nieuws

‘Markt moet het hoofd koel houden’

Archief

Nog niet zo lang geleden stond hij als ambtenaar aan de wieg van de huidige Wet assurantiebemiddelingsbedrijf (Wabb). Nu lijkt het erop dat het kabinet zijn werk van toen voor een belangrijk deel van tafel zal vegen. “Ik barst niet in huilen uit, maar kan er ook bepaald niet om lachen. Een wet met een levensduur van minder dan zes jaar, daar houd je geen rekening mee”, aldus John Pennink, de nieuwe directeur van de NVA.

door Bart Mos
Wie de commentaren hoort van zowel het Verbond van Verzekeraars, de NVA als de NBvA op het kabinetsvoornemen om onder meer het wettelijke beloningssysteem voor assurantie-adviseurs uit de Wabb te schrappen, zou bijna het idee krijgen dat voor de beroepsgroep het einde der tijden is aangebroken. De regering tast met deze plannen het fundament van het verzekeringswezen aan, zo wordt gesteld.
Als het aan John Pennink ligt, zal dit kabinetsplan bij een voornemen blijven: “We gaan er ons in de komende tijd als bedrijfstak hard voor maken om het van tafel te krijgen. Daar hebben we sterke argumenten voor. Ik wil het niet een gelopen race noemen, maar ik vind dat men maar beter goed kan luisteren naar een bedrijfstak waar per jaar f 50 miljard in omgaat en een enorme werkgelegenheid wordt geboden”.
Pennink zou gezien zijn voormalige functie als hoofd van de afdeling Verzekeringswezen bij Financiën als geen ander moeten weten wat er zich rond de toekomst van de Wabb afspeelt in politiek Den Haag: over de strijd die gevoerd wordt tussen de ambtenaren van Financiën (traditioneel ‘verdedigers’ van de Wabb), Economische Zaken (sinds jaar en dag ‘critici’ van de Wabb) en het kabinet (marktwerking vóór alles). Toch tast ook hij wat de huidige plannen betreft in zekere mate in het duister (we spreken hem nog vóórdat het Kabinet een toelichtende brief aan de Tweede Kamer stuurt) en noemt het plan van het kabinet een onbegrijpelijke zaak.
Gevolgen
“Dat het kabinet om politieke redenen en met goede argumenten de marktwerking in Nederland wil bevorderen, daar hebben wij niks op tegen. Het is iets anders dat ze zoiets wil doorvoeren zonder naar de gevolgen voor de betrokken bedrijfstak te kijken”, aldus Pennink.
“Wat we bijvoorbeeld hebben gezien bij de recente discussie over de afschaffing van de provisiemaximering is dat er te gemakkelijk wordt gezegd dat er allerlei regelingen moeten worden opgeheven, terwijl je je natuurlijk eerst zou moeten afvragen wat daar de mogelijke effecten van zullen zijn. Tot nu toe hebben wij helemaal niet gemerkt dat die effecten onderzocht zijn.”
“Iedereen die een beetje thuis is in de verzekeringsbranche weet dat er in ons land een kleine duizend verzekeraars op de markt zijn, waarmee we zo ongeveer de grootste verzekeraarsdichtheid van de hele wereld hebben. Daarnaast beschikken we over een heel groot en uitgebreid netwerk van assurantietussenpersonen. Kortom, de markt staat bol van de concurrentie. Als wij ergens verstand van hebben dan is het wel marktwerking. Wat kan het kabinet dan bewegen om te willen dat er nog méér concurrentie komt?”
Paniekreacties
Pennink zegt zich op dit moment vooral zorgen te maken over de gevolgen van de kabinetsplannen op de korte termijn. “Het is van groot belang dat iedereen het hoofd koel houdt en er geen paniekreacties zullen volgen van verzekeraars en intermediair. Ik zou me kunnen voorstellen dat sommige verzekeraars zich gaan gedragen alsof alles al in kannen en kruiken is en de Wabb inderdaad wordt aangepast, terwijl zelfs als het doorgaat ten minste nog vijf jaar zal duren voordat het zover is. Of ze dan niet in overtreding zijn? Ach ja, ik rijd iedere dag van Leiderdorp naar Amersfoort waar je over het algemeen maar honderd mag rijden…”
“Zodra er enkele marktpartijen zijn die zich alvast gaan schikken naar de plannen van het kabinet, vraag ik me af of de Economische Controledienst voldoende capaciteit heeft, of zelfs de bereidheid zou hebben om daar tegen op te treden. Om Nederlandse verzekeraars maak ik me niet zoveel zorgen. We kennen geen echte vechttraditie in ons land. Maar wat buitenlandse maatschappijen zullen doen en bijvoorbeeld assurantiekantoren die geen lid zijn van de NVA of NBvA, dat onttrekt zich aan onze waarneming. Vervolgens kun je je afvragen of de rest van de markt stevig genoeg in de schoenen staat om niet aan het schuiven te gaan.”
