nieuws

NCP wil preventie weer simpel maken

Archief

Verzekeraars zijn nog veel te slecht op de hoogte van de activiteiten van het Nationaal Centrum voor Preventie (NCP). Daar wil de vorig jaar aangetreden directeur Gert de Gruijter veel aan gaan veranderen. Dat is ook hard nodig, vindt hij, in een tijd dat preventie bij alle verzekeraars hoog op de prioriteitenlijst staat. In het preventiebeleid van de verzekeraars is eenduidigheid echter nog ver te zoeken. “Wij kunnen alleen iets voor verzekeraars betekenen als in de hele branche dezelfde preventienormen en hetzelfde eisenpakket worden gehanteerd.”

Door Rob van de Laar
Het NCP is in 1997 ontstaan als publiek-privaat samenwerkingsverband voor veiligheid en beveiliging. Het initiatief voor de oprichting is genomen door het voormalige Verzekeraars Instituut voor Preventie en de Stichting Kwaliteitszorg Preventie. Verder zijn de certificeringsactiviteiten van het Bureau voor Sprinklerbeveliging in de organisatie ondergebracht.
“Het NCP is een complexe organisatie waarvan niet iedereen snapt wat het is”, stelt De Gruijter. Inclusief rechtsvoorgangers bestaat het centrum feitelijk al dertig jaar. In die tijd zijn de accenten verschoven. “Het gekke is dat iedereen in het land op een ander moment in de ontwikkeling van het NCP is blijven steken. Dat maakt het lastig om duidelijkheid te scheppen over wie we zijn. Daar ben ik nu mee bezig. Ik wil duidelijk maken wat verzekeraars en burgers aan het NCP hebben.”
De vraag dringt zich op of het wel nuttig is om één nationaal centrum voor inbraak- en brandpreventie in te richten. “We hebben nogal wat stakeholders: verzekeraars, beveiligingsbedrijven, de overheid en, niet in de laatste plaats, de gebruikers. Als die allemaal iets anders willen, dan word je gevierendeeld. Onze taak als NCP is ervoor te zorgen dat zij elkaar begrijpen en gezamenlijk tot een oplossing komen.”
Risicoklassen
Binnen het NCP zijn er twee adviesraden: één voor criminaliteitspreventie en één voor brandpreventie. Daarin worden de gezamenlijke afspraken gemaakt. “Het is eigenlijk heel eenvoudig. Die afspraken komen erop neer dat verzekeraars één risicoklasse-indeling hanteren voor brand- en inbraakbeveiliging. De eigenaar van een bedrijf weet dan onder welke risicoklasse het pand valt en kan tegen de leverancier zeggen welke beveiligingsmaatregelen hij nodig heeft. Als die voorzieningen worden uitgevoerd door een van de door ons erkende bedrijven, krijgt hij ons Borg-certificaat waarmee hij kan aantonen dat de beveiliging van het pand in orde is”, zegt De Gruijter. “De verzekeraar hoeft dus geen eigen detailregels te stellen en is er met het Borg-certificaat van verzekerd dat de juiste maatregelen genomen worden voor de juiste risicoklasse.”
Het voordeel van deze werkwijze is voor de verzekeraars dat zij zicht hebben op de risico’s die zich in hun portefeuille bevinden, vindt De Gruijter. Daarnaast weten zij dat er voldoende maatregelen zijn getroffen. Verzekeraars kunnen volgens De Gruijter eigenlijk maar twee fouten maken: “Een object wordt ingedeeld in de verkeerde risicoklasse of er wordt een verkeerd certificaat geaccepteerd. In het laatste geval past de beveiliging niet bij de risicoklasse of er is een verkeerde instantie ingeschakeld.”
Tot zover is de situatie duidelijk. “Het wordt pas verwarrend als elke verzekeraar een andere risicoklasse-indeling hanteert. Het Verbond van Verzekeraars zit hier om ervoor te zorgen dat dit niet gebeurt. Wij spreken het Verbond aan op het belang van één risicoklasse-indeling voor heel Nederland. Wij kunnen alleen iets betekenen als iedereen dezelfde preventie-eisen hanteert.”
Maar verzekeraars hanteren toch niet allemaal een eigen risicoklasse-indeling?
