nieuws

Minister Zalm verklaart onvoldoende of marginale solvabiliteitsmarges

Archief

Minister Zalm van financiën heeft vragen van de Tweede Kamerleden Smits en Witteveen-Hevinga beantwoord over onvoldoende solvabiliteitsmarges in 1994 bij acht maatschappijen en nauwelijks voldoende marges bij ruim 20 maatschappijen.

De Kamerleden hadden de vragen gesteld naar aanleiding van een publicatie in de Volkskrant die daartoe geïnspireerd was door een bericht in AM 2/1996 (pag. 7).
De bewindsman gaf een toelichting op de wettelijke verplichtingen tot opbouw van voldoende technische voorzieningen en voldoende solvabiliteitsmarge.
Marginale solvabiliteitsmarge
De verzekeraars die marginale solvabiliteitsmarges aanhouden, kunnen daar volgens de Verzekeringskamer verschillende redenen voor hebben, aldus de bewindsman.
“In de eerste plaats kan het bedrijfsbeleid zijn, het eigen vermogen van een maatschappij tot het minimale te beperken, vanuit de verwachting dat de aanwending van dat kapitaal op een andere wijze een beter rendement zal geven. Vooral in concernverband kunnen dergelijke overwegingen een belangrijke rol spelen”. In een toelichting desgevraagd door AM verklaart een woordvoerder van de Verzekeringskamer dat wanneer een dochtermaatschappij in financiële nood is, niet de moedermaatschappij aangesproken kan worden tenzij deze zich garant heeft gesteld. Er is geen verplichting dat de moedermaatschappij zich garant stelt voor de dochter.
Ook komt het soms voor, aldus de minister, dat de rapportages van de verzekeraar aan de Verzekeringskamer die de basis vormden voor genoemde publicaties, onjuistheden (bijvoorbeeld telfouten) bevatten, die vervolgens in de interne toetsing door de Verzekeringskamer leiden tot bijstelling. Dan bestaat de mogelijkheid dat er in feite geen tekort is.
Ook kan onduidelijkheid bestaan over het meetellen van achtergestelde leningen bij het vaststellen van de aanwezige solvabiliteitsmarge. Achtergestelde leningen (en ledenrekeningen van onderlingen) mogen op grond van Europese bepalingen tot een bepaalde limiet meegeteld worden ter bepaling van de aanwezige solvabiliteitsmarge. Nederland is, ook in het EU-overleg, er altijd voorstander van geweest achtergestelde leningen volledig te laten meetellen. “Het niet langer volledig laten meetellen van deze achtergestelde leningen kan in het voorkomende geval betekenen dat formeel niet aan de vereisten is voldaan – hetgeen uiteraard ongewenst is – maar dat er materieel geen sprake is van een problematische situatie. Ook uit het krantebericht blijkt dat vooral deze factor in 1994 aanleiding tot misverstanden heeft gegeven”, aldus de bewindsman.
Onvoldoende solvabiliteitsmarge
Met betrekking tot de 8 genoemde maatschappijen met onvoldoende solvabiliteitsmarge merkt Zalm het volgende op.
Drie van deze verzekeraars (Agria, Sirius en Vesta) hebben hun zetel buiten de EU maar binnen de “Europese Economische Ruimte”. Het toezicht op de solvabiliteitsmarge van een verzekeraar met zetel in een dergelijke staat behoort voor het geheel van zijn werkzaamheden tot de competentie van de betrokken toezichthoudende autoriteit. Voor een bijkantoor van een dergelijke maatschappij gelden derhalve in Nederland geen solvabiliteitseisen.
Vier van de 8 verzekeraars maken deel uit van een groter concern: Falcon Medische Varia – Fortis; Medisch Steunfonds – Shell; Nuts Schade – Ohra; Zilveren Kruis Schade – Achmea. De bewindsman verwijst hier naar hetgeen hij eerder zei over het mogelijke bedrijfsbeleid om het eigen vermogen van een maatschappij te beperken tot het minimale. Volgens het krantebericht is in drie van de vier gevallen het tekort reeds aangezuiverd, aldus Zalm.
De resterende maatschappij is de onderlinge waarborgmaatschappij ‘MAAV’. Dit is een vereveningsfonds dat tegen een maximumpremie aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekeringen aanbiedt aan werknemers met een verhoogd arbeidsongeschiktheidsrisico’s. Het is ingesteld ingevolge de Wet medefinanciering aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekeringen. De betreffende organisaties van pensioenfondsen en van verzekeraars hebben geen overeenstemming bereikt over een vereveningsregeling. Thans vindt overleg plaats over een voorstel, aldus de bewindsman.
Indien een verzekeraar voorziet dat zijn solvabiliteitsmarge niet voldoet of zal voldoen aan de wettelijke eisen, moet hij dit terstond mededelen aan de Verzekeringskamer.
De Verzekeringskamer kan op grond van haar geheimhoudingsplicht niet mededelen welke acties zij heeft ondernomen tegen de geconstateerde tekortkomingen.
“Er zijn voor mij geen mogelijkheden deze informatie alsnog van de Verzekeringskamer te verkrijgen”, aldus Zalm.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.