Eenzijdige focus
“Er is sprake van een tamelijk eenzijdige focus van het kabinet: er is besloten om meer marktwerking te creëren in Nederland en dus ook in het verzekeringsbedrijf. Maar voordat je die lijn doortrekt naar onze specifieke bedrijfstak, waar vertrouwen en zekerheid zo’n belangrijke rol spelen, moet je de gevolgen van de te nemen maatregelen duidelijk laten meewegen. Onze branche is nou eenmaal niet te vergelijken met een bedrijfstak waar – pak ‘m beet – deurknoppen worden gefabriceerd.”
Soortgelijke plannen als het kabinet nu aandraagt, zijn bij het intrekken van de oude wet (Wab) en de komst van de nieuwe wet (Wabb) al eens aan de orde geweest, helpt Pennink herinneren. “Daar is ook de beloningsstructuur en de provisiemaximering aan de orde geweest. Toen heeft de Tweede Kamer, nog niet eens zo lang geleden, besloten dat het in stand houden van deze structuren zéér belangrijk was voor de bedrijfstak. Voor wat de bedrijfstak betreft is daar geen verandering in gekomen, maar door het kabinet is er nu een nieuw beleid overheen gezet. Blijkbaar is het streven naar meer marktwerking daarbij zo’n belangrijk politiek issue geworden, dat de gevolgen voor de bedrijfstak er simpelweg ondergeschikt aan zijn gemaakt.”
Merkwaardig
De NVA-directeur noemt het merkwaardig dat het kabinet vlak voor de evaluatie van de Wabb, die dit najaar nog moet plaatsvinden, alvast is begonnen met een operatie die leidt tot de ontmanteling daarvan. “Het is een hele vreemde situatie. Daaruit blijkt maar weer dat men de doelstelling van de operatie ‘Marktwerking, deregulering en wetgevingskwaliteit’ zo belangrijk vindt, aangezien op deze manier de evaluatie wordt overruled.”
In de evaluatie zelf kan Pennink gelukkig nog een lichtpuntje ontdekken. “De evaluatie is al toegezegd bij de invoering van de Wabb. Zoiets geeft ons de mogelijkheid om weer in gesprek te komen met het kabinet over onder meer de beloningsregels. Of dat veel zal helpen, is natuurlijk helemaal afhankelijk van de reacties en argumenten die de bedrijfstak daarbij naar voren zal brengen.”
Consumentenbescherming
“Wat de regering zich niet lijkt te realiseren, is dat meer marktwerking automatisch minder consumentenbescherming en – iets waar ook de Verzekeringskamer regelmatig voor waarschuwt – meer insolventierisico bij verzekeraars tot gevolg zal hebben. Dat is een buitengewoon onwenselijke zaak. We hebben er als gehele bedrijfstak belang bij om het imago van zekerheid overeind te houden. Instabiliteit zou die zekerheid in belangrijke mate aantasten. Blijkbaar is men in Den Haag nu al vergeten dat het omvallen van Vie d’Or voor een belangrijk deel was terug te voeren op het stunten met provisies”.
Heeft het huidige kabinet er dan gewoon geen kaas van gegeten?
“Nou, geen kaas van gegeten, dat weet ik niet. Ik sluit niet uit dat er beter geluisterd is naar de argumenten van de Consumentenbond dan naar die van ons. De mening van deze organisatie heeft men duidelijk zeer zwaar laten wegen. Bovendien was het in het verleden zo dat hoofdzakelijk Financiën aangaf wat de richting was voor het verzekeringsbeleid. Economische Zaken opereerde hierbij wat meer op de achtergrond. Het primaat lag duidelijk bij Financiën. Het is evident dat er momenteel andere krachten spelen. Misschien luisteren de bewindslieden slechter naar hun ambtenaren dan voorheen”.
Kan de Consumentenbond beter lobbyen dan de verzekeringsbranche?
“Misschien is het meer een samenkomen van ideeën die al langer leven bij de Consumentenbond en Economische Zaken. Blijkbaar klikt het momenteel erg goed tussen deze twee partijen. Dat genomen bij het feit dat er door het huidige kabinet een duidelijke lijn is uitgezet naar meer marktwerking, maakt het tot een belangrijke motor voor het hele pakket van de voorgenomen maatregelen.
Het klikt niet tussen de organisaties van tussenpersonen en de Consumentenbond. Wat gaat u daar aan doen?
“De verhouding is inderdaad wat afstandelijk geweest. Er zijn vervelende dingen gebeurd, zoals het laatste onderzoek over spaarplannen, waarbij ik overigens een vraagteken plaats bij het woord ‘onderzoek’, want het was nauwelijks serieus te nemen.”
