nieuws

Nalatige Vie d’Or-actuaris kan op forse schadeclaim rekenen

Archief

Met de harde uitspraak van het college van rechtspraak van het Actuarieel Genootschap (AG) kan actuaris C. Kraak, mede-vennoot van het actuarieel bureau Heijnis & Koelman, rekenen op een aanzienlijke schadeclaim van de Stichting Vie d’Or namens de gedupeerde polishouders. De actuaris ‘beraadt zich serieus’ om in beroep te gaan tegen de uitspraak.

De Stichting Vie d’Or is blij met de uitspraak van het college van rechtspraak. Het college oordeelde dat de actuaris nalatig is geweest bij diens werkzaamheden voor Vie d’Or en besloot tot een schriftelijke berisping.
Daarmee zijn bijna alle klachten die de Stichting tegen Kraak had ingediend gegrond verklaard. Het baant de weg voor aansprakelijkstelling van de actuaris, omdat hij niet (voldoende) gewaarschuwd heeft voor de zorgwekkende financiële positie waarin Vie d’Or zich destijds bevond. Hierdoor kan hij een rol hebben gespeeld in de ondergang van de Veldhovense verzekeraar en daarmee medeverantwoordelijk gehouden worden voor de schade van de polishouders.
Het college spreekt zich niet uit over de vraag of de nalatigheden van de actuaris hebben bijgedragen aan het omvallen van Vie d’Or, maar er is weinig fantasie nodig om daar een causaal verband te veronderstellen.
Liever schikken
Op dit moment beraadt de Stichting Vie d’Or zich nog op de aansprakelijkstelling van de actuaris, maar zij zegt bij voorbaat het liefst een schikking te willen treffen met partijen die aansprakelijk worden geacht voor het faillissement van Vie d’Or. “We willen graag kostbare en lange procedures vermijden”, aldus woordvoerder Hans van Ronkel, “maar als het niet anders kan, gaan we procederen”.
De totale schade voor polishouders bedraagt f 180 mln. Dit is exclusief rente, die geschat wordt op f 15 mln per jaar. Naast deze klachtprocedure tegen de actuaris, lopen er vergelijkbare onderzoeken en tuchtrechtelijke procedures tegen de betrokken accountant (Deloitte & Touche), de directie, en de Verzekeringskamer in diens rol van bewindvoerder. Al deze onderzoeken hebben het oogmerk aansprakelijkstellingen namens de polishouders te vergemakkelijken of schikkingen af te dwingen.
Geen commentaar
De betrokken actuaris en het bureau Heijnis & Koelman willen geen reactie geven op de uitspraak van het college. Woordvoerder en mede-eigenaar C. van Hooff: “Het is geen zaak om daarover naar buiten toe mededelingen te doen”.
Met het gegrond verklaren van de klachten van de Stichting Vie d’Or en de constatering dat de actuaris nalatig is geweest, besloot het college van rechtspraak C. Kraak schriftelijk te berispen. Bij klachten tegen actuarissen kan het college kiezen uit drie uitspraakmogelijkheden: waarschuwen, schriftelijk berispen, of schorsen uit het AG. De berisping zal na het afloop van de beroepsperiode van één maand door de voorzitter van het AG worden opgesteld. De klacht tegen Kraak is overigens de eerste die het college sinds haar bestaan in behandeling heeft genomen.
Behandeling en uitspraak college van rechtspraak AG
De Stichting Vie d’Or heeft in april vorig jaar een klacht ingediend bij het college van rechtspraak van het Actuarieel Genootschap. De klacht bestaat uit twee delen:
a) ten onrechte heeft C. Kraak, toenmalig extern actuaris van Vie d’Or, in de verslagstaten over 1990 en in een actuarieel rapport niet gewaarschuwd voor de uitgeholde winstcapaciteit en de financiële positie van Vie d’Or;
b) eveneens ten onrechte heeft de actuaris over 1989 en 1990 geen actuarieel rapport aan de raad van commissarissen uitgebracht.
C. Kraak fungeerde vanaf de oprichting van Vie d’Or in 1985 als extern actuaris. In een brief van 30 mei 1991 bericht hij deze functie neer te leggen.
In zijn verweer tegen de klachten meldt hij het college: “Tot 1987 ging de productie van Vie d’Or langzaam. Na dit jaar was in toenemende mate sprake van verhoging van de productie en uitbreiding van de onderneming. Vanaf 1990 verliepen de contacten tussen mij en Vie d’Or moeizamer. Een en ander was het gevolg van het feit dat de administratie van Vie d’Or slecht functioneerde en ik in een laat stadium van de voor de uitoefening van mijn werkzaamheden noodzakelijke gegevens werd voorzien. Ook werd ik onvoldoende betrokken bij de ontwikkeling van nieuwe producten. Met name heeft dit ertoe geleid dat Vie d’Or een nieuw verzekeringsproduct, het Individueel Depot Plan (IDP), had ontwikkeld zonder deugdelijke actuariële ondersteuning. (…) Hierdoor bleken de verzekeringsvoorwaarden niet aan te sluiten op de actuariële nota. In de, ondanks mijn mondelinge waarschuwingen aan de directie, niet verbeterende gang van zaken heb ik in mei 1991 aanleiding gevonden mijn relatie met Vie d’Or te beëindigen.”
Kraak maakte in het wettelijk verplichte (openbare) actuariële verklaring over 1990 een tweetal voorbehouden. Deze voorbehouden zijn echter in zulke bedekte termen geformuleerd dat er niet direct een waarschuwende werking vanuit gaat.
Het college vind dit, in tegenstelling tot de Stichting Vie d’Or, niet onjuist. Een uitdrukkelijk voorbehoud had een ernstig nadelig effect voor de verzekeraar kunnen hebben. Daarom was er nog geen aanleiding voor de actuaris om een dergelijk voorbehoud te maken “De situatie bij de verzekeraar was zorgelijk en vroeg om maatregelen, maar was niet hopeloos en vormde nog geen acute bedreiging voor het voortbestaan van Vie d’Or”, aldus het college. Dit onderdeel van de klacht is volgens het college derhalve ongegrond.
Het betoog van de actuaris over het mondeling waarschuwen van de directie van Vie d’Or, gaat volgens het college niet op: “Mondelinge waarschuwingen waren onverenigbaar met de ernst van de situatie”. In het verlengde hiervan, mede gezien het ontbreken van vertrouwen in de directie, heeft Kraak ten onrechte nagelaten de raad van commissarissen rapport uit te brengen over de problemen waar Vie d’Or mee kampte.
Volgens het college van rechtspraak wordt in de Wet Toezicht Verzekeringsbedrijf de betrokkenheid van de actuaris voorgeschreven. Uit het doel van deze wet (bescherming van de verzekerden) blijkt het grote maatschappelijke belang van de actuaris. “Dit voert het college tot het oordeel dat de nalatigheid van de actuaris ernstig moet worden opgevat. Daar komt bij dat de onderwerpen die de actuaris aan de orde had dienen te stellen in het door hem aan zijn opdrachtgever uit te brengen rapport van vitaal belang waren voor het voortbestaan op termijn van Vie d’Or. Het getuigt van een ernstige miskenning van de situatie dat de actuaris heeft gemeend dat hij met mondelinge waarschuwingen kon volstaan. Naar het oordeel van het college heeft de actuaris met zijn inbreuk op de regels van het Regelement van Orde het vertrouwen van het publiek in het actuariaat ondermijnd”.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.