nieuws

Lijfrenteaftrek nieuwe stijl

Archief

Nu we een beetje weten waar we aan toe zijn met de nieuwe inkomstenbelasting, kan de verzekeringsbranche zich gaan richten op de nieuwe lijfrenteproductie voor het jaar 2001. Het uitvoeringsbesluit van de inkomstenbelasting is inmiddels ook gepubliceerd, zodat er gerekend kan gaan worden. Ik concentreer mij hieronder op de bepaling van de pensioenaangroei in de jaaraftrek.

Alfred Lagendijk
Alle pensioenuitvoerders zijn verplicht om de aangroei van de pensioenaanspraken conform de Wet op de inkomstenbelasting over enig jaar op te geven aan de deelnemers van de pensioenregeling en aan de fiscus. De aangroei van de pensioenaanspraken betreft alleen de aangroei van pensioenaanspraken als gevolg van toename van diensttijd. Slapersrechten worden niet betrokken in de waardebepaling, evenmin als de aangroei van pensioenaanspraken over achterliggende dienstjaren, zoals aangroei ten gevolge van salarisverhogingen en indexering. Het gaat dus alleen om pensioenaangroei die betrekking heeft op het dienstjaar waarover men lijfrenteaftrek claimt.
De pensioenleeftijd lijkt in eerste instantie niet bepalend voor de lijfrenteaftrek. Alleen het levenslange pensioen hoeft betrokken te worden in de berekening. Het maakt geen verschil of het levenslange pensioen is toegezegd op 60- of 65-jarige leeftijd. Het tijdelijk overbruggingspensioen en prepensioen blijven ook buiten beschouwing. Volgens de toelichting op het besluit liggen hieraan vooral praktische redenen ten grondslag. De gegevensverstrekking aan belastingplichtigen zou te ingewikkeld worden. Toch zal te zijner tijd bekeken worden of deze pensioenen alsnog in de calculatie worden betrokken.
Levenslange pensioenen die wel dienen te worden opgegeven, zijn excedentregelingen en vrijwillige modules. Uit de modules mag wel weer de pensioenaangroei worden gefilterd die ontstaat door de aanwending van werknemersspaargelden voor pensioenpremies. Deze wordt immers al gekort op de totale lijfrenteaftrek. Ook zal splitsing moeten plaatsvinden van de vrijwillige storting die betrekking heeft op achterliggende diensttijd en verhoging van het betreffende dienstjaar. Het wordt voor de deelnemer dus een kwestie van de opgegeven bedragen optellen. Een in ouderdomspensioen uitgeruild nabestaandenpensioen blijft buiten beschouwing.
De informatieplicht wordt er al met al niet overzichtelijker op. Naast de informatieplicht die voortvloeit uit de Pensioen- en Spaarfondsenwet, verstrekken uitvoerders al opgaven die nodig zijn voor de inkoop van pensioen in de ‘echte’ pensioenparaplu van achterliggende diensttijd, vervroegde pensionering en dergelijke. Deze informatieverplichting komt er nog eens bij.
Termijnen van informatie
In de Tweede Kamer heeft men zich nogal druk gemaakt over de vraag of uitvoerders hun informatieverplichting wel na zullen komen. Ter vergemakkelijking zijn de data van de informatie wat verlengd. De reguliere opgave van de waardeaangroei dient binnen vijf maanden (dus voor 1 juni) na afloop van het kalenderjaar aan de belastingplichtige te worden verstrekt. De belastingplichtige heeft dan de mogelijkheid van terugwenteling: nog tot 1 juli de lijfrentepremie betalen en aan het voorgaande fiscale jaar toeschrijven.
Voor de vaststelling van de jaarruimte voor de realisatie van lijfrentepremie-aftrek over de jaren 2001 en 2002 wordt deze termijn van vijf maanden bij wijze van overgangsmaatregel verlengd naar tien maanden. Dit betekent dat de pensioenuitvoerders voor 1 november 2002 de opgave van de pensioenaangroei in het jaar 2001 moeten verstrekken en voor 1 november 2003 de opgave van de pensioenaangroei in het jaar 2002. Hiertoe is de in de wet opgenomen mogelijkheid van terugwenteling van zes maanden bij wijze van overgangsmaatregel voor de jaren 2001 en 2002 verlengd naar twaalf maanden. Belastingplichtigen hebben derhalve nog twaalf maanden na afloop van de jaren 2001 en 2002 de gelegenheid lijfrentepremies te betalen ter compensatie van een pensioentekort dat zich in de desbetreffende jaren voordoet.
De commerciële mensen kunnen de agenda voor de komende jaren als volgt indelen. In 2002 en 2003 zijn november en december de productiemaanden en vanaf 2004 wordt de maand juni een race tegen de klok.
De wijze waarop rekening gehouden wordt met de aangroei van pensioenaanspraken lijkt in grote mate op de vroegere tweede tranche. De factoren die bij beschikbare premieregelingen worden gebruikt zijn vastgelegd in het uitvoeringsbesluit.
Slotopmerkingen
Voor alle pensioenopbouwsystemen wordt een contantmakingsfactor van 7,5 gebruikt. Ten overvloede is in het uitvoeringsbesluit nog bepaald dat de pensioengrondslag wordt gevonden door het pensioengevend inkomen te verminderen met de AOW-franchise.
Voor de vaststelling van het pensioengevend inkomen en in het verlengde daarvan de pensioengrondslag wordt idealiter uitgegaan van de door de werkgever verstrekte jaaropgaaf. Het komt echter ook voor dat pensioenuitvoerders de pensioengrondslag op een peildatum die is gelegen in de tweede helft van het jaar vaststellen en de pensioenopbouw daarop baseren. In dat geval dienen mutaties die zich na de peildatum voordoen en die leiden tot een aanpassing van de pensioengrondslag waarop de pensioenuitvoerder de pensioenopbouw baseert, in de opgave aan de belastingplichtige te worden verwerkt.
De jaaraftrek en inhaalaftrek kunnen naast elkaar en naar voorkeur gebruikt worden.
Pensioenen & Verzekeringen van PriceWaterhouseCoopers.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.