nieuws

Middelloonpensioen wordt niet fiscaal afgedwongen

Archief

Het kabinet zal geen maatregelen nemen tot versobering van pensioenregelingen, zoals de overstap van eindloon naar middelloon. Dit blijkt uit de evaluatie van het pensioenconvenant dat het kabinet in 1997 heeft gesloten met werkgevers en werknemers, verenigd in de Stichting van de Arbeid.

De sociale partners blijken er sindsdien voldoende in geslaagd om zelf de pensioenkosten te beperken. Pensioenfondsen hebben hun regelingen gemoderniseerd en meer toegankelijk gemaakt, terwijl de kosten voor aanvullende pensioenregelingen tegelijkertijd zijn gedaald.
Op grond van het convenant had het kabinet de mogelijkheid om, als de afspraken over de kostenbeheersing binnen drie jaar niet gehaald zouden zijn, de fiscale aftrekbaarheid van pensioenpremies te beperken tot het goedkopere middelloonsysteem. Deze mogelijkheid is nu komen te vervallen. Van zijn kant beloofde het kabinet destijds een AOW-basispensioen te waarborgen.
Resultaten
Uit de evaluatie van het convenant blijkt dat de AOW-franchise – het salarisdeel waarover geen pensioen wordt opgebouwd – bij de 102 onderzochte pensioenfondsen in de afgelopen drie jaar gemiddeld met f 1.300 is gedaald. Deelnemers kunnen daardoor meer pensioen opbouwen. Vooral alleenstaanden en tweeverdieners ondervonden in het verleden veel problemen met franchises die gebaseerd waren op de AOW voor een echtpaar.
De pensioenregelingen zijn de afgelopen jaren gemoderniseerd, zo blijkt uit de evaluatie. Het aantal deelnemers dat valt onder een regeling waarin het nabestaandenpensioen omgezet kan worden in een ouderdomspensioen is gestegen van 22% in 1998 naar 43% in 2001. Voorts kan nu 81% van de deelnemers de datum waarop ze met pensioen gaan beïnvloeden, tegen 54% in 1998. Ook zijn de mogelijkheden om tijdens een verlofperiode de opbouw van het pensioen op vrijwillige basis voort te zetten verruimd (nu bij 75% mogelijk).
In het convenant was verder afgesproken dat de toegang tot de aanvullende pensioenregelingen verruimd moest worden. Uit de evaluatie blijkt dat het aantal werknemers voor wie geen toetredingsleeftijd geldt, is gestegen van 31% tot 54%. Het aantal fondsen met een wachttijd daalde van 3,7% tot 3,3%. Het aantal actieve deelnemers dat valt onder een regeling waarbij geen enkele specifieke groep wordt uitgesloten, is hoog gebleven: 93,9% (93,8%).

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.