nieuws

Meeùs maakt zich schuldig aan misleidende reclame

Archief

Twee pallets rectificatiebrieven zijn vorige week woensdag door Meeùs afgeleverd bij Movir, die deze nog diezelfde dag heeft verzonden aan zijn verzekerde fysiotherapeuten en huisartsen. Ook heeft Meeùs op last van de rechter afgelopen vrijdag rectificaties geplaatst in grote landelijke dagbladen.

In een kort geding heeft Movir rectificatie geëist van premie/dekking-vergelijkigen die Meeùs heeft voorgeschoteld aan Movir-verzekerden. Dit moest gebeuren in een brief aan die verzekerden, in een advertentie in dagbladen en op de website van Meeùs. De president van de arrondissementsrechtbank Breda heeft deze eisen toegewezen.
Meeùs had voor de organisaties van fysiotherapeuten (KNGF) en huisartsen (LHV) aov-mantelcontracten ondergebracht bij Interpolis. Voor beide beroepsgroepen lopen mantelcontracten bij Movir. In brieven van Meeùs die door KNGF en LHV aan de leden zijn gestuurd, staat dat het gaat om een aan Movir “gelijkwaardige verzekering” met een stukken lagere premie. De fysiotherapeuten zouden 40% tot 61% goedkoper uit zijn en de huisartsen 11,5% tot 68%. “U heeft altijd premievoordeel!!!!!” schreef Meeùs.
Afgezien van het feit dat Movir de premievergelijking volslagen onjuist vindt, lag de vergelijking op zich al gevoelig. De arbeidsongeschiktheidsverzekeraar – die een paar jaar geleden moest worden overgenomen door ING omdat hij aan de financiële afgrond stond – had begin dit jaar nog een premie-inhaalslag te maken. De verhogingen pakten forser uit dan bij andere aov-verzekeraars (die conform de nieuwe Verbondsgrondslagen verhoogden), en hoewel Movir liet weten dat de premies nog steeds concurrerend zijn, werden de verhogingen breed in de pers uitgemeten. Door dit alles vreesde Movir dat veel verzekerden – al dan niet tot de genoemde beroepsgroepen behorend – voor de opzegdatum 1 februari zouden overstappen op een andere verzekeraar.
Vergelijkingen
Voor de rechter betoogde Movir dat de premievergelijking mank gaat, omdat het niet gaat om gelijkwaardige verzekeringen. Interpolis gaat namelijk, aldus Movir, niet altijd uit van het arbeidsongeschiktheidscriterium ‘beroepsarbeidsongeschiktheid’, maar hanteert bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid het criterium ‘passende arbeid’. Movir claimt bovendien een ruimere zwangerschapsregeling en, in tegenstelling tot Interpolis, het meedekken van het WAZ-gat. Ook zou Interpolis bij een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80% geen 100%-uitkering geven maar een 80%-uitkering.
Movir voelde zich gesterkt – en bracht dit ook voor de rechter – door Interpolis-directeur Huub Hannen die zich in de pers, waaronder AMSignalen), distantieerde van de Meeùs-informatie. “In sommige gevallen zullen verzekerden 15%-20% duurder uit zijn dan bij Movir”, zei Hannen. “De premie van een modale deelnemer zal echter 20%-25% lager liggen.”
Toetsingen
Meeùs stelde in haar pleidooi dat KNGF en LHV niet over één nacht ijs waren gegaan. Meeùs: “Ook AON is verzocht een alternatief voor Movir te bieden. Nadat KNGF en LHV de verschillende aanbiedingen hebben laten toetsen, onder andere door de SBA (Stichting Gemeenschappelijk Beheer en Administratie Beroepspensioenfondsen Artsen), is de keuze op Meeùs/Interpolis gevallen.” Meeus had prof.dr. Erik Lutjens, gevraagd zich over de verschillen te buigen. Zijn conclusie luidt: “Op basis van de thans bekende gegevens kan mijns inziens niet worden vastgesteld dat verzekeringen bij Movir en Interpolis niet gelijkwaardig zouden zijn.” Movir betoogde voor de rechter dat Lutjens niet van de juiste polisvoorwaarden is uitgegaan.
