nieuws

NBVA wil actuele versie B-opleiding

Archief

De NBVA streeft naar een actualisering van de Assurantie B-opleiding. Voorzitter Alexander van Voorst Vader wil het geen modernisering noemen. “Nee, ik hou het op een actualisering. Er kunnen misschien onderwerpen uit en er moeten onderwerpen in. Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan basale ondernemersvaardigheden en hypotheekkennis.”

Volgens Van Voorst Vader moet de branche op het terrein van onderwijs niet te veel in één keer willen regelen. Hij is een groot voorstander om dit stapsgewijs aan te pakken. “Eerst moet de ‘hoekstenen- en basisdiscussie’ met de nieuwe toezichthouder Autoriteit FM afgerond worden. Daarna kunnen we gaan kijken naar vakbekwaamheidseisen, nieuwe registers, permanente educatie, controle daarop en ga zo maar door.”
De NBVA-voorman maakt graag de vergelijking met de huisarts en de eerstelijns zorg. “Men heeft de neiging de specialist de norm van de markt te maken. Moet een chirurg in Sneek dezelfde kennis hebben als de chirurg in de Daniël de Hoedkliniek? De eerste lijn moet de totale breedte kunnen overzien. Dus hij moet wat weten van Schade, Leven, Pensioen et cetera. Je mag van de eerstelijns financiële dienstverlener wel wat vergen. Er moet transparantie zijn over zijn opleidingen en zijn deskundigheid. Hij moet de geneeskundige vaardigheden van een huisarts bezitten om advies te mogen geven. Dat betekent niet dat deze adviseur al zijn certificaten bij de voordeur moet hangen. Nee, als daar een eerstelijns certificaat hangt, dan mag je er vanuit gaan dat hij deskundig is”, aldus Van Voorst Vader.
Verder vindt hij dat de financiële dienstverlener, voor zover nodig, zich wel nieuwe technieken moet eigen maken. Van Voorst Vader pleit dan ook voor een actualisering van de Assurantie B-opleiding. “Dit diploma moet de basiskennis omvatten. Daarnaast zouden er modules aan toegevoegd moeten worden. Als ik kijk naar ons ledenbestand, dan houdt 95% zich bezig met de advisering over hypotheken. In de geactualiseerde B-opleiding moet daar dus aandacht voor komen.”
Verder pleit Van Voorst Vader voor een module ondernemersvaardigheden. “Een tussenpersoon moet niet alleen verstand hebben van verzekeringen, maar hij moet tevens een bedrijf runnen. Want dat is ook van belang voor het toezicht door de Autoriteit Financiële Markten. Daar zijn weer andere vaardigheden voor nodig.”
Bijscholing
“Periodiek moet de tussenpersoon bijgeschoold worden in alle modules, mits die van toepassing zijn op zijn praktijk. De markt, in casu de branchepartijen moeten dat bekijken”, vindt Van Voorst Vader.
“De Stichting Examens Assurantiebedrijf (SEA) heeft een rol bij het vaststellen van de eindtermen. De eindtermen worden voorgelegd aan de overheid. Tot nu toe bepaalt het ministerie van Financiën uiteindelijk wie er tot de branche toegelaten wordt. Dat zou eventueel kunnen veranderen in de toekomst, maar het is de vraag of dat wel verstandig is.”
Consumentenbescherming moet daarbij uitgangspunt zijn volgens de NBVA-voorzitter. “Het huidige systeem functioneert goed. We moeten wel kijken hoe het eventueel beter kan. De toezichthouder wil met delegatie aan een onafhankelijk nationaal instituut op basis van een aantal criteria, nieuwe toetreders toetsen. Daarbij moet, zoals al eerder gezegd, ook gekeken worden naar ondernemersvaardigheden. Daar zal de markt zich over moeten buigen.”
