‘service’ moeten aanbieden, zo is mijn opvatting. Met niet lijdelijke, maar actieve rechters.”
Beloning voor laksheid
De factor tijd blijkt echter ook onverwachte voordelen te hebben voor de hoogte van de schadevergoeding, zo leerde Wolfsen uit de bijdrage van Lups. “Als de advocaat niets doet, dient hij de financiële belangen van zijn cliënt. Het enkele tijdverloop leidt tot een hogere vergoeding. Lups rekent dat heel precies voor. Na lezing kent rekenrente geen geheimen meer.”
Tromp schrijft over methoden om tijd te besparen. Wolfsen daarover: “Dan zie je opeens weer hoe beangstigend veel instanties een rol spelen in dit type procedures. Eén onafhankelijk keuringsinstituut, dat zou werken voor allen, lijkt mij alleen al om die reden een geweldige sprong voorwaarts.”
Eén voor allen
Wolfsen verklaart in het voorwoord dat hij inmiddels ook een uitgesproken voorstander van meer normering is. Zowel in procedureel opzicht als ten aanzien van bijvoorbeeld schadeposten als huishoudelijke hulp en smartengeld, verwacht hij veel van het zogenoemde Tilburgse project. “Natuurlijk, dan leveren partijen soms iets in op de individuele gerechtigheid, maar wel in het belang van meer rechtvaardigheid voor allen.”
Epiloog
Martijn van Driel, beleidsmedewerker Verkeer bij Slachtofferhulp Nederland, heeft de epiloog van het boek voor zijn rekening genomen. Hij vindt het verstandig om de slechte gewoontes van alle betrokken partijen gelijktijdig en in onderlinge samenhang naar voren te brengen, opdat een evenwichtig beeld wordt neergezet. “Dit boek speelt hier goed op in, want de problematiek die in de letselschaderegeling wordt ervaren, wordt vanuit meerdere gezichtspunten belicht. Dat maakt het een waardevolle en evenwichtige uitgave.”
Stappen gezet
Van Driel vindt het “de hoogste tijd om definitief af te rekenen met slechte gewoontes”. Daartoe zijn volgens hem in de afgelopen tijd de nodige stappen gezet. Als voorbeelden noemt hij de totstandkoming van de diverse NPP-richtlijnen, de gedragscode van de Universiteit van Tilburg, de PIV Audit, de opkomst van het middel mediation, het keurmerk voor belangenbehartigers, de PIV-Overeenkomst buitengerechtelijke kosten en het IWMD-project van de Vrije Universiteit Amsterdam.
“Ondanks het feit dat er nog veel moet gebeuren, is het goed om zo nu en dan om ons heen te kijken en te kunnen constateren: we zijn met z’n allen op de goede weg!”, aldus Van Driel.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.