nieuws

Lugt Sobbe koppelt traditie aan innovatie

Archief

Lugt Sobbe & Co is een van de laatste overgebleven Nederlandse assuradeuren die ook als beursmakelaar actief is. Deze uitzonderingspositie onderstreept het bedrijf met een opvallend polisaanbod, dat varieert van Elfsteden- en Voogdijpolissen tot dekkingsmogelijkheden tegen catastrofes. Met het ontwikkelen van aansprakelijkheidsverzekeringen laat de beursmakelaar zich echter niet in.

De naam Van Ommen is onlosmakelijk verbonden met Lugt Sobbe & Co. Lugt en Sobbe, twee kooplieden uit de vorige eeuw, zochten een compagnon met een administratieve achtergrond. Hans van Ommens overgrootvader, die zijn sporen reeds verdiend had in het verzekeringsvak, bleek als partner interessant. Toen zich voor Lugt en voor Sobbe geen opvolgers aandienden, kocht de ‘eerste’ Van Ommen hen tegen het einde van de vorige eeuw uit. Zijn zoon, Hans van Ommens grootvader, volgde hem op in 1917. Lugt Sobbe & Co was indertijd vooral actief in de handel op Nederlands Indië. Hans van Ommen: “Toen had het zaken doen op co-assurantiegebied een grote omvang. De assuradeuren hadden een kleine capaciteit, voor f 10.000 of voor 0,5% namen ze deel aan de verzekering van een schip. Daarna zette je bij jouw naam allerlei stempeltjes: zoveel procent van mijn halve procent gaat naar De Unie of de 1842 of de 1841. Toen ik in 1969 bij Lugt Sobbe kwam, waren er nog 160, 170 bedrijven zoals wij. Nu zijn er nog maar twee assuradeuren op de beurs actief, wijzelf en Hienfeld, de rest is allemaal verdwenen.”
Niche
“De verzekeringsmarkt is steeds meer toegesneden op bulk”, aldus Van Ommen. “De meeste maatschappijen richten zich op het produceren van een eenduidig product voor een grote massa. Maar er zijn ook mensen die andere wensen op verzekeringsgebied hebben. Bijvoorbeeld uitsluitend een bepaald segment willen laten verzekeren, of juist een uitgebreide dekking willen, of een verzekering die op zich normaal is, maar die de verzekeraar niet aanneemt, omdat het risico niet past binnen de acceptatiepolitiek van de maatschappij. Wij richten ons juist op deze gebieden. Alles wat verzekeraars niet kunnen of niet durven is onze niche. Op hun terrein begeven we ons nauwelijks, we kunnen toch niet concurreren met premies die nog lager liggen dan die van al die goed georganiseerde bulkverkopers.”
“We werken samen met liefst 3.600 tussenpersonen, maar ze hangen natuurlijk niet elke dag aan de lijn om productie in te brengen, want dat doen ze weer bij andere verzekeraars. Een tussenpersoon neemt zo’n vijf, zes keer per jaar contact met ons op met een vraag over bijvoorbeeld industriële verzekeringen of een bijzonder product.”
Lloyd’s
Verreweg de belangrijkste verzekeraarsmarkt voor Lugt Sobbe & Co is Lloyd’s. “Zeker 45% van onze zaken wordt door Lloyd’s behandeld”, vertelt Van Ommen. “We zijn wereldwijd voor Lloyd’s de grootste overseas broker. Dat komt doordat de meeste collega’s pas naar Lloyd’s stappen als een risico door de omvang of het soort niet meer in eigen land kan worden verzekerd. Wij denken andersom: als we een bepaald product opzetten, en we kunnen speciale voorwaarden samenstellen, dan vinden wij alleen bij Lloyd’s gehoor. Lugt Sobbe heeft kortom de Lloyd’s-markt nodig om iets constructiefs op te zetten. Lloyd’s is bereid naar onze voorwaarden te kijken, daarom is voor ons die Lloyd’s-markt zo verrekte belangrijk, en daarom zijn wij gelukkig ook zo verrekte belangrijk voor Lloyd’s. Binnen Lloyd’s werken we overigens met 75 syndicaten, er zijn dus eigenlijk 75 verzekeraars die onder één noemer 45% van onze business behartigen.”
