nieuws

London en AXA winnaars IG&H-volmachtonderzoek

Archief

London is in het derde performanceonderzoek Volmachten van IG&H als beste volmachtverzekeraar uit de bus gekomen. Nummer twee AXA eindigt echter vrijwel gelijk met London: beide krijgen gemiddeld het rapportcijfer 7,1.

“Met een pragmatische en persoonlijke werkwijze biedt London een uitstekende dienstverlening aan met name kleine volmachtrelaties”, concludeert IG&H. Van de volmachtverzekeraars die zich richten op de particuliere en de bedrijfsmatige markt is AXA koploper: “AXA heeft met een volledige volmachtpropositie een sterke positie in de volmachtmarkt. AXA geniet veel aanzien als verzekeraar voor complexe zaken en wordt gezien als dé pionier in volmachtland.”
Op 19 van de 23 onderzochte aspecten scoort London bovengemiddeld. De Allianz-dochter presteert vooral goed op de punten flexibiliteit in de samenwerking, onderhandelingsmogelijkheden, adequate acceptatie, schaderegeling, afspraken nakomen en servicegerichtheid.
Betere dienstverlening
Het is de derde keer dat IG&H de waardering voor de volmachtgevende verzekeraars heeft onderzocht. Eerdere onderzoeken vonden plaats in 2002 en 2004. In totaal zijn 130 volmachtkantoren ondervraagd. Over het algemeen blijkt dat de dienstverlening van verzekeraars in de ogen van de volmachtkantoren is verbeterd. De gemiddelde waardering is licht gestegen tot 6,8 (6,7). De laagste waardering is voor Delta Lloyd (6,5), zo blijkt uit de maatschappijspecifieke gegevens waarop AM de hand heeft weten te leggen.
Na London en AXA krijgt Avéro Achmea, in 2004 nog nummer één, de beste beoordeling. De score ten opzichte van het marktgemiddelde is echter gedaald van 109% naar 102%. Vooral op het aspect ondersteuning scoort Avéro lager dan de markt.
Nationale-Nederlanden en Aegon worden nog bovengemiddeld gewaardeerd; Reaal, Nieuwe Hollandse Lloyd (NHL), Fortis ASR en Delta Lloyd scoren onder het marktgemiddelde.
Deelresultaten
De binnendienst van AXA krijgt het hoogste rapportcijfer van de 130 ondervraagden. Ook NN, Avéro en Reaal scoren bovengemiddeld. London krijgt hier een lagere waardering dan de markt; Aegon staat onderaan. AXA wordt ervaren als soepel en innovatief; NN wordt gezien als een dure verzekeraar, maar krijgt veel punten voor de kwaliteit van de technische inspectie.
De buitendiensten van Fortis ASR, NN en Delta Lloyd krijgen de laagste rapportcijfers. Op dat punt halen Reaal en NHL (nu Reaal) opvallend goede cijfers; London staat in deze categorie bovenaan.
De hoogste cijfers voor productontwikkeling zijn voor AXA, London en Avéro. Delta Lloyd en Aegon zijn volgens de ondervraagden het minst bereid om maatwerk te leveren.
Flexibiliteit
IG&H, die zelf de cijfers niet openbaar maakt, wil alleen een algemene toelichting geven op het onderzoek. Vergeleken met 2004 blijken verzekeraars flexibeler te zijn geworden: de tekencapaciteit is toegenomen en er zijn meer maatwerk- en onderhandelingsmogelijkheden. “Maatschappijen hebben specialistenteams ingericht, die zich specifiek met volmachten bezighouden”, zegt Matthijs Mons, bij IG&H verantwoordelijk voor het performanceonderzoek Volmachten. “De resultaten zijn door de eerdere aanscherping van het acceptatiebeleid duidelijk verbeterd, maar flexibiliteit in acceptatierichtlijnen is vorig jaar meer gebruikt als concurrentiemiddel en wordt door de volmachthouders als belangrijkste criterium beschouwd.”
Die soepelheid wordt vooral ervaren bij London, AXA en NN. Fortis ASR en Delta Lloyd scoren op dat gebied het laagst. Verder worden de omvang van de tekencapaciteit en de premiestelling als belangrijkste beoordelingsfactoren genoemd.
Hoewel flexibiliteit wordt gewaardeerd, geven gevolmachtigden ook aan dat de aandacht voor rendement en risicobeheersing moet worden vastgehouden. Zij vinden het beleid dat verzekeraars de afgelopen jaren hebben gevoerd, niet consistent.
Optimisme
Mons ziet als overheersend beeld dat verzekeraars optimistisch zijn over het volmachtkanaal. “Het is nog afwachten of we met de volmachten een soort varkenscyclus ingaan of dat er nu een consequent beleid gevoerd gaat worden”, zegt Mons. “In dat laatste zijn verzekeraars nooit goed geweest. Nu wordt bijvoorbeeld wel weer heel makkelijk meer ruimte gegeven bij acceptatie.”
Meest doorslaggevende factor is voor de volmachthouders echter de premiestelling. “Daarin zien we grote verschillen tussen verzekeraars. Op andere punten is er veel minder concurrentie.”
IG&H Performanceonderzoek Volmachten 2005
1 (-) London
2 (3) AXA
3 (1) Avéro
4 (2) NN
5 (6) Aegon
6 (4) Reaal
7 (-) NHL
8 (-) Fortis ASR
9 (5) Delta Lloyd
KADER
Van alle circa driehonderd actieve volmachthouders werkt 13% alleen met subagenten; twee jaar terug was het aandeel van service providers als Voogd & Voogd en Nedasco nog 8%. Van de rest fungeert 84% alleen als huisvolmacht; 3% vervult beide rollen. Het aandeel van volmachtbedrijven in de totale schadeproductie is 60% tot 70%. “De groei zit vooral in de bovenkant van de markt, dus bij de service providers.”
In twee jaar tijd is het percentage tussenpersonen dat met inkoop- en franchiseorganisaties zaken doet, gegroeid van 20% naar bijna 50%. Waren eerst vooral de inkoopcombinaties op hypotheekgebied populair, nu is het accent verschoven naar schadeverzekeringen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.