Bewijslast
Volgens de dagvaarding heeft Meeùs zich schuldig gemaakt aan misleidende reclame (6:194 BW). Meeùs betwistte dat een brief aan een groep verzekerden kan worden beschouwd als reclame, maar de rechter was het daar niet mee eens. “De wetgever heeft een ruime uitleg toebedacht aan het in het wetsartikel gehanteerde begrip ‘openbaar maken’. Gestandaardiseerde mededelingen, gedaan per gesloten brief of als drukwerk (zogenaamde direct mail) dienen te worden opgevat als openbaar gemaakte mededelingen.”
Bij reclameuitingen ligt de bewijslast bij degene die de inhoud van de mededeling heeft (mee)bepaald (6:195 BW). Meeùs moest dus aantonen dat de claim “een gelijkwaardige verzekering tegen een goedkopere premie” op waarheid berust. De rechter concludeert dat dit Meeùs niet is gelukt. “Meeùs heeft aangevoerd dat zij haar bewijsvoering nauwelijks deugdelijk heeft kunnen voorbereiden, gezien de korte termijn waarop zij in rechte is betrokken (…) Van Meeùs mag echter in redelijkheid worden verlangd dat zij, alvorens massaal potentiële verzekeringnemers aan te schrijven, beschikt over voldoende bewijsmateriaal ter staving van de daarbij vermelde claims.”
De rechter stelt dat hij het belang van de WAZ-dekking niet kan inschatten, maar dat het hem wel duidelijk is, dat de meeverzekering daarvan bij Movir kan leiden tot hogere uitkering.
Ook heeft Meeùs “niet gemotiveerd betwist dat prof. Lutjens van onjuiste polisvoorwaarden is uitgegaan bij zijn waardering”.
Vonnis
Of de beweringen van Meeùs wel of niet juist zijn, is dus in het kort geding niet aangetoond. De rechter wees het gevorderde toe “waar er vooralsnog van moet worden uitgegaan, dat Meeùs zich schuldig heeft gemaakt aan misleidende reclame, en gelet op de belangen die op het spel staan”.
Meeùs moest een door Movir opgestelde rectificatiebrief, op Meeùs-papier, afleveren bij Movir (13.500 exemplaren) die deze vervolgens naar de verzekerde fysiotherapeuten en huisartsen stuurde. “We gaven uiteraard onze adressen niet uit handen”, zegt Movir-directeur Rogier Huffnagel. Ook moest Meeùs de rectifcatietekst plaatsen op de homepage van haar website www.meeus.com en de tekst publiceren (op pagina 3) van het Algemeen Dagblad, Het Financieele Dagblad, De Telegraaf en De Volkskrant. Dit alles op straffe van een dwangsom van f 1 miljoen (Movir had f 5 miljoen ineens gevraagd en f 500.000 voor elke overtredingsdag).
Buiten beschouwing bij dit alles is gebleven een mantelcontract voor de vereniging van medisch specialisten dat Meeùs bij Interpolis had gesloten. Ook deze beroepsgroep heeft een mantelcontract bij Movir. Huffnagel: “Dit contract kwam later tot stand en hierbij heeft Meeùs de informatie anders aangepakt.”
Ongedaan
Johan Boertjes, directievoorzitter van Meeùs, zegt in hoger beroep te gaan tegen het vonnis om de zaak inhoudelijk te laten toetsen. Huffnagel: “Daar ben ik niet ongelukkig mee, want in hoger beroep zal nog meer blijken dat wij gelijk hebben.”
De betreffende Movir-verzekerden die hun polis per 1 februari hebben opgezegd, kunnen dit zonder problemen ongedaan maken. “We nemen ze onder de bestaande condities terug”, zegt Huffnagel.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.