Aansprakelijkheid
De eerste helft van de jaren negentig leed Lloyd’s uitzonderlijk zware verliezen. Van Ommen is van mening dat deze neergang te voorzien was geweest, evenals het daaropvolgende herstel. “De aansprakelijkheid en schades vanwege aansprakelijkheid, zowel op het gebied van milieu als op het gebied van letselschade, is internationaal compleet uit de hand gelopen. Er zijn betere systemen te bedenken dan aansprakelijkheid. Maar met name in de politiek wil men niet luisteren naar alternatieven. Men verplicht vanuit de politiek de verzekeraars tot het bieden van een volstrekt onverantwoordelijk product, wat aansprakelijkheid toch eigenlijk is. Het overzicht over de totale omvang van de aansprakelijkheden ontbreekt door de afwezigheid van netwerken. Het geld komt op de juiste plek, waardoor het lijkt of het verzekeringssysteem werkt, maar dit gaat alleen op voor de locale situatie. Een makelaar in een of ander Texaans dorpje kan wel weten dat er een letselschade heeft plaatsgevonden of dat iemand aan asbestose lijdt, maar als er geen verbinding is tussen zijn administratie of computer en de verzekeraar en tussen de verzekeraar en de herverzekeraar en zo verder, dan heeft de verzekeringswereld geen zicht op de enorme groei van aansprakelijkheidsverzekeringen en de bijbehorende schades. Eigenlijk is het een langzaam tot ontploffing komende atoombom op financieel-economisch gebied, waarvan we nog niet eens het begin zien.”
Bij Lugt Sobbe is er logischerwijs geen enkel aansprakelijkheidsproduct te vinden. “Het is een onverantwoorde manier van verzekeren. Ik weiger om iets te ontwerpen dat eigenlijk volstrekte waanzin is.”
Oude tekenjaren
Een probleem waarmee Lloyd’s kampte was het gehanteerde loss-occurrence-systeem. Niet-ingecalculeerde schades als asbestose drukten zwaar het resultaat. Van Ommen: “De syndicaten die in de periode 1980 tot 1990 zaken deden, moesten oude tekenjaren die afgesloten waren, herverzekeren tegen het risico dat er nog schades zouden komen. Ze hadden wel rekening gehouden met een enkele schade, maar ze waren er in het geheel niet op bedacht dat het met tientallen miljoenen de deur uit zou wandelen. Het is ook wereldwijd een probleem. Omdat er afgerekend moest worden, is Lloyd’s wel de eerste die het probleem nu onder de knie heeft.”
Een van de door Lloyd’s genomen maatregelen betreft de verplichting om elk jaar af te rekenen. “Elk jaar wordt het tekenjaar van drie jaar geleden afgesloten. Dat betekent dat de mensen die op dat moment lid waren van een syndicaat in Lloyd’s daadwerkelijk kunnen ontvangen als er winst blijkt te zijn, en moeten betalen als er verlies is geleden. Het kan frictie geven als de name winst verwacht en vervolgens moet bijleggen. Het griezelige is: wereldwijd is dit probleem nog helemaal niet opgelost. De solvabiliteit van talloze verzekeraars is volstrekt discutabel, omdat zoveel verplichtingen nog steeds niet zijn geregistreerd. Bijgevolg is dus nog steeds niet afgerekend met de eisende partijen.”
Voogdijpolis
De voorhoedefunctie die Lugt Sobbe wordt toegedicht is het gevolg van het inspelen op de nieuwsgierigheid van het publiek naar verzekeringsmogelijkheden. “Als een bedrijf of particulier het vermoeden heeft dat er een gevaar zit aan te komen, dan is die consument al snel geneigd zich af te vragen of er een verzekering voor bestaat, nog afgezien van het feit of hij die verzekering zou willen hebben. Vanuit de markt komt een vraag en ik ga daarmee aan het stoeien. Ik zoek naar een oplossing voor het probleem en ga na of er een zodanige markt voor te vinden is dat het product economisch haalbaar is. Het is niet erg om voor één persoon een verzekering te sluiten, maar dan ga ik daar geen puntwerk van maken met folders en dergelijke. Als ik besluit om zo’n product te gaan voeren, dan is het ook leuk om alle tussenpersonen waarmee we samenwerken daarvan kennis te laten nemen om te kijken of zo’n product inderdaad een paar honderd keer afgezet kan worden. We denken niet in duizendtallen, we hopen het wel, en het lukt ook af en toe wel, maar het is niet nodig om het product per definitie economisch haalbaar te laten zijn.”
“Om onverklaarbare reden kan een polis aanslaan. Maart vorig jaar begon plotseling de Voogdijverzekering hard te lopen. Dan blijkt dat er twee ongelukken in de krant hebben gestaan waarbij kinderen hun ouders hebben verloren. Een tussenpersoon had zijn klanten vervolgens op de Voogdijpolis opmerkzaam gemaakt, waardoor het product in een stroomversnelling kwam.”
