nieuws

NBVA-leden zijn door verzekeraars opgelegd keurslijf nu echt

Archief

zat

Tijdens de NBVA Automatiseringsdag, die in het teken stond van het gezamenlijk belang, liepen de discussies hoog op. Gefrustreerde tussenpersonen die alle mooie woorden zat waren, onderbraken met kritische vragen de verhalen van verzekeringsmaatschappijen. “Ik voel mij door elke verzekeraar in een keurslijf gedrukt. Wanneer mag ik nou zeggen wat ik wil”, riep een geïrriteerde tussenpersoon tegen verzekeraar Delta Lloyd.
Eénmalige invoer, uniformering en ervoor zorgdragen dat de tussenpersoon zijn adviestaak goed kan blijven uitoefenen, zonder dat hij informatie mist als gevolg van rechtstreekse communicatie tussen intermediairverzekeraar en verzekerde. Dat zijn de uitgangspunten waar de verzekeringsbranche zich aan zou moeten conformeren, in ieder geval volgens de NBVA.
Tijdens de NBVA Automatiseringsdag vorige week, riep NBVA-voorman Alexander van Voorst Vader de bedrijfstak op om zich aan deze uitgangspunten te houden bij het opnieuw vormgeven van de administratieve processen in de branche.
In de week voorafgaand aan het congres was aan de deelnemende verzekeraars gevraagd of zij bereid waren deze uitgangspunten te onderschrijven. Een zevental zei spontaan ‘ja’, een aantal anderen had meer bedenktijd nodig. “Tijdgebrek was de reden dat er uiteindelijk geen ondertekening heeft plaatsgevonden”, zegt NBVA-woordvoerder Paul Oostdam. Hij wijst de suggestie van de hand dat verzekeraars de uitgangspunten niet zagen zitten.
Ketenintegratie
Van Voorst Vader sprak tijdens zijn inleiding de hoop uit dat het mogelijk moet zijn om één basisinfrastructuur te realiseren. “Eén telefoonnet, één wegennet en één taal zijn toch ook mogelijk gebleken in onze samenleving. Waarom dan ook niet één basisinfrastructuur voor onze branche?”
Hiermee was de toon gezet voor de NBVA-Automatiseringsdag. Het woord ketenintegratie zoemde door het Congresgebouw in Den Haag. Discussieleider Jurjen Oosterbaan Martinius (D&O) vroeg tijdens de paneldiscussie uitleg over dit begrip. “Kan iemand mij in gewone Jip & Janneke-taal uitleggen wat ketenintegratie is?” Het antwoord luidde: eenmalige invoer aan de basis, invoeren van uniforme werkwijze (standaardisering), ontsluiten van centrale databases met behulp van nieuwe technologie. Een en ander moet leiden tot efficiencyverbetering en daarmee kostenverlaging.
Niet iedereen is enthousiast over ketenintegratie. Want hoe behoud je als verzekeraar je eigen identiteit als er één basisinfrastructuur is? Ook de in groten getale opgekomen tussenpersonen (± zevenhonderd) hadden zo hun twijfels over de mooie woorden en demo’s die er op de verschillende podia gesproken en tentoongesteld werden. Want wat gebeurt er met de gegevens die de tussenpersoon al in zijn systeemhuispakket heeft zitten?
Oud nieuws
Uit de op deze dag gepresenteerde resultaten van een enquête onder de NBVA-leden bleek dat de tussenpersoon nog steeds veel te veel tijd besteedt aan zijn administratie, namelijk 61%. Op zich geen nieuw gegeven, maar daarom niet minder schokkend.
Enigszins verbazend was de constatering dat 78% van de NBVA-leden het nuttig vindt om gebruik te maken van een extranet van een verzekeraar. Verbazend, omdat diezelfde tussenpersoon ageert tegen het elke keer opnieuw moeten inloggen op extranetten van verzekeraars en het elke keer opnieuw moeten invoeren van de gegevens. “Ik heb geen behoefte aan vijftien buttons van verschillende verzekeraars op mijn scherm, ik wil vanuit mijn systeemhuispakket verbinding kunnen maken met de backoffices van de verzekeraars waarmee ik zaken doe”, aldus een tussenpersoon.
Een extranet tussen maatschappij en verzekerde kon op minder bijval rekenen: 41% is het daar geheel mee eens of enigszins mee eens, 39% is het daar geheel of enigszins mee oneens. En als het dan toch moet, dan verwacht de tussenpersoon dat hij op de hoogte gesteld wordt van vragen en mutaties die hebben plaatsgevonden. Overigens vindt het overgrote deel van de NBVA-leden dat maatschappijen alleen via de tussenpersoon zou moeten communiceren met de klant.