“Wij hebben als tussenpersonenorganisatie vanzelfsprekend geen bezwaar tegen onderzoek naar de kwaliteit van het intermediair, maar verricht dat dan alsjeblieft wel zorgvuldig en houd rekening met de belangen van de kantoren die het juist heel erg goed doen. Als er kaf tussen het koren blijkt te zitten, en dat zit er natuurlijk altijd, ga daar dan ook correct mee om en scheer vervolgens niet de gehele beroepsgroep over één kam. Ik begrijp best dat het publicitair aantrekkelijker is om dát wel te doen, maar erg zorgvuldig is het niet.”
“Ik vind het jammer dat de Consumentenbond opereert zoals de laatste tijd het geval is. Juist omdat wij als tussenpersonenorganisatie, net als zij, bezig zijn met de belangen van consumenten. Weliswaar vanuit verschillende gezichtspunten en verantwoordelijkheden, maar je hebt het eigenlijk over gezamenlijke klanten.”
“Het zou daarom goed zijn als de Consumentenbond wat meer kennis zou krijgen over de praktijk van een assurantiekantoor. Daar lijkt het nu aan te ontbreken. We hebben onlangs een afspraak gemaakt. Enerzijds voor een hernieuwde kennismaking en ook om behalve naar aanleiding van incidenten eens over wat principiële zaken te kunnen spreken. Binnenkort zitten we met ze aan tafel.”
Samen één vuist
Ondanks de grote dreiging die uitgaat van de ‘Wabb-potjes’ die het Kabinet na terugkomst van het zomerreces op het vuur heeft gezet, lijkt de vorming van één sterke vuist door het intermediair richting politiek opnieuw te veel gevraagd. De inhoud van de reacties van beide standsorganisaties op de kabinetsplannen was weliswaar op elkaar afgestemd; toch bleef er sprake van twee verschillende reacties.
Is het in deze zware tijden voor het intermediair niet logischer om samen ten strijde te trekken?
“De logica staat als een paal boven water. Alleen gebeurt niet alles in de wereld volgens de lijnen van de logica, helaas. Of misschien is dat juist wel zo prettig. De verhouding tussen de NVA en de NBvA is nou eenmaal een heel bijzondere, daar speelt een heleboel emotie, identiteit en historie mee. Wij zijn voor een nauwere samenwerking, maar de NBvA wil daar eerst goed over nadenken.”
“In de huidige situatie trachten we overigens juist zoveel mogelijk één vuist te maken. Aan de inhoud van de reacties van de beide standsorganisaties valt ook duidelijk te zien dat er sprake is van een hele nauwe samenwerking.”
“We hebben met de NBvA en ook het Verbond afgesproken dat we in deze problematiek elkaar de hand goed vasthouden. Het is een probleem van de hele bedrijfstak, dus daar moet je niet je eigen weg gaan volgen. Dat daar vervolgens verschillende persberichten uit voortkomen, tja, dat heeft verschillende oorzaken. We werden plotseling geconfronteerd met de uitspraken van het kabinet. Op zo’n moment is het makkelijker om gelijk je eigen organisatielijnen te volgen dan eerst in overleg te gaan en vervolgens te komen tot een gezamenlijke reactie. Misschien zullen we in het vervolgtraject wel met gezamenlijke reacties naar buiten komen. Het zou best zo kunnen zijn dat deze affaire, voor wat samenwerking tussen de twee organisaties betreft, de functie van een goede katalysator zal gaan krijgen.”
Kamerleden
Volgens Pennink is het nu zaak om met een onderling afgestemd verhaal naar de leden van de Tweede Kamer toe te gaan. “Het Kabinet komt straks met een wetsvoorstel en het is aan ons de taak om in de tussentijd de leden van de Tweede Kamer te laten weten hoe wij er over denken. De NVA, de NBvA en het Verbond hebben lijnen naar diverse kamerleden en daar zal zeker gebruik van gemaakt worden. Misschien gaan we daar wel met z’n drieën tegelijk op af in een soort joint venture.”
Pennink: “Evaluatie Wabb is een van de weinige lichtpuntjes”.
Na zijn studie Algemene Economie aan de VU in Amsterdam trad John Pennink (50) in 1973 als beleidsmedewerker in dienst bij het ministerie van Financiën. Een aantal jaren later werd hij benoemd tot hoofd van de afdeling Verzekeringswezen van dit ministerie. In deze functie hield hij zich o.m. bezig met de voorbereidingen van de Wabb (die de verouderde Wet Assurantie Bemiddeling in 1991 zou vervangen). Nog voor de invoering van deze nieuwe wet maakte Pennink in 1987 de overstap naar het verzekeringsbedrijf. Bij het toenmalige Vita (dat later werd omgedoopt in Zürich Leven) schopte hij het tot algemeen directeur. De integratie van het leven- en schadebedrijf van de Nederlandse vestiging van Zürich zorgde begin dit jaar voor het verdwijnen van deze functie. Sinds juni is Pennink directeur van de NVA.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.