Rampen
Van Ommen ontkent dat Lugt Sobbe een rol wil spelen in politieke discussies over maatschappelijke zaken zoals de aov en het verzekeren van catastrofes. “Die indruk is onterecht. Wat bijvoorbeeld de catastrofepolis betreft zeggen we slechts: ‘overheid, bemoei je er niet mee’. We staan achter het uitgangspunt dat de overheid alleen moet bijspringen bij zaken die onverzekerbaar zijn. Als je als overheid dekking zou aanbieden waar ook reguliere dekking van verzekeraars mogelijk is, dan concurreer je als overheid met de particuliere verzekeringsmarkt, en dat kan nooit de bedoeling zijn. Het kabinet werkt nu aan een systeem dat uitgaat van het principe dat alleen zaken die onverzekerbaar zijn daaronder gaan vallen. Daarmee houd je ook de vrijheid om een product aan te bieden. Ik vind dat een perfecte oplossing, want anders zou je iedere vorm van particulier initiatief van de verzekeraars ontnemen. Je kan bovendien moeilijk voor Nederland alleen een soort fondssituatie creëren. Zoals ook aardbevingrisico’s in Griekenland zijn te verzekeren, zo is het goed dat het particuliere verzekeringsbedrijf de kans krijgt dat soort risico’s in Nederland te dekken.”
In 1994, 1995 had de overheid plannen met het combineren van een brandpolis met een catastrofepolis. Lugt Sobbe vond dat, evenals het Verbond van Verzekeraars, een onverantwoorde aanpak. Van Ommen: “Het is op zich goed een huis voor pakweg f 2,5 ton te verzekeren tegen rampen, maar als je zoiets collectief voor heel Nederland moet doen, dan krijg je te maken met grote bedrijven en industrieterreinen van tientallen of honderden miljoenen guldens, en kun je geconfronteerd worden met miljarden aan schade. Ons uitgangspunt is iedereen te verzekeren tot maximaal een kwart van zijn bezit, en dat maximeren we nog eens tot f 2,5 ton. Een bedrijf van f 30 mln heeft daar dus weinig aan. Overigens hebben grote bedrijven als DSM al lang herverzekeringscontracten wereldwijd lopen, zij hebben de overheid helemaal niet nodig. Hun aandeelhouders eisen dat, want die willen zekere beleggingen hebben, die niet door een aardbeving of overstroming in gevaar komen. Het is juist de kleine ondernemer die geen dekking heeft. Dan is een nieuw begin van f 2,5 ton een goede financiële impuls om weer aan de slag te gaan. Het is niet mogelijk om bij een brandverzekering automatisch de volle waarde te verzekeren. Je kunt niet meer bieden dan de lat lang is, en die is f 2,5 ton op dit moment. Wel proberen we dit bedrag te verhogen, afhankelijk van de groei, die op het moment tweehonderd, driehonderd polissen per jaar is.”
Regen
Lugt Sobbe biedt al een aantal decennia de mogelijkheid een slecht-weerpolis af te sluiten. De basis van deze regen- en slecht-weerverzekeringen ligt in Engeland. Van Ommen: “Tot 1978 hebben wij gewerkt met premies op basis van de Engelse gegevens. Mijn overgrootvader is daar mee begonnen en dat was indertijd een nouveauté. Het was nooit de bedoeling er een groot product van te maken, want je moet deze verzekering steeds weer afsluiten. Bij een brandverzekering stuur je elk jaar de nota, maar voor een slecht-weerverzekering moet je elk jaar weer de mensen enthousiast maken. Pas in 1978 waren we in staat om met de computer alle meetgegevens van ongeveer achttien Nederlandse weerstations te verzamelen. We kunnen nu statistisch berekenen hoe groot de kans is dat het morgen op een bepaalde plek in Nederland gaat regenen. We hebben ervoor gekozen de premies voor heel Nederland hetzelfde te houden, maar de uitkering naar gebied te variëren, zodat je geen verschillende soorten polissen hoeft te voeren. Aan de kust krijg je daarom f 500 uitgekeerd, terwijl je in het binnenland voor dezelfde polis f 400 per persoon krijgt toegekend, omdat de kans op regen aan de kust opvallend genoeg minder groot is. We verdienen niet echt aan de slecht-weerverzekering, de premie laat dat ook niet toe. Het is meer zo dat tussenpersonen op die manier aandacht kunnen vragen voor andere verzekeringen dan die in het bulkpakket van direct-writers, want het weer is een onderwerp waar je al snel over praat.”
In de jaren zestig werd Hans van Ommen (46) door zijn vader bij de Hollandsche Lloyd in Amsterdam gestald, waar hij zich bezighield met alle facetten van het verzekeringswezen, van archiefwerk tot het sluiten van verzekeringen. In 1969 maakte hij zijn entree in het bedrijf waar al drie generaties Van Ommen werkzaam waren geweest: beursmakelaar en assuradeur Lugt, Sobbe & Co. Ook hier werd hij op verschillende afdelingen ingezet om zich het bedrijf eigen te maken. Van Ommen nam eind jaren zeventig de automatisering ter hand. In 1983 werd hij directeur van Lugt Sobbe & Co, waar tegenwoordig ongeveer 25 personen werkzaam zijn.
Van Ommen: “Aansprakelijkheid is een volstrekt onverantwoord product”.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.