nieuws

Medewerkers intermediair minder dagen op cursus

Archief

Het aantal dagen dat medewerkers van assurantiekantoren op cursus gaan, is gehalveerd ten opzichte van 1999. Buitendienstmedewerkers gingen twee jaar geleden gemiddeld twaalf dagen op cursus, nu nog zes. Binnendienstmedewerkers gaan tussen de drie en vier dagen op cursus. Twee jaar geleden waren dat er nog zeven.

Het gaat hierbij om opleidingen tijdens kantoortijd, zoals studiemiddagen en workshops. Opleidingen als Assurantie A en B en producttrainingen zijn buiten beschouwing gelaten. D&O directeur Jurjen Oosterbaan Martinius presenteerde deze cijfers tijdens een bijeenkomst van de Stichting Examens Assurantiebedrijf (SEA) ter gelegenheid van de presentatie van het eindtermendocument voor de opleiding Assurantie-B. Oosterbaan was somber gestemd. “Opleidingen worden niet sexy gevonden, er vinden geen echte vernieuwingen plaats, de samenwerking is traditioneel bepaald, er komen geen nieuwe partijen bij en er zijn geen grote inspirators voor de opleidingen. Het kabbelt eigenlijk maar een beetje voort.”
Oosterbaan vindt dat het belang van opleidingen groter moet worden. “Maar ziet de bedrijfstak dat ook zo?”, vraagt hij zich af. “Wij hebben in een onderzoek vragen gesteld aan het intermediair over het aantal cursusdagen, de besteding per medewerker aan opleidingen en of er überhaupt een opleidingsplan is. De resultaten stemmen mij zeer somber.”
Halvering
Er wordt gemiddeld ( 1.800 per medewerker besteed aan opleidingen. Bij deze kosten zijn de salariskosten buiten beschouwing gelaten. Hoe groter het kantoor, des te minder wordt er besteed aan opleidingen. Een kantoor met meer dan twintig medewerkers besteedt nog maar ( 756 aan opleidingen. Ongeveer 57% van de kantoren verwacht dat dit bedrag aan opleidingskosten zal stijgen; 43% verwacht stabilisatie. “Eigenlijk bedoelen ze dan een daling”, zegt Oosterbaan Martinius.
Een ‘rustpauze’ in de opleidingen, na de zware investeringen in tijd en geld in het kader van de belastingherziening, wordt als een mogelijke oorzaak voor de terugloop van het aantal cursusdagen gezien. Andere oorzaken zijn onder meer de krapte op de arbeidsmarkt waardoor op veel kantoren de werkdruk (te) hoog is en het onder druk staan van de rendementen waardoor kritischer gekeken wordt naar de post ‘opleidingskosten’.
D&O constateert verder dat veel instellingen die zich binnen de verzekeringsbranche bezig houden met opleidingen, te kampen hebben met een sterke daling van het aantal cursisten. Het onderzoek zelf, dat onder vijfhonderd assurantiekantoren is gehouden, geeft echter geen inzicht in de oorzaak hiervan. De D&O-directeur heeft voor het intermediair wel een aantal suggesties voor verbetering. “Definieer de doelstelling van de onderneming. Op dit moment wordt het personeel ad hoc op cursus gestuurd, afhankelijk van wat er aan opleidingen binnenkomt. Verder moeten de competenties van de medewerkers worden vastgesteld. Het verschil tussen de doelstelling van de onderneming en de competenties van de medewerkers leg je vast in een opleidingsplan per medewerker. Daar ligt mijns inziens ook een taak voor de standsorganisaties.”
D&O heeft onderzocht hoeveel bedrijven er een opleidingsplan hebben voor hun medewerkers. “In 1998 had 72% van de bedrijven geen opleidingsplan; in 2001 heeft 79% geen opleidingsplan. Een verslechtering en het was al niet best.”
Samenwerking
Oosterbaan Martinius vindt dat er actiever uitgedragen moet worden dat opleidingen zo belangrijk zijn. Ook hier ziet hij een duidelijke taak weggelegd voor de standsorganisaties. “Het lijkt wel alsof men er tegenwoordig trots op is dat men geen assurantieopleiding heeft. Vroeger was het standaard dat je in ieder geval je B-diploma had. En als we nu al iets aan opleidingen doen, is het op het gebied van Leven, want daar valt aan te verdienen. Er worden nauwelijks meer schadeopleidingen gevolgd.”
Volgens hem moeten de NBVA en NVA meer samenwerken op het gebied van opleidingen. “Daarmee zou de slagkracht veel groter zijn en het heeft bovendien een voorbeeldfunctie.” De beide brancheorganisaties én de Federatie van Assurantieclubs (“die hebben hele goede plannen”) zouden op dit terrein eveneens moeten samenwerken.”
Verder moet er een einde komen aan de wildgroei van PE-punten, aldus Oosterbaan Martinius. “Er is geen coördinatie. Wellicht moet de deskundigheid van de SEA gebruikt worden voor bewaking en toekenning van punten”, is zijn advies. Tot slot vindt Oosterbaan Martinius dat er een soort titel moet komen voor mensen met een B-diploma. “Het is een hele moeilijke opleiding en waarom wel een financieel planner certificeren en niet iemand met een B-opleiding?”
Eindtermen
De SEA heeft voor het eerst eindtermen vastgesteld voor de Assurantie B-opleiding. Het ruim zeventig pagina’s tellende document, voorheen was het één A4-tje, beschrijft gedetailleerd de vakkennis waarover cursisten moeten beschikken. “Cursisten en docenten weten nu beter waar ze aan toe zijn”, zegt SEA-directeur Jan Janse. Fotobijschrift SEA-directeur Jan Janse (rechts) reikt het eindtermendocument voor de assurantie B-opleiding uit aan NVA-voorzitter Dick de Bruin (midden)en NBVA-secretaris Martin Thies (links).

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.