“Dat is ook niet zo, maar veel verzekeraars vinden het nodig om uitzonderingen te maken en aanvullende eisen te stellen. Dan kom je er niet met één risicoklasse-indeling en dat is niet verstandig. Hoe ingewikkelder je de preventie-eisen maakt, hoe zekerder het is dat daaraan in de praktijk niet voldaan zal worden.”
Verzekeraars lijken zich de laatste jaren nog meer bewust te worden van de noodzaak van goede preventie, vooral door de fors gestegen brandschades. Interpolis zegt bijvoorbeeld aanvullende preventie-eisen te gaan stellen. Daar bent u dus geen voorstander van?
“Ik ben wel voorstander van strengere eisen, maar als één verzekeraar dat doet, dan gaat het niet goed. Je moet een object koppelen aan de juiste risicoklasse. Daarbij horen bepaalde preventiemaatregelen en that’s it. Als je dat doet, en dat kunnen dus hele strenge preventiemaatregelen zijn terwijl de structuur ervan eenvoudig is, dan wordt het praktisch realiseerbaar. Een van de grootste problemen is nu dat verzekeraars vergeten bepaalde preventie-eisen te stellen. Als je twintig verschillende eisen moet stellen, dan wil je er wel eens één vergeten. En de eigenaar denkt dat hij aan de eisen voldoet, terwijl dat niet zo is. Er moeten niet méér, maar minder regels komen.”
Verzekeraars
Maatschappijen voeren nog te veel op eigen houtje een preventiebeleid, vindt De Gruijter. “We hebben een risicocalculator van het Verbond op cd-rom die niet door iedereen wordt gebruikt. Veel verzekeraars gaan zelf iets verzinnen en dat maakt het leven alleen maar ingewikkelder. Je kunt als verzekeraar best premiekortingen geven bij goede preventie, maar daar gaat het niet om. En als een maatschappij bij ons aangeeft dat de klasse-indeling niet goed is, dan ligt daar voor ons een schone taak om ervoor te zorgen dat die wordt aangepast. Het Verbond moet zich sterk maken voor een indeling waar alle verzekeraars achterstaan. Voor de makelaarsrisico’s hoeft dat niet te gelden, want in die markt komen ze er wel uit. Daar zit nog wel enige kennis.”
Een ander hulpmiddel dat nauwelijks aftrek vindt, is het Handboek Schadepreventie. “Dat wordt veel te weinig verkocht. Het lijkt wel of het onderwerp preventie zelf al problematisch is en dat het niet zozeer aan het NCP zelf ligt. Met dat handboek kun je allerlei dingen al zelf regelen. Maar denk je nou echt dat een tussenpersoon dat uit zijn hoofd gaat leren? En dat hoeft nog niet eens, alleen wordt het ook nauwelijks gebruikt. Als je de risicobeoordelingsmodellen gebruikt, hoef je als verzekeraar niet expliciet te zijn. Wat zou het jou als verzekeraar nou uitmaken of een automatisch blussysteem met water, schuim of poeder blust?”
Certificaten
De Gruijter geeft toe dat een Borg-certificaat niet alles zegt over de mate van preventie. “Je kunt wel een kluis hebben waar je waardevolle spullen in opbergt, maar die moet dan ook wel gebruikt worden. Verder zijn er tegenwoordig alarmsystemen die een logging-systeem hebben, waaruit kan worden afgeleid of het systeem aanstond ten tijde van de brand. Een verzekeraar kan gegevens opvragen om dat te controleren, maar dat gebeurt nu niet. Het is ook geen verplicht onderdeel van de certificering. Er valt dus ook best nog wel wat te doen op dat gebied.”
