nieuws

Movir maakt niche steeds breder

Archief

Arbeidsongeschiktheidsverzekeraar Movir, goed voor een premie-inkomen van meer dan f 150 mln, behoort onmiskenbaar tot de categorie der ‘bijzondere maatschappijen’. Het is een onderlinge, maar dan wel een van de weinige die voor de distributie van haar produkten met het intermediair samenwerkt. Bovendien is Movir actief in een niche die van oudsher wordt beheerst door maatschappijen waar medici aan de beleidstouwtjes trekken. Movir pleit voor bundeling van de krachten, maar trekt intussen ook nadrukkelijk haar eigen plan, zo leert een gesprek met directeur B.J.M.W. Hauer.

door Richard Vroom
Movir is van oorsprong een arbeidsongeschiktheidsverzekeraar voor artsen, tandartsen en dierenartsen. Tegen het einde van de jaren tachtig werd dit een te smalle basis geacht en werden ook andere academisch gevormde vrije beroepsbeoefenaren tot doelgroep bestempeld. Behalve paramedici vormden onder meer advocaten, notarissen en accountants lonkende markten.
Bestuur en management van Movir waren wel zo wijs om bij de leden te peilen wat men zou vinden van deze vreemde eenden in hun bijt. De argumenten van de maatschappij vonden weerklank bij de leden, maar een bijverschijnsel was wel dat een co-assurantiecontract van Movir en collega-artsenverzekeraar VVAA tot een eind kwam. Directeur B.J.M.W. Hauer: “Die portefeuille betrof arbeidsongeschiktheidsverzekeringen voor paramedici. In de overeenkomst die deze samenwerking beheerste, was de bepaling opgenomen dat geen aov’s aan andere beroepsgroepen mochten worden aangeboden zonder wederzijdse instemming. Wij van Movir wilden de kring uitbreiden, maar VVAA wilde dat niet. Daarom hebben we besloten de gezamenlijke portefeuille te verdelen en ieder apart door te gaan. Ik wil wel graag opmerken, dat het VVAA-Adviesbureau nog immer voor ons als belangrijke bemiddelaar optreedt.” Dit is misschien wel tekenend voor de situatie in de wereld van de artsenverzekeraars: aan de basis wordt, op zakelijke gronden, samengewerkt, maar op bestuurlijk niveau lijken de eigen bedrijven als dierbare eilanden te worden gekoesterd. De voorzitter van de raad van commissarissen van Movir, dr F.A.J. van Hussen, hield tijdens de jaarvergadering 1995 een pleidooi voor samenwerking onder de artsenverzekeraars (‘het past non-profitinstellingen niet om vanuit hun zelfstandigheidsstreven onnodige overheadkosten te maken’). De praktijk leert echter, dat het vooralsnog een hele andere kant uit lijkt te gaan. Zo is de artsen-levensverzekeraar Olma onlangs verkocht aan het pensioenfonds PGGM. Hauer: “De Olma is ooit opgericht door de KNMG (de overkoepelende organisatie in de medische wereld) om eigenlijk naast de pensioenfondsen voor artsen de aanvullende levensverzekeringen te doen. Dan is het in mijn ogen een beschamende ontwikkeling, dat die maatschappij nu is verkocht. Wat is er dan van een ideaal van zo’n Olma terecht gekomen?” Voorts ging onlangs levensverzekeraar Apollonia (eigendom van het tandartsenpensioenfonds) een nauwe samenwerking met Nationale-Nederlanden aan. In plaats van naar samenwerking te streven, lijken de diverse uit de artsensfeer voortgekomen pensioenfondsen, levens- en schadeverzekeraars dus liever voor uiteenlopende richtingen te kiezen. Volgens Hauer zou de grote katalysator achter een eventuele bundeling toch gevormd moeten worden door de beroepsverenigingen van de artsen, de medisch-specialisten, de tandartsen en de dierenartsen. “Ik heb overigens wel het idee, dat het daar inmiddels iets meer is gaan leven.”
Hij kan wel twee van de belangrijkste knelpunten aangeven: “Het gaat vooral om verschillen van inzicht omtrent de distributiestrategie en de doelgroepenstrategie.” Voorbeeld: in tegenstelling tot Movir werkt haar directe collega-concurrent op aov-gebied, de dit jaar 100-jarige Artsen Onderlinge, als direct-writer en richt deze maatschappij zich nog immer uitsluitend op artsen.
