nieuws

‘Makelaar moet solvabiliteit onbekende verzekeraars in Europa vaststellen’

Archief

Makelaars zullen zich van andere instrumenten moeten gaan bedienen om de solvabiliteit vast te stellen van onbekende risicodragers uit andere lidstaten van de EU die de Nederlandse markt betreden en niet onder toezicht staan van de Verzekeringskamer, betoogde P.J. Pearson van directoraat generaal XV van de Europese Commissie voor zijn Amsterdamse gehoor tijdens een workshop over het onderwerp ‘Publieke regelgeving en toezicht’.

Engeland, de Scandinavische landen en de Verenigde Staten hebben uitgebreide ervaringen met ratingsystemen (bijvoorbeeld Standard & Poor’s en AM Best). Deze aanduidingen van de financiële kracht van verzekeraars zijn gebaseerd op diverse gevens als verslagen van verzekeraars en herverzekeraars en andere openbare gegevens, vlotheid van schadevergoeding, de kwaliteit van het management en de strategie.
De betrokken rating-bureaus benadrukken echter dat hun classificatie een opinie is, en niet een aanbeveling of een garantie.
Bij een faillissement van een levensverzekeraar in Amerika bleek het ratingbureau een goed classificatiecijfer steeds te hebben gehandhaafd, terwijl het op de hoogte was van de solvabiliteitsproblemen van de maatschappij. Het bureau heeft het cijfer niet aangepast om de problemen voor de verzekeraar niet te vergroten. Het is op het ogenblik verstrikt in een groot aantal rechtszaken die zijn aangespannen door makelaars die in goed vertrouwen zijn afgegaan op de informatie van het bureau. De makelaars zijn op hun beurt door ontevreden polishouders voor de rechter gedaagd. “Ratings hebben een zeer nuttige functie als aanvullende informatiebron”, aldus Pearson.
Kennisgevingsprocedure
Als een Nederlandse verzekeraar risico’s in een andere lidstaat wil verzekeren, moet hij eerst zijn eigen Verzekeringskamer daarvan in kennis stellen. Als er geen bezwaren zijn, stuurt de Verzekeringskamer deze kennisgeving (‘notificatie’) met aanvullende informatie naar de toezichthouder van de bewuste lidstaat. Vanaf dat moment mag de verzekeraar in dat land risico’s tekenen.
Dat een verzekeraar een dergelijke kennisgeving voor een land heeft gestuurd, wil niet zeggen dat hij in dat land verzekeringen sluit. Een notificatie is eigenlijk niet meer dan een intentieverklaring.
Onderzoek heeft volgens Pearson uitgewezen dat de grensoverschrijdende schadepremiestromen in Europa sinds 1990 vooral vloeien tussen buurlanden: bijvoorbeeld tussen Benelux en Duitsland en tussen Spanje en Portugal. De groei in de premiestroom is vooral veroorzaakt door verzekeringsbehoeften van multinationals, die in het beheersen van hun risico’s worden ondersteund en geadviseerd door makelaars. Grote multinationale ondernemingen blijken zich in toenemende mate te wenden tot de internationale verzekeringsmarkt, terwijl kleine en middelgrote ondernemingen zich blijven richten op de lokale markt.
Herverzekeraars
Er zijn nimmer Europese afspraken gemaakt over het toezicht op herverzekeraars of over voorwaarden tot toegang tot de markten van de lidstaten.
Enkele lidstaten oefenen toezicht uit op herverzekeraars. Het bekendste voorbeeld is het Verenigd Koninkrijk, waar herverzekeraars in grote lijnen aan hetzelfde toezicht zijn onderworpen als directe verzekeraars en aan dezelfde solvabiliteitsvereisten moeten voldoen. Ook Denemarken en Spanje houden toezicht op herverzekeraars. Frankrijk heeft onlangs eveneens regels voor herverzekeraars uitgevaardigd. Die reiken echter niet veel verder dan summiere verslagleggingsvereisten.
Er is nooit enige dringende noodzaak geweest om herverzekeraars in Europa onder toezicht te stellen, noch om de consument te beschermen noch om de markt te bewaken. Bovendien zijn herverzekeraars door het mondiale karakter van hun werk ongrijpbaar. De Europese Commissie is er volgens Pearson niet van overtuigd dat het nuttig zou zijn om een Europese richtlijn uit te vaardigen om herverzekeraars onder toezicht te brengen, te meer niet omdat de ermee gemoeide regelgeving kostenverhogend zou werken voor de herverzekeraars.
Spelregels co-assurantie
Pearson ging ook in op de spelregels voor het co-assurantiebedrjf. Die zijn gebaseerd op de co-assurantierichtlijn en op de derde richtlijn schadeverzekering. “In principe zijn de spelregels voor co-assuradeuren gelijk aan die van andere verzekeraars, met een aantal uitzonderingen”. Die uitzonderingen veroorzaken spanningsvelden.
Een daarvan is de kennisgevingsprocedure (notificatie). Alleen de zogenaamde eerste verzekeraar hoeft aan de toezichthouder van het land van het co-assurantiecontract een kennisgeving te hebben gedaan. De Europese Commissie is niet bereid de wens in te willigen van enkele toezichthouders dat alle co-assuradeuren verplicht worden tot een kennisgeving. De Commissie vindt die verplichting een overbodige administratieve last en wordt in haar standpunt gesteund door alle toezichthouders.
Het toezicht op (onder meer de technische voorzieningen van) co-assuradeuren zal waarschijnlijk uitsluitend uitgeoefend gaan worden door de toezichthouder in het land van vestiging (die ook de vergunning heeft verstrekt) en niet meer door toezichthouders in landen waar de co-assuradeur een bijkantoor heeft.
Op grond van de co-assurantierichtlijn kunnen co-assuradeuren verplicht worden, activa onder te brengen in het land van de eerste verzekeraar. Deze localisatieverplichting wordt waarschijnlijk geschrapt.
Het is toezichthouders niet duidelijk wat het nut is van de statistische informatie die co-assuradeuren op grond van de co-assurantierichtlijn moeten bijhouden.
De genoemde richtlijn is alleen van toepassing als co-assuradeuren in verschillende lidstaten wonen. Een contract in België bijvoorbeeld door co-assuradeuren die allemaal in Nederland gevestigd zijn, valt niet onder de richtlijn.
In het kader van de groepsvrijstellingen in de mededinging mogen co-assuradeuren afspraken maken over bijvoorbeeld premies en contractsvoorwaarden, maar de concurrentie wordt behouden door de bepaling dat niet meer dan 10% van de markt mag worden bestreken door co-assurantie, aldus Pearson.
Captives
Onderzoek naar schadepremiestromen heeft de trend naar het oprichten van captive maatschappijen door grote ondernemingen bevestigd, aldus Pearson. Tussen 1988 en 1993 waren dat er circa 30 per jaar. De captives werden doorgaans gevestigd in Luxemburg of in het International Financial Services Centre in Dublin. Deze twee centra herbergen nu in totaal circa 250 captives. “In de hele EU zijn er op dit moment ongeveer 400 captive verzekeraars; een gering aantal in vergelijking met de 2000 captives in het Caraïbisch gebied en de Verenigde Staten”, aldus Pearson.
Dit artikel is een vervolg op het bericht “Makelaars keren zich steeds vaker tot risicodragers in andere Europese landen”, voorin dit nummer.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.