Monopolie
Standaardisatie en niet meer concurreren op technologie, was de kern van het betoog van Niek Hoek, in het dagelijks leven bestuursvoorzitter van Delta Lloyd Nuts Ohra, maar op deze dag aanwezig als voorzitter van het branchebrede e-Businessplatform. In de branche bestaat enige scepsis ten aanzien van dit platform, dat de opvolger is van de vorig jaar ter ziele gegane Participantenraad van ICT-bedrijf ABZ. Want waarom zou standaardisatie/ketenintegratie nu wel lukken, is de vraag die menigeen zich stelt. Hoek probeerde die scepsis weg te nemen, onder meer door snelle resultaten in het vooruitzicht te stellen. Als voorbeelden daarvan noemde hij het online beschikbaar stellen van polisvoorwaarden en standaardisatie van aanvraagformulieren. Volgens de telling van Hoek circuleren er ongeveer negenhonderd verschillende aanvraagformulieren in de branche. “Het is ons toch ook gelukt om één gestandaardiseerd schadeformulier te ontwikkelen.”
Volgens Hoek is ook iedereen welkom in het platform. “Het is geen monopolie van grote verzekeraars.” Wellicht niet van verzekeraars, maar dan misschien toch wel van de twee tussenpersonenorganisaties. Bij aanvang van het e-Businessplatform in november vorig jaar was het ongeorganiseerd intermediair in de persoon van Joop Huisman, algemeen directeur van Gritter & Sevink nog welkom in het platform. Inmiddels heeft Huisman “tegen zijn zin het platform verlaten”.
De reactie van NVA-directeur en tevens vice-voorzitter van het platform Niels Mourits loog er niet om. “Het platform is ingesteld als gestructureerd overleg tussen verzekeraars en intermediair. Je kan je zelf de vraag stellen wie de heer Huisman vertegenwoordigt, zichzelf of het niet-gebonden intermediair. Op die manier kan je iedereen wel uitnodigen. De ICT-kennis van de heer Huisman staat overigens buiten kijf. Hij kan zijn stem laten horen als hij lid wordt van een van de branche-organisaties.” Van de NBVA had Joop Huisman het platform niet hoeven verlaten.
Tamme dicussie
De paneldiscussie die tijdens de NBVA Automatiseringsdag plaatsvond, was ronduit tam te noemen. De panelleden, te weten ABZ-directeur Gerrit Schipper, Erik Breukhoven (NBVA ICT-commissie), Alexander van Voorst Vader, Niek Hoek (voorzitter e-Business Platform), Jos Verbeek (systeemhuis Online) en Rob Duijn (Systeemhuis CCS), waren erg aardig voor elkaar. Zwarte pieten werden er niet uitgedeeld en het was jammer dat er niet een aantal tussenpersonen uit de zaal op het podium zaten. Dat had ongetwijfeld voor meer vuurwerk gezorgd.
Vuurwerk was er wel ’s middags tijdens de parallelsessies. Zowel bij Delta Lloyd als Nationale-Nederlanden konden de sprekers hun betoog of demonstratie niet eens afmaken. Een zeer geïrriteerde tussenpersoon in de zaal bij Delta Lloyd vroeg zich af wanneer hem nou eens gevraagd werd hoe hij het wilde hebben. “Jullie laten nu wel weer een prachtig geautomatiseerd systeem zien, maar jullie hebben al een keuze voor mij gemaakt. Ik word weer in een keurslijf gedrongen. Wanneer mag ik nou zeggen wat ik wil, namelijk een koppeling tussen mijn systeemhuispakket en de backoffices van de verzekeraars waar ik zaken mee doe?” Het antwoord van Delta Lloyd klonk als een zwaktebod. “De techniek laat het nog niet toe.” Gelukkig werd dat beeld bijgesteld. “De techniek laat het wel toe, maar we zijn het nog niet eens over de standaardisatie in de processen die daarvoor moeten plaatsvinden.”
Alexander van Voorst Vader: “We hebben één wegennet, één telefoonnet en één taal. Dan moet het toch ook mogelijk zijn om één basisinfrastructuur te realiseren in de verzekeringsbranche”.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.