Kwetsbaar
Bij een onderlinge in de oer-vorm ligt de leiding in handen van het bestuur. Tot het begin van de jaren negentig gold dit ook nog bij Movir. “De leiding van de maatschappij berust bij een bestuur bestaande uit ten minste vijf en ten hoogste elf deelnemers”, gaven de statuten aan.
Hauer heeft de bestuursleden herhaaldelijk gewezen op de ongewenste vermenging van uitvoerende- en controle-functies bij deze structuur. Daarnaast vereist het huidige ondernemen een steeds snellere besluitvorming. “Ik ben er trots op, dat de toenmalige bestuursleden zaterdagen lang opleidingen hebben gevolgd op het terrein van kansberekening, balanslezen, beleggingen, personeelszaken en juridische zaken. Men ging zich steeds meer realiseren hoe kwetsbaar men was als er wat mis ging. Dat leidde er toe dat er bij beide partijen steeds meer verlangen ontstond naar een raad van commissarissen-model.” Volgens de nieuwe statuten kwam de leiding voortaan in handen van een bestuur bestaande uit één of meer directeuren. De raad van commissarissen bestaat sindsdien uit maximaal zeven personen, die elk maximaal zeven jaar zitting in dit college kunnen hebben.
Groeiruimte
“Ik heb van de raad van commissarissen veel ruimte gekregen om innovatief bezig te zijn”, zegt Hauer. En behalve het benutten van de groeiruimte die nog aanwezig is in diverse van de bestaande doelgroepen, denkt hij over het aanboren van nieuwe markten in de sfeer van de vrije ondernemers die een dienstverlenend beroep uitoefenen.
In de wereld van tandartsen en dierenartsen valt niet veel meer te veroveren. “Daar hebben we marktaandelen van meer dan 80 procent. Sterke groeimarkten met nog veel perspectief worden gevormd door fysiotherapeuten, juristen, ingenieurs en architecten.” In het eerste half jaar van 1996 kwamen er al weer netto 870 verzekerden bij, waardoor onlangs de mijlpaal van 25.000 verzekerden werd bereikt.
Vierdaagse werkweek
Op het gebied van de werktijden heeft Movir in de afgelopen jaren een voor de gehele bedrijfstak interessante doorbraak gemaakt.
Hauer: “Het speelde in de beginjaren negentig in de ondernemingsraad. Bij het personeel bestond het verlangen naar een vierdaagse werkweek. Dat kon toen niet worden gehonoreerd, omdat de cao er geen ruimte voor bood. Later gold als voorwaarde, dat het wel mocht op basis van vrijwilligheid als de meerderheid van de medewerkers voor deze manier van werken koos”. Om praktische redenen zou van elke Movir-afdeling zeker 80% van de medewerk(st)ers aan de proef mee moeten doen. In november 1994 hield Movir een schriftelijke enquête onder het personeel. Uiteindelijk was er niemand tegen. “Er is altijd 6% van de mensen bang voor veranderingen, maar als je er dan eens goed met ze over praat, dan blijken ze vaak minder terughoudend.” Per 1 januari 1995 is – voor een proefperiode van twee jaar – gestart met een vierdaagse werkweek, die overigens als opvallend aspect heeft dat iedereen éénmaal per drie weken op zaterdagochtend vier uur werkt. “Van belang is dat de gehele organisatie hierin meedraait: dus ook het management. Alleen dan ben je in staat om bij een zesdaagse openstelling met een kleinere bezetting toch een goede dienstverlening te bieden op àl die dagen.” Het laat zich raden dat een en ander in uitgebreide schema’s moet worden gevangen. Hauer: “Maar bij de huidige stand van automatisering hoeft dat natuurlijk geen probleem te zijn.” Enthousiast vervolgt hij: “Het tweede voordeel van onze aanpak is, dat je alle mensen drie dagen in de week full-time in huis hebt. De dinsdag, woensdag donderdag is iedereen aanwezig. Vergaderingen kunnen op die dagen tussen half negen en zes uur worden gepland.”
Vrijetijdskleding
“Een van de grote voordelen van het werken op zaterdag is, dat je stukken kunt schrijven en stukken kunt lezen waar je anders niet aan toekomt. Overigens, en dat heb ik in Amerika afgekeken, zijn we hier op zaterdag in vrijetijdskleding aan het werk. En dat geeft toch een heel aparte sfeer.”