Door certificering kan een verzekeraar wel beter de risico’s in de portefeuille controleren. “Risico’s worden beoordeeld door de tussenpersoon. Hoe weet ik dan als verzekeraar of mijn portefeuille nog klopt? Eén methodiek biedt daar een oplossing voor. Als een tussenpersoon ziet dat de ene maatschappij een risico indeelt in klasse drie en de andere in klasse vier, dan kiest hij voor de eerste maatschappij. Dat is goedkoper. Maar vanuit verzekeraarsoogpunt is het vreemd dat deze dingen voorkomen. Dat kan onkunde zijn: verzekeraars weten niet de juiste vragen te stellen. Maar stel dat dat goed gaat, dan komt het volgende probleem: welke maatregelen moet de eigenaar van het object treffen? Dan kom je helemaal in een wildwestsituatie terecht, waarbij elke verzekeraar andere eisen stelt. Je moet gewoon een certificaat vragen. Dan heb je zicht op je risico. De eigenaar van het pand kan vier verschillende beveiligingsbedrijven inschakelen, die dat technologisch heel anders oplossen. Dat mag. Maar het gebeurt wel volgens de standaard. Je moet als verzekeraar kunnen vertrouwen op het NCP als onafhankelijke derde. Wij lossen met de beveiligingsbedrijven wel op hoe de maatregelen technologisch in elkaar zitten.”
Kennis
Vorig jaar verscheen een NCP-rapport over grote branden, waaruit blijkt dat het regelmatig voorkomt dat bij verzekeraars adequate risico-informatie niet aanwezig is. Dat wordt in een aantal gevallen veroorzaakt doordat inspectieafdelingen onderbezet zijn. Gebrek aan goede informatie kan ertoe leiden dat verzekeraars een te lage premie berekenen. Verder worden in de acceptatie lang niet altijd de puntjes op de i gezet en wordt er nog te weinig gebruik gemaakt van de mogelijkheid een NCP-certificaat op te vragen.
“De algemene tendens is dat alle technische kennis bij verzekeraars zo langzamerhand is verdwenen”, zegt De Gruijter. “Dat tij kun je niet meer keren. Zij moeten misschien eens op externe kennis gaan vertrouwen. Verzekeraars zijn vrij om hun eigen preventiebeleid te hanteren, maar ze hebben een probleem: een te grote schadelast. Ze doen het niet goed in de acceptatie en de risico-inventarisatie. Ze maken nu vaker gebruik van de kleine lettertjes om niet uit te hoeven keren en daar is ook niemand gelukkig mee. Je hebt er dus alle belang bij om de verzekerden te wijzen op de preventie-eisen. Dat kun je het NCP laten doen. Alleen vragen veel verzekeraars niet eens naar het NCP-certificaat, omdat ze het niet kennen.”
Politiekeurmerk
Het NCP is al aardig op weg naar een eenduidige risicoklasse-indeling. Een ander punt is het inrichten van de certificering: naast het NCP-certificaat is er ook het Politiekeurmerk Veilig Wonen, waarmee De Gruijter niet onverdeeld gelukkig is. “Ik vind het jammer dat er twee certificaten zijn. Het politiekeurmerk is bedoeld voor de gewone rijtjeswoningen en niet voor bedrijfspanden of villa’s. Maar in het hogere segment wordt het wél gebruikt bij acceptatie. Ik ben niet blij met die versnippering. Ik zou graag tot een schema komen met beide keurmerken, waarin duidelijk is aangegeven hoe zij zich tot elkaar verhouden. Dat zou kunnen betekenen dat er hogere eisen gesteld worden aan het politiekeurmerk. Als je veel juwelen of antiek bezit, kom je er niet met dat keurmerk. Bovendien gaat onze controlesystematiek verder dan die van het politiekeurmerk.”
Verantwoordelijkheid
De overheid treedt steeds meer terug op het gebied van preventie en legt de verantwoordelijkheid bij de burger neer. “Die verantwoordelijkheid kan zo ver gaan, dat de politie niet meer komt als je niet voldoende preventiemaatregelen hebt getroffen. De brandweer komt altijd om een brand te blussen, want dat is in de wet geregeld. In de praktijk laat men echter vaak een pand afbranden als er geen mensen of dieren meer in het pand zijn. De brandweercommandant mag de levens van zijn medewerkers niet meer in de waagschaal stellen. Er branden dus meer panden af vanwege de veranderende wetgeving. Een brand zal dus gemiddeld een hogere schade opleveren dan vroeger. En dan moet je als verzekeraar hogere preventie-eisen gaan stellen. Er zijn echter slechts een paar verzekeraars die dat goed regelen.”