Als men eenmaal in het bezit is van het vestigingsdiploma zal er tijdens de rit bijscholing moeten plaatsvinden. Van Voorst Vader vindt het in dit stadium te vroeg om te stellen dat de bijscholing ondernemingsgebonden of persoonsgebonden moet zijn. Hij staat met betrekking tot permanente educatie dan ook op het standpunt dat “er geen oude schoenen weggegooid moeten worden voordat er nieuwe zijn”. Hij vindt ook dat het nieuwe toezichtmodel niet de markt op zijn kop mag zetten. “Ik verwacht dat het gezonde verstand zal zegevieren.”
De controle op de eindtermen voor de kwalitatieve bijscholing ligt, volgens de NBVA-voorman, bij de SEA. “De opleidingsinstituten zullen geaccrediteerd moeten worden door een onafhankelijk instituut. De SEA moet verantwoordelijk worden voor de toekenning van PE-punten aan opleidingen. Verder moet het een uniform te controleren systeem zijn. Het is daarbij niet ondenkbaar dat ook de NBVA als geaccrediteerde instelling optreedt. Maar de overheid bepaalt uiteindelijk of er meerdere instellingen kunnen zijn. De NBVA zou het onjuist vinden qua marktwerking, als maar één instelling gecertificeerd zou worden. Ik vind dat er inhoudelijk pluriformiteit moet zijn, qua didactiek en opleidingsmethodiek.”
Vetorecht
“Het is ondenkbaar dat de NBVA zijn eigen kwalificatienormen heeft voor een basisdiploma. Dat laat echter onverlet dat er verenigingen zijn die eigen keurmerken invoeren.”
Van Voorst Vader doelt op de Stichting Assurantie Registratie (SAR) die in het najaar een A-register introduceert. Bovenop het ‘gewone’ A-diploma wordt een PE-stelsel gehanteerd dat aan de persoon gebonden is en niet zoals nu aan een bedrijf. DE NBVA-voorzitter heeft geen moeite met de komst van een apart A- en B-register. “Integendeel zelfs. Wij hebben geen bezwaar tegen eisen van beroepsaansprakelijkheidsverzekering, aansluiting bij het klachteninstituut of een PE-puntenstelsel. Maar als vertegenwoordiger van het kleine en middelgrote intermediair willen wij een vetorecht hebben, wanneer het om zwaarwegende belangen van de achterban gaat. Daar moeten we uiteraard geen misbruik van maken. Ook in de Europese Gemeenschap kent men zo’n billijke regeling. Wij hebben zo’n vetorecht bepleit bij de SAR en we zijn in afwachting van hun reactie.”
De NBVA pleit ook voor een bestuursmeerderheid van beide brancheorganisaties in de SAR. Volgens Van Voorst Vader is de SAR akkoord, maar moeten de statuten aangepast worden om dit mogelijk te maken. Hij hecht in beginsel aan toetreding tot de SAR of een rechtsopvolger ervan, omdat er gestreefd moet worden naar één orgaan, waarin alle soorten adviseurs vertegenwoordigd zijn en gecontroleerde toetsing plaatsvindt. Dit past in het uitwerkingsmodel van het keurmerktoezicht.
Ten aanzien van de eigen eisen van permanente educatie geeft Van Voorst Vader aan dat de NBVA deze zal aanscherpen. “Maar deze aanscherping zullen wij pas uitvoeren als de discussie over het toezicht afgerond is of zoveel eerder als nodig is. Op zijn vroegst pas in het vroege voorjaar van komend jaar.”
Het gaat Van Voorst Vader te ver om toezicht te houden of controle uit te oefenen op het opleidingsniveau van medewerkers van verzekeraars en assurantiebemiddelingsbedrijven. “Die verantwoordelijkheid ligt in eerste aanleg bij de statutaire directie van het bedrijf. Zij zijn verantwoordelijk voor de aansturing van het bedrijf. Daar valt ook de kennis en vakbekwaamheid van hun medewerkers onder.”
Alexander van Voorst Vader: “De SEA moet verantwoordelijk worden voor de toekenning van PE-punten aan opleidingen”.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.