De veronderstelling dat die zaterdag-openstelling mede of vooral is ingegeven door commerciële motieven, wordt door Hauer snel ontzenuwd. “Het intermediair werkt in het algemeen nog niet op zaterdag, althans wij merken er weinig van. Ik geloof overigens wel in een toekomst voor financiële dienstverlening op zaterdag. Kijk ook maar naar de ontwikkeling bij de banken”. Scoort de ‘Movir-zaterdag’ nog amper of niet bij de tussenpersonen, zij maken wel dankbaar gebruik van de wetenschap dat Movir op doordeweekse dagen tot 18.00 uur bereikbaar is, in tegenstelling tot tal van andere maatschappijen waar om precies 17.00 uur de telefoonbeantwoorder wordt ingeschakeld.
Intermediair
Movir is net als de andere intermediairverzekeraars de laatste jaren bezig het bestand aan tussenpersonen tegen het licht te houden. Twee jaar geleden werd vastgesteld, dat er onder de 440 tussenpersonen ruim 70 scholen die in de afgelopen 10 jaar geen nieuwe post meer hadden gesloten. Er werd vanzelfsprekend een programma ontwikkeld om deze ‘slapers’ tot enige activiteit te prikkelen of bij het achterwege blijven daarvan hen gedag te zeggen. “Onze doelstelling is een actief bestand van zo’n 300 tussenpersonen en daarnaast 100 die op weg zijn naar een vaste aanstelling. Daarbij hanteren we een proefperiode van een jaar. Als produktie-eis stellen wij, dat ze per jaar vijf nieuwe verzekerden binnen brengen.” Sinds de in 1994 in gang gezette sanering zijn enkele honderden intermediairs uit het bestand van Movir vertrokken. “We hebben er nu 400 met een vaste aanstelling en voorts 500 die ooit een post hebben aangebracht. Natuurlijk hopen we dat veel van die 500 ook kunnen komen tot het aanbrengen van vijf verzekerden per jaar.”
Telemarketing
Op het gebied van de informatie-technologie wil de maatschappij nadrukkelijk aansluiting bij de ontwikkelingen houden. Sinds mei dit jaar kunnen de prolongatiegegevens via het ADN naar het intermediair worden verstuurd. Hauer: “Die prolongatie via het ADN is een succes. Er maken ruim 300 tussenpersonen gebruik van.” Internet? “We geloven nog niet in een grote toestroom van dit medium en het heeft nog alle facetten van direct-writing.”
Dat wil niet zeggen dat Movir de ogen sluit voor de technieken die direct-writers gebruiken. Met groeiend enthousiasme predikt de maatschappij de zegeningen van telemarketing bij het met haar samenwerkende intermediair. Na overleg over aspecten als ‘wanneer’ en ‘hoeveel’ worden, uit naam van het betrokken intermediair, voor hem/haar afspraken met potentiële klanten gemaakt. Hauer: “Het is verrassend hoe je met een goed scenario scoort. Er worden vele afspraken gemaakt. Ik vind een scoringspercentage van boven de 20 procent hoog. Het woord is dan aan de tussenpersoon. En vanzelfsprekend zie je dan aanzienlijke verschillen in de percentages posten die worden (over)gesloten.”
Hauer: “Op zaterdag zijn we in vrijetijdskleding aan het werk”.
B.J.M.W. Hauer (58) begon zijn loopbaan als marine-officier. Tussen 1959 en 1971 bevoer hij de wereldzeeën. Een perspectief biedende functie bij Hollandse Signaal Apparaten, de ‘militaire’ dochter van Philips in Hengelo, wees hij na rijp beraad af, mede omdat zijn vrouw hem voorhield dat het min of meer ‘de marine in burger’ zou zijn. Hauer ging toen links en rechts solliciteren en werd al snel aangenomen als adjunct-directeur bij de Raiffeisenbank (Utrecht). Vervolgens vervulde hij managementfuncties bij de Verenigde Spaarbank en de Grenswisselkantoren. In 1983 werd hij benaderd voor de functie van directeur van Movir en was er aan toe om de stap van ‘grote knecht’ naar ‘kleine baas’ te zetten. Hauer hecht eraan dat alles er verzorgd uit ziet. Dit komt niet alleen tot uiting in de bedrijfsruimten en de omgeving van het kantoor in Nieuwegein maar ook in de uitstraling van de 45 koppen tellende bemanning, die overigens voor meer dan de helft uit vrouwen bestaat.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.