Fusieproces
De Gruijter wil preventie met het NCP vooral eenvoudig maken. Is dat dan de afgelopen zes jaar niet de doelstelling geweest van het centrum? “Nee. Waar wij voor staan is heel lang niet duidelijk geweest. Dat is veranderd in de loop der tijd en we gaan nu terug naar de basis. Wij staan voor het voorkomen van materiële schade en menselijk leed, veroorzaakt door brand of diefstal in bouwwerken in Nederland.”
Onduidelijkheid over de te volgen koers was vorig jaar één van de redenen voor het opstappen van De Gruijters voorganger Han van Laanen. Zelf verkondigde hij toen “dat het NCP nu staat”. Een periode van zes jaar om een organisatie op te zetten lijkt nogal lang. “Dat heeft te maken met het fusieproces van de verschillende organisaties”, zegt De Gruijter. “Het bureau voor sprinklerbeveiliging had bijvoorbeeld alleen als doelstelling zoveel mogelijk sprinklerinstallaties in Nederland weg te zetten. Dat doel heeft het NCP natuurlijk niet. Dergelijke veranderingen hebben tijd nodig.”
De krekel
Het NCP besteedde dit voorjaar in de eigen nieuwsbrief aandacht aan ‘de krekel’, een anonieme klokkenluider die in een wijdverspreid e-mailbericht felle kritiek leverde op de gang van zaken in de organisatie. Het is opmerkelijk dat het NCP daar zelf mee naar buiten is gekomen. “We hebben letterlijk gezegd: we nemen de klachten serieus, maar de klager niet omdat hij anoniem wil blijven. Een aantal van die klachten was terecht en daar hebben we wat aan gedaan. Het NCP is een glazen huis waarin iedereen kan zien wat er gebeurt. Als er kritiek is, vegen wij die niet onder het tapijt.”
De kern van de klacht was dat vragen niet beantwoord werden en dat men niet snapt waar het NCP voor is. “Ik vraag me af of elke verzekeraar precies weet wat hier gebeurt. En dat geldt bijvoorbeeld ook voor de politie. Wij hebben een vertegenwoordiger van de raad van hoofdcommissarissen; die man komt hier al jaren. Toch spreek ik af en toe een korpschef die nog nooit van het NCP heeft gehoord. Dat is raar. Zo denken veel mensen dat het NCP zelf een brancheorganisatie is. Bedrijven hebben het lidmaatschap van zo’n organisatie opgezegd ‘omdat ze al lid zijn van het NCP’. Die misverstanden ontstaan doordat het een hele complexe materie is.” Het NCP wil het intermediair onder meer via mailings beter gaan uitleggen wat het Borg-certificaat inhoudt. Verder zal het cursusaanbod worden uitgebreid. De Gruijter: “Verzekeraars moeten zeggen: ‘heerlijk, één risicoklasse-indeling en een certificaat dat erop aansluit’. Wat er achter de schermen moet gebeuren om dat voor elkaar te krijgen, is mijn pakkie-an. Dat besef moet nog op grote schaal doordringen.” [kader]
Gert de Gruijter (47) ging na zijn studie bedrijfskunde aan de slag als marketingadviseur bij de bancaire poot van ING. Na enkele jaren stapte hij over naar chemieconcern Akzo, waar hij consultant werd. Die functie ruilde hij vervolgens in voor een baan als managing consultant bij het internationale adviesbureau PA Consulting. “Ik heb mij in mijn werk altijd op twee dingen gericht: het efficiënt krijgen van bedrijfsprocessen en het samenbrengen van partijen met verschillende belangen. Daarom heb ik ook gekozen voor het NCP: ik geef nu leiding aan een platform waarin de verschillende partijen elkaar beter moeten leren begrijpen en tot zaken moeten komen.”
De Gruijter heeft menig zee-uur op zijn naam staan. Als zeilinstructeur en bemanningslid draaide hij zijn hand niet om voor een zeiltocht van Nederland naar Marokko. De meeste wereldzeeën heeft hij bevaren, tot aan de Azoren toe. Tegenwoordig is De Gruijter, woonachtig in Zeewolde, alleen nog op de binnenwateren te vinden.
Gert de Gruijter: “Verzekeraars moeten op het gebied van preventie meer op externe kennis gaan vertrouwen”.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.